Volleybal 3 tegen 3: regels, opstelling en veld
Het korte antwoord
Volleybal 3 tegen 3 heeft geen algemeen reglement. Een officiële vorm is sneeuwvolleybal van de FIVB: drie spelers plus één wissel, een veld van 16 bij 8 meter en sets tot 15. Op de training speel je het vaak op een half veld in de lengte, en in een goede rally raakt iedereen de bal: passen, setten, aanvallen.
Volleybal 3 tegen 3 is geen uitgeklede versie van zes tegen zes, maar een spel waarin elke speler elke rally aan de bal is. Je komt het tegen op sneeuw, bij de jeugd, op recreatieve toernooien en vooral op de training. Dit zijn de regels, het veld, de opstelling en de manier om het als trainingsvorm in te zetten.
Waar speel je volleybal 3 tegen 3?
Voor drie tegen drie in de zaal bestaat geen algemeen reglement van de FIVB. Welke regels gelden, hangt af van waar je speelt:
- Sneeuwvolleybal. Een officiële vorm met een eigen reglement van de FIVB. Hieronder staan de hoofdregels.
- Jeugd. In een aantal landen is drie tegen drie een wedstrijdvorm binnen het minivolleybal, met een kleiner veld en een lager net. De maten en regels bepaalt de bond van je eigen land; de opbouw van zulke vormen staat in de minivolleybalregels.
- Recreatieve toernooien. Op gras, in het park of in de zaal. De organisator bepaalt veld, net en telling, zoals bij grasvolleybal.
- De training. Hier kies je zelf, en daar gaat dit artikel vooral over.
Officieel 3 tegen 3: de regels van sneeuwvolleybal
Het reglement voor sneeuwvolleybal van de FIVB (editie 2021-2024) lijkt op een mengvorm van zaal en beach:
- Team: drie spelers in het veld en eventueel één wisselspeler, met hooguit twee wissels per set.
- Veld en net: 16 bij 8 meter, net zo groot als een beachveld. Het net hangt op 2,43 meter voor mannen en 2,24 meter voor vrouwen, lager voor de jeugd.
- Telling: sets tot 15 met twee punten verschil, wie twee sets wint, wint de wedstrijd. Kantwissel na elke 5 punten, één time-out van 30 seconden per set.
- Posities: die bestaan niet. Spelers mogen staan waar ze willen; alleen de serveervolgorde ligt vast voor de hele set.
- Balcontact: drie keer spelen, een blok telt niet mee. Net als op het zand mag je niet aanvallen met een open hand en losse vingertoppen, en een bovenhandse bal over het net moet recht vooruit of recht achteruit ten opzichte van je schouders.
- Coaching: spelers krijgen tijdens de wedstrijd geen aanwijzingen van buitenaf.
De volledige tekst staat in de Official Snow Volleyball Rules 2021-2024 op de site van de FIVB; een nieuwere editie bood de FIVB in november 2026 nog niet aan. Speel je een recreatief toernooi, vraag dan het reglement op: daar gelden vaak de zaalregels, met een eigen veldmaat en telling.
Het veld: hoe groot speel je 3 tegen 3?
Het getal dat telt, is de vloer per speler. Op een gewone speelhelft van 9 bij 9 meter dekt elke speler bij zes tegen zes 13,5 vierkante meter. Bij drie tegen drie op diezelfde helft is dat het dubbele.
| Veld per speelhelft | Vloer per speler bij 3 tegen 3 |
|---|---|
| 9 bij 9 meter (gewone helft) | 27 m² |
| 8 bij 8 meter (sneeuwveld) | Ruim 21 m² |
| 9 diep, 6 breed (zijlijnen ingekort) | 18 m² |
| 9 diep, 4,5 breed (half veld in de lengte) | 13,5 m² |
Het half veld in de lengte geeft elke speler precies evenveel vloer als zes tegen zes op een heel veld, en je speelt twee partijen tegelijk onder één net. Daarom is het de standaardkeuze voor de training. Het nadeel: op 4,5 meter breedte bestaat de diagonaal bijna niet, dus aanvallers slaan vooral recht vooruit. Wil je dat spelers leren lezen en lopen, zoals op het zand, kies dan de volle breedte.
Opstelling: twee grondvormen met drie spelers
Met drie spelers heb je geen posities zoals in een opstelling voor zes, maar wel een vaste vorm nodig. Twee vormen werken, en teams die er geen kiezen, spelen ze allebei half.
- De driehoek. Eén speler voorin, iets rechts van het midden en vlak bij het net; twee spelers achterin, ieder op een helft, op ongeveer zes tot zeven meter van het net. De voorste speler zet de tweede bal, de achterste twee passen en vallen aan. Sterk: de tweede bal is altijd duidelijk. Zwak: een korte bal midden voor valt tussen de drie in.
- Drie naast elkaar. Alle drie op ongeveer zes meter van het net, ieder een derde van de breedte. Iedereen past, en de speler die de eerste bal niet speelde en het dichtst bij het net staat, zet. Sterk tegen een harde service; zwak als niemand afspreekt wie de tweede bal neemt.
Wie de tweede bal neemt, spreek je vooraf af, net als in de opstelling voor 4 tegen 4. Met drie spelers is de regel nog eenvoudiger: wie de eerste bal niet speelde en het dichtst bij het net staat, roept "ik" vóór het eerste contact en zet. De derde speler en de passer zijn dan allebei aanvaller, zodat de spelverdeler kan kiezen.
