Lastige ouders langs de lijn: wat je tijdens de wedstrijd doet | Koach Volleyball
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Coachvak & fysiek

Lastige ouders langs de lijn: wat je tijdens de wedstrijd doet

De vader die vanaf de tribune meecoacht terwijl jij aan het coachen bent. De ouder die een beginnende scheidsrechter zit af te branden. De moeder die na de laatste bal meteen over speeltijd begint. Lastige ouders langs de lijn horen bij het deel van het coachen waar niemand je op voorbereidt, en het is zelden opgelost met één goed gesprek. Dit stuk gaat over het moment zelf: wat je tijdens de wedstrijd doet, wat je bewaart voor een rustig moment, en waar de grens ligt tussen jouw taak en die van de club.

Leestijd: 6 min

Vier lastige ouders langs de lijn, en wat ze eigenlijk vragen

Het helpt om te beginnen bij wat je ziet en niet bij wat je ervan vindt. Bijna al het gedoe langs de lijn valt in vier soorten, en achter elk daarvan zit een vraag die de ouder niet stelt.

Belangrijk: geen van deze vier is per se een slecht mens, en geen van de vier los je op tijdens een rally. De afspraken die dit soort gedrag vóór het seizoen al voor een deel wegnemen — en hoe je die met de groep maakt — staan in de afspraken met ouders langs de lijn. Hieronder gaat het over de wedstrijd waarin die afspraken er nog niet zijn, of niet werken. Coach je je eigen kind ook in dit team, dan speelt er bovendien iets wat je bij de andere ouders niet hebt; dat staat in je eigen kind coachen.

De ouder die meecoacht vanaf de tribune: wat je tijdens de rally doet

Tijdens een rally los je dit niet op. Elke seconde die je aan de tribune besteedt, is een seconde waarin je je eigen team niet coacht — en dat is precies het probleem dat je wilde oplossen.

Wat wel werkt, is de speler van jouw stem voorzien. Een speler die twee instructies tegelijk krijgt, voert geen van beide uit; hij bevriest. Geef daarom een korte, concrete aanwijzing op het moment dat de ouder ook iets roept — één woord is genoeg. Kijk de speler aan, niet de tribune. Zo overschrijf je de instructie zonder dat er iemand gecorrigeerd hoeft te worden.

In de onderbreking daarna zeg je het tegen de speler en niet tegen de ouder: "Je luistert naar mij, ook als er iets anders geroepen wordt." Dat haalt de keuze bij hem weg, en dat is de helft van de last.

Het gesprek met de ouder zelf voer je pas als het zich herhaalt, en dan kort, vriendelijk en buiten het gehoor van het team. Eén zin is meestal genoeg: je coacht vanaf de kant, zodat de spelers maar naar één stem hoeven te luisteren. Doe dat niet in de pauze van een spannende wedstrijd en niet met je rug naar het veld, want dan heb je twee problemen tegelijk.

De ouder die een beginnende scheidsrechter afbrandt

Hier ligt de grens anders dan bij de andere drie, en dat mag je ook zo behandelen. In jeugdwedstrijden fluit er vaak iemand die het vak nog aan het leren is, of een vrijwilliger die het doet omdat het anders niemand doet. Die beschermen is geen kwestie van sportiviteit maar onderdeel van je taak: een beginnende scheidsrechter die zo wordt ontvangen, haakt makkelijk af, en dan is er straks niemand meer die jouw wedstrijden fluit.

Drie dingen, in deze volgorde:

  1. Doe zelf niet mee. Geen zucht, geen handgebaar, geen blik naar de tribune die instemt. Eén reactie van de coach maakt van gemopper een koor.
  2. Zeg hardop iets neutraals dat de hele bank hoort: "We spelen door." Je spreekt niemand aan en je zet wel een norm neer. Vaak is dat genoeg.
  3. Gaat het door, dan zeg je het één keer rechtstreeks, bij een onderbreking, rustig en in één zin: hij is het nog aan het leren en dit helpt niemand. Niet over de beslissing zelf discussiëren — daarmee geef je de ouder gelijk dat de beslissing het onderwerp is.

