Grasvolleybal: regels, veld en tips voor het zomertoernooi
Het korte antwoord
Grasvolleybal heeft geen eigen wereldreglement. Toernooien met twee tot vier spelers per team spelen meestal met de beachregels, zes tegen zes meestal met de zaalregels, en de organisator vult dat aan met huisregels. Het verschil zit in de ondergrond: gras is harder dan zand en glad als het nat is.
Grasvolleybal is de zomervorm die je op schoolvelden, in parken en op clubtoernooien ziet, van twee tegen twee tot zes tegen zes. Hier lees je welke regels er gelden, hoe groot het veld is per spelvorm, wat gras anders maakt dan zand of een zaalvloer en hoe je je voorbereidt op een toernooidag.
Welke regels gelden bij grasvolleybal?
De FIVB heeft reglementen voor de zaal en voor beachvolleybal, maar niet voor gras. Op gras gebruikt de organisator dus een van die twee als basis en zet er huisregels bovenop. Meestal volgt de keuze het aantal spelers:
- Twee, drie of vier spelers per team: de beachregels. Geen posities en geen positiefouten, wel een vaste serveervolgorde. Een blokaanraking telt als teamcontact. Een prikbal met open hand of slappe vingers is fout (met gestrekte, gesloten vingertoppen mag het wel), en wie de bal bovenhands over het net speelt, moet hem recht vooruit of recht achteruit spelen ten opzichte van zijn schouders (beachregel 13.2). Het hele 2 tegen 2 staat in de beachvolleybal regels.
- Zes tegen zes: de zaalregels. Posities en rotatie, de driemeterlijn en een blok dat niet meetelt als contact. Die regels staan op een rij in alle volleybalregels op een rij.
Daarbovenop komen de huisregels, en daar zitten de verschillen tussen toernooien: één set of twee, tot 21 of op tijd, wel of geen kantwissel, mixregels en wissels. Bij drie of vier spelers per team is ook niet vanzelfsprekend dat het blok meetelt; sommige organisatoren nemen daar de zaalregel. Welke vragen je bij aankomst aan de wedstrijdtafel stelt, staat in de regels voor beachvolleybal met vier personen. Die lijst werkt op gras net zo goed. De reglementen zelf staan bij de FIVB: de Official Beach Volleyball Rules 2025-2028 en de Official Volleyball Rules 2025-2028.
Hoe groot is een grasvolleybalveld?
Ook de veldmaat kiest de organisator. Voor 3 tegen 3 en 4 tegen 4 legt geen reglement een maat vast; dit is wat je in de praktijk vaak tegenkomt:
| Spelvorm | Veld dat organisatoren vaak kiezen | Regels als basis |
|---|---|---|
| 2 tegen 2 | 16 x 8 m | Beachreglement |
| 3 tegen 3 | 16 x 8 m of 18 x 9 m | Beachreglement met huisregels |
| 4 tegen 4 | 16 x 8 m of 18 x 9 m | Beachreglement met huisregels |
| 6 tegen 6 | 18 x 9 m | Zaalreglement met huisregels |
Alleen de twee uitersten komen uit een reglement: 16 bij 8 is de maat uit het beachreglement (regel 1.1), 18 bij 9 die uit het zaalreglement (regel 1.1). Wat daartussen ligt, is een keuze van de organisator; vraag het na als je zelf geen veld uitzet. Beide reglementen vragen rondom het veld een vrije zone van minstens 3 meter, en dat geldt op gras even goed: tussen twee velden hoort ruimte om een bal na te lopen zonder in het veld ernaast te belanden. De nethoogte is in beide reglementen 2,43 meter voor mannen en 2,24 meter voor vrouwen; bij mixtoernooien kiest de organisator vaak een hoogte daartussen.
