Periodisering volleybal: de cycli uitgelegd | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Seizoen & organisatie

Periodisering in volleybal: macro-, meso- en microcycli

Het korte antwoord

Periodisering in volleybal is het seizoen opdelen in cycli waarin belasting en herstel elkaar bewust afwisselen. De macrocyclus is het seizoen, een mesocyclus een blok van een paar weken met één doel, en een microcyclus de week rond de wedstrijd. Zo bouw je op, houd je vast en ben je scherp wanneer het telt.

Periodisering in volleybal klinkt als iets voor profploegen met een krachtcoach, maar het idee is eenvoudig: je plant niet elke week even zwaar. Dit artikel legt de drie cycli uit, het principe van belasting en herstel, en hoe je het toepast op een amateurteam met twee trainingen en een wedstrijd per week.

Leestijd: 7 min

Wat is periodisering?

Periodisering betekent dat je het seizoen indeelt in perioden met elk een eigen doel en een eigen belasting. Zware en lichte weken wisselen elkaar bewust af, zodat spelers sterker worden zonder op te raken, en op de momenten die tellen in vorm zijn. Het klassieke model is ruim een halve eeuw oud en ging uit van één piek per seizoen, zoals een kampioenschap aan het eind. In zijn overzichtsartikel uit 2010 noemt Issurin juist dat als zwakke plek van het traditionele model: het kan geen vorm leveren op meerdere momenten in een seizoen. Precies dat vraagt een volleybalcompetitie met elke week een wedstrijd.

Periodisering gaat over de belasting: hoe zwaar, hoe lang en wanneer rust. Welk technisch of tactisch thema in welke week aan de beurt is, is een andere vraag; die staat uitgewerkt in de jaarplanning in 34 weken. En de organisatie van het hele jaar, van selectie tot evaluatie, staat in het volleybalseizoen organiseren. Dit artikel is de laag eronder.

Drie cycli: macro, meso en micro

CyclusHoe langBij een amateurteam
Macrocycluseen seizoen, soms een half seizoenvoorbereiding, competitie en een rustperiode na het laatste duel
Mesocyclusmeestal drie tot zes wekenéén doel, een paar zwaardere weken en daarna een lichtere week
Microcycluseen weektwee trainingen en een wedstrijd, de zwaarste training het verst van de wedstrijd

Een voorbeeld. De macrocyclus loopt van de eerste training in augustus tot de laatste wedstrijd in het voorjaar. Daarin zitten mesocycli: een blok kracht en sprongopbouw in de voorbereiding, een blok waarin de service centraal staat, een blok rond de winterstop. En elke week is een microcyclus met een vast ritme rond de wedstrijd. Hoe je de weken precies telt als je competitie op een ander moment begint, staat in de jaarplanning; het principe is hetzelfde.

Belasting en herstel: het principe eronder

Een training is een prikkel. Het lichaam past zich aan in de uren en dagen erna, tijdens het herstel, niet tijdens de training zelf. Daarom presteert een team direct na een zware week vaak minder en een week later beter: de vermoeidheid verbergt even wat er gewonnen is. Wie elke week precies even zwaar traint, geeft na een tijd geen nieuwe prikkel meer. Wie elke week zwaarder traint zonder lichtere week, stapelt vermoeidheid op en vraagt om blessures en afhakers.

Belasting bestaat uit twee dingen: hoeveel (minuten, herhalingen, sprongen) en hoe zwaar. Bij volleybal tellen vooral de sprongen; een aanvalstraining belast knieën en pezen anders dan een uur passen. Een eenvoudige manier om belasting te meten, is de sessie-RPE die Foster en collega's in 2001 toetsten, onder meer bij basketbal. Elke speler geeft na de training op een schaal van 0 tot 10 aan hoe zwaar de hele training was, en dat cijfer vermenigvuldig je met het aantal minuten. Stel dat een training van 90 minuten gemiddeld een 6 krijgt: dan is de belasting 540. Tel de trainingen en de wedstrijd van een week bij elkaar op, en je ziet welke weken zwaar waren en waar de belasting ineens sprong.

Vraag na de training één getal. Laat spelers bij het weggaan zeggen hoe zwaar de training was, van 0 tot 10. Na vier weken zie je welke trainingen zwaarder uitvallen dan je bedoelde, en welke speler steeds hoger zit dan de rest.

Het seizoen in fasen: opbouwen, vasthouden, pieken, rusten

Voorbereiding: van algemeen naar specifiek

In de eerste weken na de zomer ligt het accent op volume: kracht, een rustige sprongopbouw, veel herhalingen van de basistechniek. Begin lager dan waar je in het voorjaar stopte, want na een paar weken rust is een deel van de conditie weg. Richting de eerste wedstrijd verschuift het naar intensiteit: kortere, snellere spelvormen, meer sprongen op wedstrijdtempo en oefenwedstrijden. Hoe je de fysieke kant over het jaar opbouwt, staat in conditietraining voor volleyballers.

Competitie: vasthouden en golven

Met elke week een wedstrijd is er geen ruimte voor één grote piek. Het doel is het niveau vasthouden, met een korte kracht- en sprongprikkel per week. Binnen de competitie werk je in mesocycli: twee of drie gewone weken, dan een lichtere week met minder sprongen en kortere trainingen. Een vakantieweek of de winterstop is vaak vanzelf die lichtere week; zet hem er bewust in in plaats van hem als verloren tijd te zien.