De serveervolgorde loopt over drie spelers, dus iedereen serveert veel vaker dan in zes tegen zes. Laat elke speler onthouden wie er vóór hem serveert; dat is één naam in plaats van een volgorde.
Blokken met drie: alleen als het iets oplevert
Elke blokkeerder haalt een verdediger uit het veld. Op een helft van 9 bij 9 meter verdelen de overgebleven twee dan 81 vierkante meter, ruim 40 per speler. Blok daarom alleen tegen een harde aanval vanaf een goede set dicht bij het net. Bij een hoge bal ver van het net, een prikbal of een vrije bal blijven alle drie achter en verdedig je met z'n drieën. Op een smal veld van 4,5 meter ligt het anders: daar zet één blokkeerder een groot deel van het net dicht en loont blokken vaker.
Spreek drie dingen af voor de eerste service. Welke grondvorm jullie spelen, wie de tweede bal neemt en wie er na wie serveert. Zonder die drie is 3 tegen 3 geen spelvorm, maar drie mensen die naar dezelfde bal lopen.
3 tegen 3 als trainingsvorm voor je zaalteam
Drie tegen drie geeft elke speler veel balcontacten. Neem een rally met drie keer heen en weer: elke kant raakt de bal dan negen keer. Bij zes tegen zes is dat anderhalf contact per speler, bij drie tegen drie drie contacten. Hetzelfde principe zit achter de vormen in meer balcontacten per training.
- Met zes spelers: één partij, sets tot 15, na elke set een andere indeling.
- Met negen spelers: drie drietallen. Het winnende drietal blijft staan, het verliezende gaat eruit en het wachtende komt erin. Speel tot 7 of op tijd, zodat niemand lang stilstaat.
- Met twaalf spelers: twee partijen naast elkaar op een half veld in de lengte, met lijnen of pionnen als middenlijn.
Drie beperkingen houden de vorm bruikbaar voor de wedstrijd: drie contacten verplicht, roepen vóór het eerste contact, en beginnersgroepen starten met een ingegooide vrije bal in plaats van een service. Let op de belasting: elke speler springt en verdedigt veel vaker dan in zes tegen zes, dus houd de partijen kort en wissel de drietallen.
Een keerzijde is er ook. In drie tegen drie wordt een trage hoge set en een aanval door het midden beloond, terwijl die in zes tegen zes in een dubbelblok eindigen. Laat daarom in het laatste deel van de partij alleen sets tellen die dicht bij het net landen, en benoem na afloop kort wat er in de wedstrijd anders is.
3 tegen 3 bijhouden in Koach
In Koach houd je een partijvorm op de training bij als trainingswedstrijd. Je voegt met + Oefening de Trainingswedstrijd toe aan het plan van de training en start hem daar. Per speler kies je ploeg A of B, en dat mogen er ook drie per ploeg zijn. Met Rotatie aan krijgt elke ploeg een serveervolgorde van drie, net als in een echte partij. In Simpel tik je per rally wie scoort en wie de fout maakt.
Na een set start je een Nieuwe ronde: de stand wordt bewaard en het begint weer bij 0-0. Tik je tijdens het spel op een speler, dan zet je hem in de andere ploeg of wissel je hem met een teamgenoot. Na Afronden en opslaan zie je per speler punten en fouten, los van je wedstrijdcijfers. Wat Koach kost na de 14 gratis dagen, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je volgende 3 tegen 3 als trainingswedstrijd in je plan en zie wie er in de partijvorm scoort.
Probeer Koach op je trainingVeelgestelde vragen
Hoe groot is het veld bij volleybal 3 tegen 3?
Dat ligt niet vast. Sneeuwvolleybal, de officiële vorm, speelt op 16 bij 8 meter. Op de training is een half veld in de lengte gangbaar: 9 meter diep en 4,5 meter breed per kant, zodat je twee partijen naast elkaar speelt. Op een recreatief toernooi bepaalt de organisator de maat, dus vraag het reglement op.
Mag je bij 3 tegen 3 prikken met je vingertoppen?
Dat hangt af van het reglement. Bij sneeuwvolleybal niet: daar is een aanval met open hand en losse vingertoppen een fout, net als op het zand. Op recreatieve toernooien in de zaal gelden vaak de gewone zaalregels, en dan mag het wel. Controleer het voor de eerste wedstrijd, want het verandert hoe je verdedigt.
Heb je bij 3 tegen 3 een vaste spelverdeler nodig?
Nee, maar wel een vaste afspraak. Met een vaste spelverdeler in de driehoek is de tweede bal altijd van hem. Speel je met drie naast elkaar, dan zet de speler die de eerste bal niet speelde en het dichtst bij het net staat, en hij roept dat voor het eerste contact. Zonder afspraak gaan er twee naar dezelfde bal.
Met hoeveel spelers kun je 3 tegen 3 trainen?
Met zes spelers heb je één partij. Negen is ideaal: drie drietallen, waarbij het winnende drietal blijft staan en het wachtende erin komt. Met twaalf spelers speel je twee partijen naast elkaar op een half veld in de lengte. Houd de sets kort, omdat elke speler veel vaker springt en verdedigt dan in zes tegen zes.
Houd je partijvorm bij op de training
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na een week zie je wie er in 3 tegen 3 scoort.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


