Soorten blok in volleybal: enkel, dubbel, read en commit
Het korte antwoord
De soorten blok in volleybal deel je op drie manieren in: naar doel (aanvallend om te scoren, verdedigend om de bal af te remmen), naar aantal (enkel, dubbel of driemansblok) en naar hoe je beslist (read, commit of swing). Daarnaast kiest het blok welke zone het afsluit: de lijn of de diagonaal.
Soorten blok in volleybal worden vaak door elkaar gehaald: een dubbelblok kan read of commit zijn, en aanvallend of verdedigend. Dit overzicht zet de vormen naast elkaar, met de regels van de FIVB, wanneer je welke kiest en hoe je ze traint.
Wat het reglement een blok noemt
Een blok is de actie van spelers dicht bij het net om de bal van de tegenstander te onderscheppen door hoger te reiken dan de netrand, ongeacht op welke hoogte ze de bal raken (regel 14.1.1). De regels die voor elke vorm gelden:
- Alleen voorspelers mogen een blok voltooien, en bij het contact moet een deel van het lichaam boven de netrand zijn. Een achterspeler of libero die meedoet aan een blok dat de bal raakt, maakt een fout, en de libero mag het niet eens proberen (regel 14.6).
- Blokpoging en blok. Spring je zonder de bal te raken, dan is het een blokpoging; raakt een blokkeerder de bal, dan is het blok voltooid. Een collectief blok is een blok van twee of drie spelers dicht bij elkaar, voltooid zodra een van hen de bal raakt (regel 14.1.2 tot 14.1.4).
- Over het net reiken mag, zolang je het spel van de tegenstander niet hindert. De bal aan zijn kant raken mag pas na zijn aanval (regel 14.3).
- Het blok telt niet als contact. Na een blokaanraking heeft je ploeg nog drie contacten, en de blokkeerder mag het eerste daarvan zelf spelen (regel 14.4).
- De service blokkeren is verboden (regel 14.5).
Het blok is een van de basistechnieken uit volleybaltechniek leren. Hoe je springt, je handen zet en langs het net beweegt, staat in blokkeren: voetenwerk, timing en handen. Hieronder gaat het over de keuzes daarboven: met welk doel, met hoeveel, hoe je beslist en wat je afsluit.
Aanvallend of verdedigend blok
Het aanvallende blok wil scoren. De blokkeerder brengt zijn handen over het net naar de bal, met gespreide, gespannen vingers en stevige polsen, zodat de bal terugvalt in het veld van de aanvaller. Het vraagt reikhoogte en timing, en het kost iets: wie te vroeg over het net hangt, raakt het net of wordt door de aanvaller via de handen uitgeslagen.
Het verdedigende blok, ook wel soft block, wil de bal afremmen. De handen staan hoger en kantelen iets naar achteren, met de handpalmen schuin omhoog. Raakt de bal ze, dan stuitert hij omhoog aan je eigen kant en kan je ploeg een counter opbouwen. Het is de keuze voor een blokkeerder die tegen een langere aanvaller niet over het net komt, of die te laat is om nog te penetreren. Een bruikbare aanraking is dan het doel, geen blokpunt.
Veel ploegen spreken het per blokkeerder af: de lange midden blokt aanvallend, de kleinere buitenblokkeerder verdedigend. Tegen een aanvaller die hoog boven het blok uitkomt, is verdedigend blokken voor iedereen de verstandige keuze.
Enkel, dubbel of driemansblok
- Enkelblok. Eén blokkeerder, bijvoorbeeld tegen een snelle middenaanval of aan de zijkant als je midden met de quick is meegesprongen. Een enkelblok kan niet alles dekken: het neemt één richting weg, en de verdediging staat in de rest.
- Dubbelblok. De gewone vorm tegen een aanval van buiten. De buitenblokkeerder bepaalt de plek, de middenblokkeerder sluit aan, schouder aan schouder en zonder gat tussen de handen. Wie bij wie aansluit en wanneer er een derde bij komt, staat in dubbelblok en driemansblok.
- Driemansblok. Alle drie de voorspelers tegen één aanvaller, meestal op een hoge bal na een slechte pass van de tegenstander. Het sluit veel af, maar laat de korte ballen achter het blok en de ruimte achterin dunner bezet.
Read, commit, gok of swing: hoe blokkeerders beslissen
- Read. De blokkeerder wacht, kijkt naar de pass, de spelverdeler en de bal, en vertrekt pas als hij ziet waar de set heen gaat. Hij is bijna nooit helemaal fout en staat vaker met twee bij de bal.
- Commit. De middenblokkeerder springt mee met de snelle middenaanvaller, nog voordat de set er is. Komt de quick, dan staat hij erbovenop; komt hij niet, dan staan de buitenblokkeerders er alleen voor.
- Gok. De blokkeerder kiest vooraf een aanvaller op basis van wat hij van de spelverdeler weet, bijvoorbeeld dat die na een slechte pass altijd naar buiten speelt. Een gok werkt alleen met goede informatie en als het hele blok het weet.
- Swing. In plaats van zijwaarts te schuiven, loopt de blokkeerder met een kruispas aan en zwaait zijn armen mee, zoals bij een aanloop. Hij springt hoger en komt verder, maar de timing is lastiger. Je ziet het vooral op hoog niveau.
Read en commit zijn de twee systemen waar elk team tussen kiest; hoe je dat per tegenstander afweegt, staat in read blokkeren of commit blokkeren.
