Dubbelblok in volleybal: wie zet het blok en wie sluit aan?
Het korte antwoord
Bij een dubbelblok zet de buitenblokkeerder aan de kant van de aanval het blok voor de slagarm van de aanvaller, en sluit de middenblokkeerder daarop aan, schouder aan schouder en zonder gat. Ze springen samen. Een driemansblok zet je in tegen een hoge, voorspelbare set naar een sterke aanvaller.
Een dubbelblok in volleybal is meer dan twee spelers die tegelijk springen. Eén blokkeerder bepaalt de plek, de ander sluit aan, en samen schermen ze een deel van het veld af. Dit artikel legt per aanvalsplek uit wie wat doet, hoe de midden op tijd aansluit, wanneer je met drie blokt en hoe je het traint.
Zetten en sluiten: de rolverdeling in een dubbelblok
In het reglement heet een blok met twee of drie spelers een collectief blok: het wordt uitgevoerd door spelers dicht bij elkaar en is voltooid zodra een van hen de bal raakt (regel 14.1.4 van de Official Volleyball Rules 2025-2028). In de praktijk heeft elk dubbelblok twee rollen:
- De zetter van het blok. De blokkeerder aan de kant waar de aanval komt, bepaalt de plek. Hij zet zich voor de slagarm van de aanvaller, op de lijn van diens aanloop, en springt op de timing van de aanvaller. Zijn buitenste hand draait iets naar binnen, naar het midden van het veld, zodat een bal die op die hand komt terugvalt in het veld en niet over de zijlijn wordt weggetikt.
- De sluiter. Meestal de middenblokkeerder. Hij komt naast de zetter staan, heup aan heup, en springt op hetzelfde moment. Tussen hun binnenste handen mag geen bal passen. Het gat tussen twee blokkeerders heet de naad, en daar is de sluiter verantwoordelijk voor.
De zetter beslist, de sluiter volgt. Staat de zetter verkeerd, dan sluit de midden toch op hem aan: twee handen op de verkeerde plek zonder gat zijn beter dan twee goede handen met een gat ertussen. De basis van houding, sprong en handen staat in blokkeren: voetenwerk, timing en handen; hier gaat het om het samenwerken.
Wie zet en wie sluit, per aanvalsplek
| Aanval van de tegenstander | Wie zet | Wie sluit |
|---|---|---|
| Buitenaanvaller, hun linkerkant | Jouw blokkeerder op positie 2 | Jouw midden |
| Diagonaal of rechts, hun rechterkant | Jouw blokkeerder op positie 4 | Jouw midden |
| Snelle middenaanval | Jouw midden | Alleen als er tijd is: de dichtstbijzijnde buitenblokkeerder |
| Aanval van achter de driemeterlijn door het midden | Jouw midden | De buitenblokkeerder die jullie daarvoor afspreken |
De blokkeerder die niet meedoet, zakt van het net af en dekt de korte diagonaal en de tip. Of je midden wacht tot hij de set ziet of vooraf meespringt met hun middenaanvaller, bepaalt hoe vaak er aan de zijkant een dubbelblok staat: dat is de keuze tussen read en commit blokkeren.
Speel je een 5-1, dan staat je spelverdeler in drie rotaties voorin en blokt hij rechtsvoor, op positie 2. Hij is dan de zetter tegen hun buitenaanvaller, die vaak veel ballen krijgt. Is je spelverdeler klein, spreek dan af dat hij de lijn neemt en dat de midden eerder vertrekt om de rest af te sluiten. Voorspelers ruilen na de service naar hun blokplek. Sinds de regels van 2025 mag het serverende team al bij de service overal in het eigen veld staan (regel 7.4), zodat je blokkeerders bij je eigen service direct op hun blokplek kunnen beginnen; het ontvangende team moet nog in de rotatievolgorde staan. Wat er verder veranderde, staat in de nieuwe spelregels.
Het voetenwerk van de sluitende midden
De midden wacht in het midden van het net, met zijn handen voor zijn schouders. Hoe ver hij moet, bepaalt de pas:
- Tot een meter of twee: zijwaarts bijsluiten, twee passen, schouders evenwijdig aan het net.
- Verder, naar de antenne: de kruispas. Open met de voet aan de kant waar hij heen gaat, kruis met de andere, plant de laatste pas zo dat zijn voeten weer evenwijdig aan het net staan, en spring recht omhoog.
Twee details maken het verschil. Ten eerste: de laatste pas stopt de beweging. Wie met zijn heupen nog doorschuift, zweeft zijwaarts tegen de zetter aan en landt op diens voeten. Ten tweede: de midden kijkt tijdens het lopen naar de aanvaller, niet naar de zetter. De zetter staat al stil; de plek naast hem vind je op gevoel, de timing alleen door te kijken. Gevorderde middens zwaaien bij de afzet hun armen mee zoals bij een aanvalssprong. Dat geeft hoogte, maar vraagt veel training en een goede landing.
Wat de handen afschermen
Een dubbelblok schermt een deel van het veld af en stuurt de aanval naar je verdedigers. Een veelgebruikte afspraak: de zetter neemt met zijn buitenste hand de lijn, de sluiter neemt de bal en de diagonaal daarachter. Je verdedigers staan dan in de schaduw van het blok en verdedigen wat eromheen gaat. Spreek per wedstrijd af wat jullie blok afschermt en vertel het de verdedigers ook. Tegen een aanvaller die maar één slag heeft, verschuif je het blok bewust naar die slag; hoe je zo'n plan maakt, staat in het blok organiseren tegen een sterke aanvaller. Alle soorten blok naast elkaar, van enkel tot read en commit, vind je in soorten blok in volleybal.