Pieken voor de wedstrijd die telt

Een paar wedstrijden per seizoen wegen zwaarder: een bekerduel, een promotie- of degradatiewedstrijd, een eindtoernooi. Daarvoor bouw je af. Een meta-analyse van Bosquet en collega's (2007) over 27 studies bij wedstrijdsporters vond het meeste effect bij een afbouw van twee weken waarin het trainingsvolume met 41 tot 60 procent daalde, terwijl intensiteit en aantal trainingen gelijk bleven. Die cijfers zijn niet specifiek voor volleybal, dus voor een team zijn ze een richting, geen recept. Voor een volleybalteam betekent het: dezelfde trainingsdagen, maar korter, met minder sprongen en zonder zware krachtblokken, en wel met scherpe, snelle wedstrijdvormen. Wat je niet doet, is in de week voor die wedstrijd nog extra hard trainen.

Rust na het seizoen

Na de laatste wedstrijd volgt een periode zonder gestructureerd volleybal, met ander bewegen. Spelers komen daarna fris en gemotiveerd terug. Voor jeugd ligt de lat hoger: daar hoort elk jaar een langere pauze van volleybal bij, zie hoe vaak jeugd kan trainen.

De week rond de wedstrijd: een microcyclus

Een gangbaar amateurritme is trainen op dinsdag en donderdag en spelen op zaterdag. Zo verdeel je de fysieke belasting over die week:

DagBelastingWat erin zit
Zondag en maandagrustherstellen van de wedstrijd, slapen, eventueel licht bewegen
Dinsdagzwaarhet kracht- of sprongblok, het meeste volume, nieuw materiaal
Woensdagrustgeen volleybal
Donderdaglicht tot gemiddeldkorter, weinig sprongen, wedstrijdvormen op tempo
Vrijdagrustniets zwaars
Zaterdagwedstrijdde zwaarste belasting van de week

De jaarplanning gebruikt hetzelfde ritme voor de leerbelasting: een leerdag ver van de wedstrijd en een scherpstel-dag kort ervoor. Die twee vallen samen, en dat is handig. Heb je een week met twee wedstrijden, dan vervalt het zware blok. Heb je een week zonder wedstrijd, dan mag dinsdag zwaarder en donderdag ook.

Vier fouten bij periodiseren in een amateurteam

Je cycli in de agenda zetten

Een mesocyclus wordt pas echt als hij in de agenda staat. In Koach zet je trainingen in één keer in de agenda met Herhalende trainingen: je kiest de dag, Vanaf en Tot en met, de tijd en een Focus. Maak per blok een eigen reeks, bijvoorbeeld elke dinsdag van de zes weken van je serviceblok met de focus "Blok servicedruk", en die focus staat bij elke training van dat blok. Heeft je team sjablonen, dan kies je er een Sjabloon bij, zodat de opbouw van de zware dinsdag er al staat. Dagen waarop al een training staat, slaat de app over. Hoe dat stap voor stap gaat, staat in herhalende trainingen inplannen.

Het blad Herhalende trainingen in Koach met de weekdag, Vanaf, Tot en met, de tijd, een veld voor de focus en de knop om trainingen toe te voegen
Een reeks per blok: dag, begin en einde, tijd en een focus die bij elke training van dat blok komt te staan.

Koach meet geen trainingsbelasting: de sessie-RPE houd je zelf bij, op papier of in een rekenblad. Wat Koach wel laat zien, is wie er bij welke training was, en dus of een speler het zware blok echt heeft gedaan. Wat Koach kost na de 14 gratis dagen, staat op de prijzenpagina.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je eerste blok als reeks met een focus in de agenda en kijk na zes weken of het plan heeft gehouden.

Plan je seizoen in Koach

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen periodisering en een jaarplanning?

Een jaarplanning zegt welk thema in welke week aan de beurt is, bijvoorbeeld drie weken receptie en dan drie weken service. Periodisering gaat over de belasting eronder: welke weken zwaar zijn, welke licht, wanneer je opbouwt en wanneer je afbouwt voor een belangrijke wedstrijd. In de praktijk leg je ze over elkaar: de zwaarste fysieke blokken in de weken zonder of met één wedstrijd.

Hoe lang duurt een mesocyclus?

Meestal drie tot zes weken. Korter geeft spelers te weinig herhaling om zich aan te passen, langer maakt het blok eentonig en laat vermoeidheid oplopen. Bij een amateurteam werkt een blok van twee of drie gewone weken met daarna een lichtere week goed, of een blok dat eindigt bij een natuurlijke pauze zoals een vakantie.

Hoe piek je naar een belangrijke volleybalwedstrijd?

Bouw de laatste ongeveer twee weken af: dezelfde trainingsdagen, maar korter, met minder sprongen en zonder zware krachtblokken. Houd de intensiteit hoog met korte, snelle wedstrijdvormen. Onderzoek naar afbouwen bij wedstrijdsporters vond het meeste effect als het volume fors daalt en intensiteit en aantal trainingen gelijk blijven.

Heeft periodisering zin bij twee trainingen per week?

Ja, en daar misschien juist. Met twee trainingen en een wedstrijd is er weinig ruimte, dus maakt het veel uit welke training zwaar is en welke licht. Plan de zware training het verst van de wedstrijd, een lichtere kort ervoor, en houd na elke paar weken een lichtere week aan. Dat kost geen extra tijd, alleen een bewuste keuze.

Zet je eerste blok vanavond in de agenda

14 dagen gratis, zonder creditcard. Na zes weken zie je of het plan hield.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.