Na afloop doe je nog twee dingen: je bedankt de scheidsrechter waar je spelers bij staan, en je meldt bij degene in de club die de scheidsrechters regelt dat dit gebeurd is. Niet als klacht over de ouder, maar omdat het de club is die dit moet weten.

De ouder die vlak na de wedstrijd over speeltijd begint

Dit is het moment waarop je makkelijk iets zegt waar je de week erna spijt van hebt. Je bent leeg, het team staat erbij, en de volgende ploeg wil het veld op. Er is geen slechtere plek voor dit gesprek, en dat is precies waarom het daar gevoerd wordt.

Je doel in die minuut is dus niet uitleggen, maar het gesprek verplaatsen: je erkent dat de vraag er is, je zegt dat het hier niet kan, en je noemt een moment waarop jij belt. Hoe je dat in drie zinnen zegt zonder dat het afwimpelen wordt, staat uitgeschreven in de drie zinnen aan de lijn bij een boze ouder. Wat specifiek is aan de speeltijdvraag, is wat je er in die minuut níet mee doet:

Kijk daarna naar het kind, niet naar de ouder. Een speler die net heeft gezien dat zijn vader of moeder op de trainer afstapt, loopt vaak met meer rond dan met de wedstrijd. Eén gewone zin over zijn spel is genoeg. Wat je in het latere gesprek wél kunt uitleggen, is hoe je speeltijd verdeelt en waar die maatstaf op gebaseerd is; het beleid daarachter staat in speeltijd eerlijk verdelen.

Wat je bewaart voor een rustig moment (en waarom je het nooit in de zaal uitpraat)

In de zaal heb je maar één kant van het verhaal gehoord, en wat je daar zegt, wordt door anderen naverteld. Doe daarom diezelfde avond één ding, en niet meer: schrijf drie regels op. Wat er gebeurde, wat je hebt gezegd, en op welke datum. Feitelijk, zonder oordeel, en zo kort dat je het volhoudt. Het levert je twee dingen op: je hoeft volgende week niet op je geheugen te vertrouwen, en als het een clubzaak wordt, heb je iets anders dan een indruk.

Het gesprek zelf — wanneer je belt, hoe je het opent, hoe lang je het maakt, wat je doet als iemand boos blijft en wanneer je stopt met verdedigen — is een vak apart en staat volledig uitgewerkt in hetzelfde artikel over het gesprek met een boze ouder. Bereid dat gesprek voor met je drie regels ernaast.

Teamagenda met de aankomende wedstrijden, per wedstrijd de dag, de aanvangstijd en of er thuis of uit gespeeld wordt
Een deel van de vragen langs de lijn gaat helemaal niet over de wedstrijd, maar over tijden, thuis of uit, en wie er rijdt. Staat dat ergens waar ouders zelf kunnen kijken, dan blijft de zaal over voor de vragen die er wel toe doen.

Wanneer het geen zijlijnprobleem meer is

Er is een grens, en het is goed om die vóór het seizoen voor jezelf te trekken in plaats van op het moment zelf. Langs de lijn zijn er vier situaties die je niet meer als trainer tijdens de wedstrijd oplost:

Gebeurt het tijdens de wedstrijd, dan is jouw plek bij het team. Is er iemand van de club in de zaal — een bestuurslid, een andere trainer, degene die de zaal beheert — vraag die dan om met de ouder te praten, zodat jij niet tussen de rally's door met je rug naar het veld staat.

Daarna is het geen zijlijnprobleem meer maar een clubzaak. Een vrijwillige trainer hoort niet in zijn eentje over de toegang van een ouder te beslissen. Wanneer de club het overneemt en hoe je dat open overdraagt, staat in het laatste deel van het artikel over het gesprek met een boze ouder.

Tijdens de wedstrijd coach je het veld, niet de tribune. Alles wat je tijdens een wedstrijd tegen een ouder zegt, zeg je met je team als publiek. Houd het bij één zin in een onderbreking, en bewaar de rest voor een moment waarop er geen kinderen meeluisteren.