Wanneer met drie: het driemansblok
Alleen voorspelers mogen een blok voltooien of meedoen aan een voltooid blok, en de libero mag nooit blokken (regels 14.1.1, 14.6.2 en 14.6.6). Een driemansblok bestaat dus uit alle drie je voorspelers. De derde blokkeerder sluit aan de binnenkant aan, naast de midden.
Een driemansblok loont in drie situaties:
- Een hoge set na een slechte pass. De tegenstander heeft maar één optie en de bal hangt lang in de lucht. Er is tijd om met drie te komen.
- Hun vaste afmaker in de slotfase. Bij 22-22 weet iedereen naar wie de bal gaat.
- Een aanvaller die je met twee niet stopt. Drie paar handen nemen meer van het veld weg.
De prijs is hoog. Achter het blok staan nog drie verdedigers voor een tip, een afgeslagen bal en beide diepe hoeken. En de derde blokkeerder komt van de andere kant van het net en moet een flink stuk afleggen. Komt hij te laat, dan springt hij in de naad en maakt hij er een gat bij. De regel: liever een goed dubbelblok dan een laat driemansblok.
Zo train je het dubbelblok
- Zonder bal. Drietallen aan het net. De trainer wijst naar links of rechts: de buitenblokkeerder aan die kant zet, de midden sluit, en beiden springen samen. Na de landing gooit de trainer een bal tegen de naad. Past hij ertussen, dan was het blok niet dicht.
- Tegen een aanval van een verhoging. Een trainer of speler slaat vanaf een kist aan de overkant, afwisselend links en rechts. De blokkeerders zetten en sluiten op een voorspelbare bal, zodat de timing kan groeien.
- Met een spelverdeler en twee aanvallers. De spelverdeler kiest zelf. De midden leest en sluit aan. Telling voor het blok: een aanraking die de bal afremt één punt, een blokpunt twee, een bal door de naad min één.
- In de partijvorm. Zes tegen zes, waarbij een blokpunt dubbel telt. Nu moet het blok lezen, beslissen en sluiten in het tempo van een echte rally.
Laat de zetter roepen, niet de midden. Spreek af dat de zetter van het blok op het moment van de set één woord roept, bijvoorbeeld “Hier”. De midden weet dan waar hij heen moet zonder naar zijn buurman te kijken, en kan zijn ogen houden waar ze horen: op de aanvaller.
Hoe het blok past in het geheel van service, receptie, aanval en verdediging, staat in volleybaltactiek.
Blokpunten en blokaanrakingen bijhouden
Een dubbelblok scoort minder vaak dan je hoopt, maar het remt veel ballen af. Wil je weten wat je blok doet, houd dan meer bij dan blokpunten. In Koach boek je bij live scoren eerst het punt; in de lade Hoe scoorden we? kies je daarna Blok en tik je de blokkeerder aan. Bij een dubbelblok tik je één speler, dus spreek als team af wie het punt krijgt, bijvoorbeeld de blokkeerder die de bal het eerst raakte.
In de Expert-modus geef je bovendien elk blok een cijfer van 0 tot 5, van Punt zij en Geen blok tot Bruikbaar, Goed en Blokpunt. Zo tellen ook de aanrakingen mee die de bal speelbaar maakten voor je verdedigers. Wat Koach na de 14 gratis dagen kost, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Houd zaterdag elk blokpunt bij en zie na drie wedstrijden welke kant van je blok het werk doet.
Probeer Koach in je volgende wedstrijdVeelgestelde vragen
Wie zet het blok bij een dubbelblok?
De buitenblokkeerder aan de kant waar de aanval komt: tegen hun buitenaanvaller jouw blokkeerder op positie 2, tegen hun diagonaal jouw blokkeerder op positie 4. Hij zet zich voor de slagarm van de aanvaller. De middenblokkeerder sluit op hem aan, ook als de plek niet perfect is, want een dicht blok op de verkeerde plek is beter dan een gat.
Telt een dubbelblok als een balcontact?
Nee. Een blokaanraking telt niet als teamcontact, dus na een blok heeft je team nog drie contacten. De bal mag in één actie ook meerdere blokkeerders na elkaar raken, en de speler die blokte, mag de volgende bal zelf spelen. Dat staat in regel 14.2 en 14.4 van het FIVB-reglement.
Mag een achterspeler meeblokkeren?
Nee. Alleen voorspelers mogen een blok voltooien of meedoen aan een voltooid blok, en de libero mag niet eens een poging doen. Sinds 2025 mag het serverende team bij de service wel overal in het eigen veld staan, maar een achterspeler die aan het net staat, mag daarna nog steeds niet blokken.
Wat doet de middenblokkeerder als hij te laat is?
Dan springt hij niet half in de naad. Een blokkeerder die te laat komt, maakt het gat juist groter en zit zijn verdediger in de weg. Liever één goed geplaatst blok: de midden blijft staan of zakt af en verdedigt de tip en de korte bal achter de zetter.
Houd je blokpunten bij in Koach
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na drie wedstrijden zie je welke kant van je blok werkt.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