Lijn of diagonaal: welke zone het blok afsluit
Een blok kan niet alles afsluiten, dus kiest het. Sluit de buitenblokkeerder de lijn af, dan blijft voor een harde slag vooral de diagonaal over en staat je verdediging daar. Sluit het blok de diagonaal af, dan verdedigt je achterspeler de lijn. Blok en verdediging zijn dus één afspraak: wat het blok dichtzet, hoeft achterin niemand te dekken. Die keuze maak je per aanvaller, op wat je van hem ziet: slaat hij bijna alles diagonaal, dan zet je de diagonaal dicht. Hoe je dat organiseert tegen een sterke aanvaller van de tegenstander, staat in blok organiseren.
Ook de beginstand aan het net is een keuze. Staan de drie blokkeerders verspreid, met de buitenste dicht bij de antennes, dan ben je snel bij een strakke set naar buiten. Staan ze dicht bij elkaar in het midden, dan dek je de middenaanval en kun je naar beide kanten verschuiven, maar heb je een langere weg naar de antenne.
| Soort blok | Wat het doet | Wanneer |
|---|---|---|
| Aanvallend | Handen over het net, bal terug in hun veld | Blokkeerder komt hoog genoeg |
| Verdedigend | Handen hoog en schuin, bal omhoog aan eigen kant | Aanvaller komt boven het blok uit |
| Enkelblok | Eén richting dicht | Snelle aanval, of midden is meegesprongen |
| Dubbelblok | Buiten zet, midden sluit aan | Gewone aanval van buiten |
| Driemansblok | Alle voorspelers op één aanvaller | Hoge bal, één dominante aanvaller |
| Read | Wachten tot de set duidelijk is | Basis voor veel teams |
| Commit | Mee met de quick, voor de set | Tegen een sterke middenaanvaller |
| Swing | Aanloop met armzwaai langs het net | Ervaren blokkeerders, hoog niveau |
Tel de bruikbare aanraking mee. Geef in een partijvorm een extra punt aan de ploeg die na een blokaanraking de counter wint. Je blokkeerders leren zo dat een verdedigend blok dat de bal afremt evenveel waard kan zijn als een blokpunt, en je verdedigers leren achter het blok klaar te staan.
Zo train je de verschillende blokken
- Aanvallend tegenover verdedigend. Een trainer slaat vanaf een verhoging aan de overkant. De blokkeerder blokt vijf ballen aanvallend en vijf verdedigend, en zegt na elke bal waar hij terechtkwam. Zo voelt hij het verschil in handstand.
- Eerst lezen, dan vertrekken. Een spelverdeler krijgt een aangegooide bal en kiest zelf: buiten, midden of rechts. De middenblokkeerder mag pas bewegen als de bal de handen van de spelverdeler verlaat, en roept bij het vertrek waar hij heen gaat. Wie te vroeg vertrekt, blokt de volgende bal alleen.
- Lijn of diagonaal op commando. Voor elke rally roept de trainer welke zone het blok dichtzet. De verdediging zet zich daarachter op, en de aanvaller probeert de open zone te vinden.
Meer vormen staan in blokoefeningen voor je middenaanvallers.
Blokken bijhouden in de wedstrijd
Blokpunten zijn zeldzaam, dus elke telt. In Koach tik je na een punt in de lade Hoe scoorden we? op Blok en daarna op de speler; de libero is daar niet aan te tikken, want die mag niet blokken. Houd je de wedstrijd in Expert bij, dan krijgt elke blokactie een cijfer van 0 tot 5: Punt zij, Geen blok, Zwak, Bruikbaar, Goed of Blokpunt. Daarmee zie je ook de verdedigende blokken die geen punt opleverden maar de bal wel afremden. Hoe je met de blokpunten zelf stuurt, staat in blokpunten meten.
Wat Koach na de 14 gratis dagen kost, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Houd zaterdag elke blokactie bij en zie welke blokkeerder de bal afremt en wie scoort.
Probeer Koach bij je volgende wedstrijdDe volledige tekst van de blokregels staat in de Official Volleyball Rules 2025-2028 van de FIVB, regel 14.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een blokpoging en een blok?
Bij een blokpoging spring je om te blokken, maar raak je de bal niet. Raakt een blokkeerder de bal, dan is het blok voltooid. Dat verschil is belangrijk voor achterspelers: alleen voorspelers mogen een blok voltooien, en een achterspeler die meedoet aan een blok dat de bal raakt, maakt een fout. De libero mag ook geen blokpoging doen.
Telt een blok als een van de drie balcontacten?
Nee. Een blokaanraking telt niet als contact van je ploeg, dus daarna heb je nog drie contacten om de bal terug te spelen. De speler die de bal in het blok raakte, mag ook het eerste contact daarna spelen. In het beachvolleybal is dat anders: daar telt het blok wel mee.
Wanneer kies je een verdedigend blok?
Als je blokkeerder niet hoog genoeg komt om over het net te reiken, als de aanvaller boven het blok uitkomt, of als de blokkeerder te laat is om nog te penetreren. De handen staan dan hoog en kantelen iets naar achteren, zodat een aanraking de bal omhoog aan je eigen kant stuurt in plaats van ernaast.
Wat is beter, read of commit blokkeren?
Voor de meeste amateurteams is read de basis, omdat de snelle middenaanval daar minder vaak voorkomt en lezen meer dubbelblokken oplevert. Commit loont tegen een middenaanvaller die veel scoort, maar dan staan je buitenblokkeerders er vaker alleen voor. Veel teams spelen read en committen alleen in afgesproken situaties.
Zie wat je blok echt oplevert
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na één wedstrijd in Expert zie je per blokkeerder meer dan blokpunten.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


