Coachtaken verdelen: wat je weggeeft voordat je stopt
De avond voor de wedstrijd, kwart voor acht: je staat nog te appen wie er morgen komt, wie er rijdt en wie de score bijhoudt. Geen van die drie is coachen. Coachtaken verdelen begint bij precies dat inzicht, want het werk waar een vrijwillige coach op leegloopt, ligt vaak niet in de zaal maar eromheen. Dit stuk legt de vijf stapels naast elkaar die om een volleybalteam heen ontstaan, en stelt bij elke stapel dezelfde vraag: van wie is dit eigenlijk? Het belooft niet dat je je beter voelt. Het belooft dat er minder bij jou ligt.
Het is zelden het coachen zelf: de vijf stapels om je team heen
Vraag een coach die twijfelt of hij volgend seizoen doorgaat wat hem het meest kost, en de kans is groot dat het antwoord niet de training is. Wat hem kost, is alles wat er tussen twee trainingen bij komt, meestal via zijn telefoon en meestal 's avonds.
Dat werk valt meestal in vijf stapels:
- Het aanmelden. Wie komt er naar de training, wie kan er naar de wedstrijd, en wie heeft nog niets laten weten.
- Het rijden. Wie brengt wie naar de uitwedstrijd, en wat als die rit op het laatste moment vervalt.
- Het scoren. Wie houdt tijdens de wedstrijd de stand en de cijfers bij, terwijl jij aan het coachen bent.
- De training. Bedenken, klaarzetten, geven — en vervangen als jij er een keer niet bent.
- De wedstrijd die je mee naar huis neemt. De nederlaag, de ouder, de speler die niet meer kwam. Het werk dat niet in een agenda staat.
De eerste drie zijn geen coachwerk. Ze moeten gebeuren, maar niet door jou. De vierde is voor een deel van jou en voor een deel over te dragen. De vijfde kun je niet weggeven, maar je hoeft hem ook niet alleen te dragen.
Coachtaken verdelen begint bij opschrijven wat er nu bij jou ligt
Voordat je iets weggeeft, moet je zien wat je hebt — en dat wordt makkelijk onderschat, omdat elk los berichtje te klein lijkt om mee te tellen. Houd daarom één gewone week lang een notitie open op je telefoon en schrijf elke handeling op die met het team te maken heeft en níet in de zaal gebeurt: elk bericht, elk telefoontje, elke keer dat je iets navraagt of regelt. Geen tijden en geen oordeel, alleen een regel per handeling.
Zet aan het eind van de week achter elke regel een van drie letters:
- C — coach. Hiervoor is echt de trainer nodig: de opstelling, het gesprek met een speler, de keuze wie er speelt.
- I — iemand. Dit moet gebeuren, maar iedere betrouwbare volwassene of oudere speler kan het.
- W — weg. Dit deed je omdat je het altijd deed, niet omdat iemand erom vroeg.
Tel daarna de letters. Het doel is niet dat de C-kolom leeg wordt, maar dat je voor elke I een naam kunt bedenken en elke W durft te laten vallen. Neem de lijst mee naar een teambijeenkomst; hoe je zo'n avond opbouwt en er afspraken uit haalt die blijven staan, staat in de eerste teambijeenkomst met afspraken.
Eén regel bij het weggeven: vraag nooit "wie wil er helpen?" in de groep. Vraag één persoon om één stapel, met een duidelijk begin en een duidelijk einde — "wil jij voor de rest van deze seizoenshelft het rijschema doen?" is een vraag waar iemand ja op kan zeggen.
Geef een stapel weg, geen klusje. Wie voor één wedstrijd het rijden regelt, belt jou voor de volgende weer. Wie het rijden voor een halve competitie heeft, lost een vervallen rit zelf op. Het verschil zit niet in de hoeveelheid werk maar in wie er eigenaar van is.
Stapel 1 en 2: het aanmelden en het rijden zijn niet van jou
Het aanmelden ligt bij de speler. Laten weten of hij komt, is zijn taak — bij jonge spelers die van de ouder. Wat jij doet, is één ding: een vast moment afspreken waarop iedereen gereageerd heeft, en dat moment vroeg genoeg leggen dat je er nog iets mee kunt. Wie daarna nog niets heeft gezegd, krijgt één herinnering — niet van jou persoonlijk, en niet vijf keer. Wie dan nog steeds niets zegt, telt niet mee in je planning. Dat is geen straf, dat is een afspraak.
Het lastige is niet de regel maar het loslaten. Zodra het team merkt dat jij het uiteindelijk toch naloopt, is de afspraak weg.
