Volleybaloefeningen · Blokkeren
Blokvoetenwerk langs het net
Twee manieren om langs het net te komen in één ronde: de shuffle voor het korte stuk en de crossover voor het lange. Er komt geen bal aan te pas, zodat je alleen naar de voeten en de handen hoeft te kijken. Wie die twee door elkaar haalt komt óf te laat óf uit balans aan.
Fase 1 van 7Start op positie 3, handen hoog bij het net
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Shuffle (kort) en crossover (lang) langs het net met bloksprong; handen hoog, schouders parallel.
- De keuze tussen shuffle en crossover: kort verplaatsen zonder de schouders te draaien, lang verplaatsen mét draai.
- Handen die de hele ronde boven schouderhoogte blijven, ook tijdens het verplaatsen.
- Elke sprong recht omhoog afsluiten, zodat je landt waar je afzette.
Coachpunten
Handen blijven boven je schouders, ook tijdens het schuiven.
Wie zijn armen laat zakken moet ze onderweg omhoog zwaaien. Dat kost een tiende seconde en levert precies de netaanrakingen op die je in de wedstrijd ziet.
Shuffle tot ongeveer een meter, daarna crossover.
Blijven shufflen over een grotere afstand maakt de passen kort en de laatste stap te klein — je zet dan af terwijl je gewicht nog zijwaarts beweegt.
Sluit de crossover af met de voeten parallel aan het net.
Spring je met de voeten nog schuin, dan drijf je tijdens de sprong het net in of langs de aanvaller heen in plaats van recht voor hem.
Land op dezelfde plek waar je afzette.
Zijwaarts wegspringen is de meest voorkomende oorzaak van een verzwikte enkel op de voet van een medeblokkeerder, en het trekt je blok een gat breed uit elkaar.
Variaties
- Makkelijker
- Laat de sprong weg en loop alleen het patroon: shuffle heen, crossover terug. Pas als de voeten kloppen komt de sprong erbij.
- Moeilijker
- Jij geeft pas tijdens het verplaatsen aan waar de sprong komt, zodat de speler halverwege van shuffle naar crossover moet schakelen.
- Met zes spelers
- Drie tegelijk langs het net, een meter uit elkaar, die hun sprong op elkaar timen zonder te praten. De andere drie kijken mee en tellen de netaanrakingen.
- Als wedstrijdje
- Vier sprongen per ronde, twee ronden per speler. Elke netaanraking en elke landing buiten de afzetplek kost een punt; de laagste score wint.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: voetenwerk, timing en handen bij het blok · meer blokoefeningen voor je middenaanvallers · veilig leren landen na een bloksprong