Open de app

Volleybaloefeningen · Verdediging · Blokkeren

Tipballen dekken

Het blok verplaatst mee met de set en springt op de aanval, maar in plaats van de klap komt er een korte tip achter het blok vandaan. De achterspelers moeten dus op het juiste moment naar voren stappen: te vroeg en de harde bal gaat langs je, te laat en de tip is binnen.

12 spelers 7 fases ± 20 min 6 ballen, heel veld met net Vanaf de B-jeugd
M1 M2 P D1 L D2 1 S 2 3 4 5

Fase 1 van 7Blok staat klaar; de spelverdeler van de tegenpartij heeft de bal

Het verdedigende team (M1 en M2 = het blok, P = de derde voorspeler, D1 en D2 = de hoeken, L = libero) De tegenpartij (S = hun spelverdeler) Bal

Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.

Openen in de app

Zo verloopt de oefening

Waar train je op

Het blok springt op de aanval terwijl de achterspelers naar voren duiken om korte tipballen op te vangen.

Coachpunten

Stap pas naar voren als de hand van de aanvaller opengaat.

Dat is het enige betrouwbare signaal voor een tip. Op de aanloop of de sprong reageren is gokken, en dan ben je de helft van de tijd verkeerd vertrokken.

De voorspeler die niet blokt neemt de bal vóór het blok.

Hij staat het dichtst bij en heeft als enige zicht op de bal langs de zijkant van het blok. Achterspelers komen daar per definitie te laat.

Achterspelers dekken de zone achter het blok, niet ernaast.

Een tip valt bijna altijd in de schaduw van het blok, want daar durft de aanvaller hem neer te leggen. Wie ernaast staat, ziet de bal precies tussen zich en het blok in vallen.

De geredde tip gaat hoog naar het midden en wordt afgemaakt.

Een tip redden is de helft van het werk. Zolang de bal niet terug over het net gaat, heeft de tegenstander nog steeds voordeel — en dat is precies waarom hij tipt.

Variaties

Makkelijker
De tegenpartij tipt elke bal en kondigt de kant aan, zodat de verdediging eerst het moment en de looprichting kan oefenen.
Moeilijker
De aanvaller kiest vrij tussen tip, harde bal en een bal tegen de handen van het blok, zodat de dekking ook de blokaanraking moet opvangen.
Met zes spelers
Laat het aanvallende team weg: de trainer tipt vanaf een kist, twee spelers blokken en vier dekken. Wissel elke tien ballen.
Als wedstrijdje
Tien opbouwen per ronde. Twee punten als de geredde tip tot een tegenaanval leidt, één punt voor een redding zonder vervolg, en de aanvallers scoren per bal op de vloer.

Volleybaloefeningen

Verder lezen in de kennisbank: waarom een aanvaller tipt · de taak van de off-blocker · blok en dekking op elkaar afstemmen

200 oefeningen in je broekzak, met animatie

Gratis proberen