Volleybaloefeningen · Serveren
Korte-service wedstrijd
De korte service is de bal die zelden getraind wordt en die in een wedstrijd meteen twee spelers in verlegenheid brengt: de passer die naar voren moet en de spelverdeler die juist weg wil. Hier telt alleen wat vóór de 3-meterlijn valt, dus diep serveren is per definitie fout. Vijf korte ballen raak is de winst.
Fase 1 van 5Alleen services vóór de 3-meterlijn tellen; de vanger staat achter mat 1
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Alleen services vóór de 3-meterlijn tellen; traint de tactisch korte float.
- Een bal kort houden zonder hem zacht te slaan.
- De baan sturen met de opgooi in plaats van met minder kracht.
- Voelen hoe klein de marge is: te kort is het net, te diep telt niet.
Coachpunten
Gooi lager op en raak de bal eerder.
Kracht wegnemen is de reflex, maar dat geeft een hoge boog waar iedereen rustig onder gaat staan. Lager opgooien maakt de baan vlak én kort.
Mik op de schouders van de passer, niet op de vloer.
Een korte bal die op kniehoogte binnenkomt wordt gewoon gepast. Een bal die op borsthoogte vóór iemand valt, moet met de handen of met een stap naar voren.
Kijk waar de spelverdeler vandaan komt.
De korte bal is in de wedstrijd vooral lastig omdat hij in het loopgebied van de spelverdeler valt. Op de mat oefen je de techniek; de zin ervan zit in die plek.
Twee ballen in het net achter elkaar: neem een halve meter meer hoogte.
Kort serveren gaat sneller mis dan diep serveren. Liever een bal die net achter de aanvalslijn valt dan een reeks in het net, want daar leert niemand iets van.
Variaties
- Makkelijker
- Leg de grens op de helft van het achterveld in plaats van op de 3-meterlijn: alles wat daarvóór valt telt. Serveren mag vanaf de 3-meterlijn.
- Moeilijker
- Alleen ballen die de mat werkelijk raken tellen mee, en de serveerder moet vaste volgorde aanhouden: mat 1, mat 2, mat 3 en weer terug.
- Met tien spelers
- Vijf serveerders per kant, drie matten per veldhelft en twee vangers die de ballen doorrollen. Iedere serveerder krijgt drie ballen per beurt.
- Als wedstrijdje
- Vijf korte raak op rij is winst. Een diepe bal die wel in het veld valt is geen fout maar telt niet mee; een bal in het net zet de teller op nul.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: waarom de bal zweeft en hoe je hem slaat · de oorzaken van een service in het net · wanneer kort en wanneer diep serveren loont