Wat Koach hier wel en niet voor je doet

Dit is een gedragsprobleem en geen appprobleem, dus de eerlijke lijst is kort. Wat de app wel doet, is een deel van de aanleiding wegnemen en je één gesprek makkelijker maken.

Bij een speler kun je met 'Ouder uitnodigen' een eigen ouderaccount aanmaken, gekoppeld aan zijn kind. Die ouder ziet het dashboard en de agenda met trainingen, wedstrijden en bardiensten, en bij een rijschema zijn eigen rit. Hij ziet geen statistieken, geen aanwezigheid en geen huiswerk — dat blijft van de trainer en de speler. Hoe je dat instelt, staat in ouders toevoegen aan je team, en wat een ouder precies te zien krijgt in de uitleg van de app voor ouders. Mededelingen, polls en taken zet je op het teambord, waar een taak blijft staan tot iemand hem oppakt. Wat er niet is: een chatfunctie. Discussies over speeltijd voer je dus niet in de app, en dat is maar goed ook.

Het tweede is concreter. Speeltijd per seizoen staat op je trainersdashboard, per speler. Dat verandert het speeltijdgesprek van een woordenwisseling over indrukken in een gesprek over cijfers die jij op tafel kunt leggen — en het beschermt je ook tegen je eigen geheugen, dat in zo'n gesprek altijd aan jouw kant staat. Die cijfers zijn voor de trainer: een ouder ziet ze niet in zijn eigen account.

Wil je die twee dingen van de zijlijn halen: zet je programma en je rijschema op één plek, nodig de ouders van je team uit met een eigen account, en houd de speeltijd per seizoen bij. Je kunt Koach 14 dagen gratis proberen.

Veelgestelde vragen

Hoe ga ik als coach om met lastige ouders?

Scheid het moment van het gesprek. Tijdens de wedstrijd doe je zo min mogelijk: je zorgt dat je spelers jouw stem horen en je laat je niet meetrekken in commentaar op de scheidsrechter. Het inhoudelijke gesprek voer je later, op een afgesproken moment en niet in de zaal. Schrijf dezelfde avond drie feitelijke regels op over wat er gebeurde, zodat je dat gesprek ingaat met meer dan een herinnering.

Wat doe ik met een ouder die klaagt over de speeltijd van zijn kind?

Niet op dat moment het gesprek aangaan. Erken de vraag, zeg waarom het daar niet lukt en noem een concreet moment waarop jij belt. Noem geen cijfers uit je hoofd, doe geen toezegging over speeltijd en praat niet over een andere speler. In het gesprek zelf sta je sterker als je je maatstaf voor speeltijd kunt uitleggen en de cijfers erbij hebt.

Wanneer is een ouder betrokken en wanneer is het te veel?

Kijk naar het gedrag en niet naar de persoon. Aanmoedigen, rijden, wassen en meeleven is betrokkenheid, ook als het luid is. Het wordt te veel zodra het over andermans kind gaat, zodra de scheidsrechter het doelwit wordt, of zodra jouw spelers twee stemmen tegelijk horen tijdens een rally. Het duidelijkste signaal is de speler zelf: een kind dat na elke fout eerst naar de tribune kijkt en dan pas naar het veld, speelt voor iemand anders dan voor het team.

Mag ik een ouder vragen niet meer langs de lijn te komen?

Dat is bijna nooit een beslissing van de trainer alleen. Je kunt gedrag benoemen en een grens stellen, maar toegang tot de zaal is een clubbesluit. Meld het daarom bij de jeugdcoördinator of het bestuur, met je aantekeningen erbij, en laat de club het overnemen. Dat beschermt jou en het maakt de maatregel bovendien houdbaarder dan wanneer één vrijwilliger hem in zijn eentje neemt.

Moet ik het er met het team over hebben?

Met het team als geheel meestal niet: dan maak je er een zaak van waar de meeste spelers geen last van hadden. Met de betrokken speler wel, en kort. Eén zin is genoeg: hij luistert naar jou, ook als er iets anders geroepen wordt. Daarmee haal je de keuze bij hem weg, en dat is waar een speler op zo'n moment mee zit.

Probeer het zelf in Koach

Minder administratie, meer coachen — vanaf je eerstvolgende training.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.