Serviceregels volleybal: alle regels van de opslag | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Spelregels

Serviceregels volleybal: alles over de opslag op één pagina

Het korte antwoord

De serviceregels in volleybal staan in regel 12 van het FIVB-reglement. De speler rechtsachter serveert vanuit de servicezone, binnen 8 seconden na het fluitsignaal, met één opgooi en met één hand of arm. De bal mag het net raken, maar moet tussen de antennes over en in het veld landen.

Serviceregels in volleybal lijken simpel, tot er een discussie ontstaat over een opgooi die je laat vallen, een voet op de lijn of een middenspeler die zijn handen opsteekt. Hier staan alle regels voor de service op één pagina, volgens het FIVB-reglement 2025-2028, met per onderwerp een link naar de uitwerking.

Leestijd: 6 min

Wie serveert er, en in welke volgorde?

De regels hieronder komen uit de Official Volleyball Rules 2025-2028 van de FIVB, vooral uit regel 12. De eerste service van set 1 en van een beslissende vijfde set gaat naar de ploeg die via de toss de service krijgt; de andere sets begint de ploeg die de vorige set niet als eerste serveerde (regel 12.1).

Daarna bepaalt de rotatie wie er serveert (regel 12.2). Wint de serverende ploeg de rally, dan serveert dezelfde speler opnieuw. Wint de ontvangende ploeg, dan draait die ploeg één plek met de klok mee en serveert de speler die van rechtsvoor naar rechtsachter schuift. Serveert de verkeerde speler, dan is dat een rotatiefout: punt en service voor de tegenstander, en soms verdwijnen er al gescoorde punten van het bord. Hoe dat precies gaat, lees je in verkeerde serveerder. De libero serveert volgens het FIVB-reglement nooit (regel 19.3.1).

Waar sta je bij de service?

De servicezone is 9 meter breed en ligt achter de achterlijn. Opzij wordt hij begrensd door twee streepjes van 15 centimeter, 20 centimeter achter de achterlijn in het verlengde van de zijlijnen; naar achteren loopt hij door tot het einde van de vrije zone (regel 1.4.2). Op het moment dat je de bal raakt, of bij een sprongservice op het moment van de afzet, mag je het veld niet raken, de achterlijn ook niet, en evenmin de vloer buiten de servicezone (regel 12.4.3). Daarna mag je in het veld stappen of landen. De valkuilen, zoals de schuine aanloop van een sprongserveerder, staan in voetfout bij de service.

Hoe moet je serveren?

Wanneer is een service fout?

Het reglement maakt onderscheid tussen fouten bij het slaan zelf en fouten daarna (regel 12.6). Bij het slaan is de service fout als de verkeerde speler serveert of als de uitvoering niet klopt: een voet op de lijn, te laat, twee handen. Na een goede slag is de service fout als de bal:

Het net raken mag: de bal mag het net raken terwijl hij erover gaat (regel 10.2). Een service die de netband tikt en aan de andere kant valt, telt dus gewoon; meer in service raakt het net. Bij elke servicefout krijgt de tegenstander het punt en de service.

De serviceregels in één tabel

SituatieMag het?Regel
Met je voet op de achterlijn slaanNee12.4.3
Na een sprongservice in het veld landenJa12.4.3
De bal stuiteren voor je opgooitJa12.4.2
Twee keer opgooienNee12.4.2
Met twee handen slaanNee12.4.1
Langer dan 8 seconden na het fluitsignaalNee12.4.4
Serveren voor het fluitsignaalWordt overgedaan12.4.5
Bal raakt het net en gaat eroverJa10.2
Bal gaat buiten de antenne over het netNee12.6.2
Bal raakt een teamgenoot van de serveerderNee12.6.2
Teamgenoten met de handen boven het hoofd tijdens de serviceNee12.5.3
De service blokkerenNee14.5
De service vanuit de voorzone boven de netrand aanvallenNee13.2.4
De libero serveertNee19.3.1

Tel servicefouten apart naar soort. Een service in het net, een service uit en een voetfout vragen elk iets anders: opgooi en kracht, richting, of de plek waar je aanloop begint. Laat in de training een wisselspeler turven welke van de drie het is. Na twee weken weet je waar je aan moet werken.

Wat moet de ontvangende ploeg weten?

Op het moment van de serviceslag moet de ontvangende ploeg in de juiste rotatievolgorde staan; de serverende ploeg mag sinds de editie 2025-2028 elke positie innemen (regel 7.4). Staat de ontvangende ploeg verkeerd, dan is dat een positiefout. Maakt de serveerder op hetzelfde moment een fout bij het slaan, dan telt de servicefout; gaat de service pas daarna mis, bijvoorbeeld uit, dan telt de positiefout (regel 12.7).