Het rijden ligt bij de ouders — of bij een seniorenteam bij de spelers zelf. Maak het rijschema niet per week, maar één keer voor een blok wedstrijden, en leg het bij één persoon neer die het beheert. De regel die het houdbaar maakt: wie niet kan rijden, regelt zelf een ruil en meldt alleen het resultaat. Zo komt een vervallen rit nooit meer op de avond voor de wedstrijd bij jou terecht. Waar spelers en ouders hun rit terugzien als het schema eenmaal staat, lees je in wie er rijdt naar de uitwedstrijd.
Diensten voor de club — de kantine, de zaal opbouwen, een wedstrijd van een ander team fluiten — zijn geen teamwerk maar clubwerk, en horen op clubniveau verdeeld te worden; zie het verdelen van het clubwerk onder leden. Neem ze niet ook nog op je stapel omdat ze toevallig via jouw team lopen.
Stapel 3: de score tijdens de wedstrijd hoeft niet uit jouw handen te komen
Coachen en scoren tegelijk kan, maar je doet dan twee dingen half. Terwijl je een punt invoert, zie je niet waarom het gebeurde; terwijl je naar het veld kijkt, mis je het punt op je scoreblad.
De score is bij uitstek iets wat een ander kan doen. Meestal is dat een speler die die dag niet of even niet speelt: een geblesseerde, of iemand die een set op de bank zit. Wie het doet, hoeft geen volleybalkenner te zijn — alleen iemand die een hele set zijn aandacht kan vasthouden, en liefst iemand die het vaker wil doen.
Wat je die persoon vooraf vertelt, hoe je het in één minuut uitlegt en wat je er zelf voor terugkrijgt, staat in live scoren overdragen aan een registrator.
Stapel 4: een tweede trainer — wat hij overneemt en wat niet
Van de vijf stapels is dit de enige waarbij je echt iemand nodig hebt die iets van het spel weet. Het voelt vaak als toegeven dat je het niet alleen kunt, maar dat is het niet: een team met twee trainers draait door als een van beiden een week uitvalt, en een team met één trainer niet.
Wat een tweede trainer goed kan overnemen:
- Een vast deel van elke training, bijvoorbeeld de warming-up of een groep bij de stations.
- Eén training per week helemaal, als je er twee geeft.
- De wedstrijd als jij er niet bent, met een opstelling die jullie vooraf samen hebben gemaakt.
- Eén van de stapels hierboven, als er geen ouder voor te vinden is.
Wat je beter niet overdraagt, zijn de dingen waarvoor het team één stem nodig heeft: de uiteindelijke keuze wie er speelt, en het gesprek met een ouder over speeltijd. Niet omdat een tweede trainer dat niet kan, maar omdat spelers en ouders anders gaan kiezen bij wie ze hun vraag neerleggen. Hoe je als twee trainers rechten, notities en afstemming regelt, staat in samenwerken met meerdere trainers in één team.
Stapel 5: de wedstrijd die je mee naar huis neemt
Deze stapel staat in geen enkel schema en weegt vaak toch het zwaarst. Een reeks nederlagen, een boze ouder, een speler die stopte zonder uitleg: het werk zit in het malen erna.
Dit kun je niet weggeven. Je kunt wel drie dingen doen die het kleiner maken:
- Sluit de wedstrijd op een vast moment af. Schrijf dezelfde avond in een paar regels op wat er gebeurde en wat je ermee wilt doen. Daarna is het opgeschreven en hoef je het niet meer vast te houden.
- Reageer die avond niet op berichten over de wedstrijd. Een antwoord op een geïrriteerde vraag laat op de avond wordt zelden beter dan hetzelfde antwoord de dag erna.
- Heb één persoon om het mee door te nemen. Je tweede trainer, een andere coach in de club, of iemand die je team niet kent. Niet om het op te lossen, maar om het niet in je eentje rond te draaien.
Hoe één coach dit in de praktijk heeft aangepakt — wat hij als eerste weggaf, en wat hij liet liggen in een week dat het echt niet ging — vertelt hij in het interview over stoppen als volleybalcoach en hoe je het volhoudt. Dat verhaal gaat over de vraag of je doorgaat; dit artikel gaat alleen over wat je weggeeft.
Als er niemand is om iets aan te geven
Een klein team, weinig ouders die kunnen, geen tweede trainer te vinden: dan blijft er één route over, en dat is kleiner maken.
- Schrap de W-kolom echt. Het wekelijkse verslag, de extra oefenwedstrijd, de uitgebreide opstelling in de groep: als niemand erom vroeg, laat het vallen.