De service blokkeren is altijd fout (regel 14.5). Aanvallen mag wel, behalve als je de bal in de voorzone raakt terwijl hij helemaal boven de netrand is (regel 13.2.4). En de serverende ploeg mag de ontvangers het zicht op de serveerder en de vlucht van de bal niet ontnemen: geen scherm van spelers, en geen handen boven het hoofd tot de bal over het net is (regel 12.5). Wanneer een scheidsrechter een scherm fluit, lees je in afschermen bij de service. Het verbod op handen boven het hoofd is nieuw in de editie 2025-2028; het staat met de andere wijzigingen in de nieuwe spelregels.

Afwijkende serviceregels bij jeugd en recreanten

Alles hierboven is het FIVB-reglement. Nationale bonden en competities passen het aan, vooral voor de jeugd. Voorbeelden die je tegenkomt: een maximum aantal services op rij voor dezelfde serveerder, waarna het team doordraait; een servicelijn dichter bij het net voor de jongste kinderen; een herkansing bij een mislukte opgooi; of een libero die wel mag serveren. Welke regel bij jou geldt, staat in het reglement van je eigen bond of competitie. Het totaaloverzicht van de spelregels staat in alle volleybalregels op een rij.

Servicevolgorde en servicefouten bijhouden in Koach

Wie live scoort in Koach, ziet bovenin de Servicevolgorde: de serveerder vooraan en daarna wie volgt, en op het veld een S bij wie aan service is. Win je de service terug, dan draait het veld mee, dus je ziet altijd of de juiste speler achter de lijn staat. De libero staat niet in die rij: op zijn plek staat de speler voor wie hij invalt. Gaat de service van je eigen serveerder mis, dan tik je op het punt voor de tegenstander en in de lade op Servicefout, en komt de fout op naam van je serveerder; in het spelersprofiel staan de fouten later per soort.

Livescherm in Koach met bovenin de servicevolgorde als rij rugnummers en op het veld een S bij de speler die serveert
De servicevolgorde en de serveerder draaien mee zodra je ploeg de service terugwint.

Speelt je team met een jeugdregel, dan kies je bij Max. services op rij 3, 4 of 5. Na zoveel punten op rij van dezelfde serveerder draait het team in de app vanzelf door.

Het blad Instellingen tijdens het live scoren in Koach, met Max. services op rij (Uit, 3, 4 of 5) en tot hoeveel punten de set gaat
Voor competities met een jeugdregel: na het ingestelde aantal services op rij draait het team vanzelf door.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Scoor je volgende wedstrijd live mee en zie na afloop per speler de servicefouten.

Scoor je volgende wedstrijd in Koach

Wat Koach na de proefperiode kost, staat op de prijzenpagina.

Veelgestelde vragen

Mag je bij volleybal opnieuw opgooien bij de service?

Volgens het FIVB-reglement niet: je mag de bal maar één keer opgooien of loslaten (regel 12.4.2). Stuiteren en de bal in je handen draaien voor de opgooi mag wel. Sommige nationale en jeugdcompetities staan één herkansing per servicebeurt toe, dus kijk in het reglement van je eigen competitie.

Mag een service het net raken?

Ja. De bal mag het net raken terwijl hij erover gaat (regel 10.2). Hij moet dan wel binnen de antennes over het net gaan en in het veld van de tegenstander landen. Blijft de bal aan je eigen kant, of gaat hij buiten de antenne over, dan is het een servicefout en krijgt de tegenstander punt en service.

Hoe vaak mag je achter elkaar serveren?

Volgens het FIVB-reglement zo lang je ploeg de rally's wint: dezelfde speler blijft serveren tot de tegenstander een punt maakt (regel 12.2). Sommige jeugdcompetities hebben een maximum, bijvoorbeeld drie services op rij, waarna het team doordraait. Dat verschilt per bond en per leeftijd, dus kijk in het reglement van je competitie.

Mag je onderhands serveren bij volleybal?

Ja. Het reglement zegt alleen dat je de bal met één hand of een deel van één arm slaat nadat je hem hebt opgegooid of losgelaten. Onderhands, bovenhands, een float of een sprongservice zijn allemaal toegestaan. Met twee handen slaan mag niet, ook niet bij een sprongservice.

Waar moet je staan bij de service?

In de servicezone: achter de achterlijn en tussen het verlengde van de zijlijnen, tot het einde van de vrije zone. Op het moment dat je de bal raakt, of bij een sprongservice afzet, mag je de achterlijn en de vloer buiten die zone niet raken. Daarna mag je het veld in stappen of erin landen.

Scoor je volgende wedstrijd live mee

14 dagen gratis, zonder creditcard. De servicevolgorde draait vanzelf mee.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.