- Bundel je berichten. Eén vast moment per week waarop je alles voor de komende week in één keer deelt, in plaats van losse berichten verspreid over de dagen.
- Verlaag de norm waar het niet uitmaakt. Een rijschema met één ruil die niet helemaal soepel liep, is goed genoeg.
En ga naar de club, maar kom niet met "het is te veel". Kom met de lijst: dit zijn de stapels, deze drie kan ik niet kwijt, voor deze ene heb ik iemand nodig. Een concrete vraag krijgt een concreet antwoord. Wat een club kan doen om trainers te vinden en te houden, staat in trainers werven en behouden als vereniging. Sta je voor je eerste seizoen en wil je voorkomen dat het zover komt, begin dan bij beginnen als volleybalcoach.
Probeer het zelf in Koach
Een app neemt deze stapels niet weg, maar kan ze wel bij de juiste persoon leggen zonder dat jij ertussen zit. In Koach gaat dat om vier dingen:
- Een tweede trainer uitnodigen met een link. Met een Coach-abonnement zet je er één naast jezelf, twee in totaal; met een Club-abonnement is het aantal trainers onbeperkt.
- Het scoren machtigen. Onderaan het wedstrijdscherm machtig je een lid met een gekoppeld account om de wedstrijd bij te houden. Dat moet een speler van het team zijn — een ouder kan dit niet. In de praktijk is het meestal een geblesseerde of gewisselde speler.
- Het aanmelden bij de spelers. Spelers melden zich zelf aan of af, en wie 48 uur van tevoren nog niets heeft laten weten, krijgt één zetje; hoe dat werkt, staat in de herinnering twee dagen vooraf.
- Het rijden als taak. Zet een taak op het teambord; er staat 'Nog niemand aangemeld' tot iemand op 'Ik doe het' tikt. Hoe mededelingen, polls en taken werken, staat in teamberichten, polls en taken.
De app bedenkt je training niet, praat niet met je spelers en neemt de wedstrijd die je mee naar huis neemt niet van je over. Hij zorgt ervoor dat je minder alleen doet, niet dat je minder doet. Zet je team erin, nodig een tweede trainer uit en leg het aanmelden bij je spelers: je kunt Koach 14 dagen gratis proberen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel trainers kan ik naast mezelf in één team zetten?
Dat hangt af van je club en, als je een app gebruikt, van je abonnement. In Koach kun je met een Coach-abonnement één extra trainer toevoegen, twee in totaal; met een Club-abonnement is het aantal trainers per team onbeperkt. Los daarvan werkt één vaste tweede trainer in de praktijk meestal beter dan drie die elkaar afwisselen, omdat spelers dan weten bij wie ze moeten zijn.
Mag een ouder de wedstrijd live scoren in mijn plaats?
Op papier kan iedereen de score bijhouden, dus ook een ouder. In Koach werkt het machtigen om live te scoren alleen voor een speler van het team met een gekoppeld account; een ouderaccount kan niet gemachtigd worden. Daarom is het in de praktijk vaak een geblesseerde speler of iemand die die set op de bank zit.
Wat doe ik als niemand in het team een taak wil overnemen?
Maak de vraag kleiner en persoonlijker. Vraag niet de groep, maar één persoon, voor één stapel en met een duidelijk einde, zoals het rijschema voor de rest van de seizoenshelft. Lukt dat nog steeds niet, kijk dan of de taak echt moet bestaan of op een lager niveau kan. En ga met een concrete lijst naar de club: welke stapel je niet kwijt kunt en wat je daarvoor nodig hebt.
Ik denk erover te stoppen als coach — wat zeg ik tegen de club?
Zeg het vroeg, en zeg het concreet. Niet alleen dat het te veel is, maar welke stapel te veel is: het aanmelden, het rijden, het scoren, de training of wat je mee naar huis neemt. Vraag om hulp bij die ene stapel voordat je een besluit neemt, zodat de club iets kan doen. Hoe een andere coach die afweging heeft gemaakt, lees je in het interview over stoppen als volleybalcoach en hoe je het volhoudt.
Is het niet makkelijker om het gewoon zelf te doen?
Voor één week wel, voor een seizoen niet. Het eerste overdragen kost tijd: uitleggen, loslaten en accepteren dat het anders gaat dan jij het zou doen. Maar die tijd besteed je één keer, terwijl de taak elke week terugkomt. Kies daarom voor het overdragen een rustige periode, niet de week van een belangrijke wedstrijd.
Probeer het zelf in Koach
Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