Lijnen zijn op gras meestal linten met grondpennen of een gekalkte lijn. Het beachreglement vraagt dat zichtbare ankers van zacht, buigzaam materiaal zijn (regel 1.3), en het zaalreglement verbiedt lijnen van hard materiaal (regel 1.2). Bij een veld dat je zelf uitzet, steken er dus geen haringen of plankjes uit. De scheerlijnen van de netpalen markeer je met een vlag of een pion, of je zet ze buiten de vrije zone.
Wat gras anders maakt dan zand of een zaalvloer
Op gras sta je steviger dan in zand: je springt hoger en bent sneller bij de bal, en het spel lijkt daardoor meer op de zaal. Maar gras vergeeft minder:
- Landen en duiken doen meer pijn. Een verdedigende duik die in zand zacht landt, schuurt op gras en komt hard aan op heupen en knieën. Rol of schuif liever dan dat je plat op je borst duikt, en kies bij veel verdedigen lange mouwen of kniebeschermers.
- Nat gras is glad. Ochtenddauw of een bui maakt van een stevig veld een glijbaan. Maak kortere passen, zak lager in je benen en zet je voeten neer voordat je de bal speelt. Wordt het echt gevaarlijk, dan mag de organisatie stilleggen: het zaalreglement verbiedt spelen op een gladde ondergrond (regel 1.2), en het beachreglement zegt dat het weer geen gevaar voor de spelers mag opleveren (regel 1.5).
- Het veld is nooit vlak. Kuilen, molshopen, stenen, boomwortels en sproeikoppen zie je pas als je eroverheen loopt. Loop het veld voor je eerste wedstrijd één keer helemaal af en meld wat je vindt bij de organisatie.
- Lang gras houdt een bal vast. Een bal die rolt, ligt sneller stil, en wie achter het veld een bal zoekt, verliest speeltijd. Leg reserveballen achter je veldhelft.
Schoenen, kleding en de bal
- Geen zaalschoenen. Een zaalzool is gemaakt voor grip op een houten of kunststof vloer. Op nat gras glijdt hij weg, en daarna neem je modder en gras mee de zaal in. Kies schoenen met kunststof noppen of een stevige profielzool. Schroefnoppen en metalen noppen horen er in de praktijk niet bij: onder het net sta je dicht op elkaar en op elkaars voeten. Staat er niets over in de uitnodiging, vraag dan vooraf wat het toernooi toestaat. Waar je bij volleybalschoenen voor de zaal op let, staat in volleybalschoenen kopen.
- Op blote voeten kan op een kort gemaaid, schoon veld, maar je voelt elk steentje en een teen raakt snel een andere voet onder het net. Vraag of het op het toernooi mag.
- Een buitenbal. Een leren zaalbal neemt vocht op, wordt zwaar en glad in nat gras en slijt op de grond. Het beachreglement vraagt een bal van materiaal dat geen vocht opneemt, geschikt voor buiten (regel 3.1). Welke bal je voor buiten kiest, lees je in een beachvolleybal kiezen.
- Zon en warmte. Een pet, zonnebrand en een fles water per speler. Drink tussen de wedstrijden door en zoek schaduw. Wie in de hitte duizelig of misselijk wordt of hoofdpijn krijgt, stopt, gaat in de schaduw zitten en drinkt; bij aanhoudende of hevige klachten ga je naar de EHBO-post of een arts.
Kies bij de toss je kant, niet de service. Op een veld met laagstaande zon of veel wind is de speelhelft vaak meer waard dan de eerste service. Laat de tegenstander tegen de zon in ontvangen. Serveer je een float, dan beweegt die tegen de wind in het meest.
Spelen in zon en wind: wat je aanpast
- Service. Met de wind mee gaat een service verder en sneller, dus mik korter dan je gewend bent. Tegen de wind in valt hij eerder en slingert een float meer, dus serveer dieper.
- Pass en set. Speel de pass hoger naar het midden van je veld, niet strak tegen het net: de wind kan een bal die net goed lijkt over het net duwen. Set lager dan in de zaal, zodat de wind de bal minder lang heeft.
- Communicatie. Buiten draagt je stem minder ver dan in een zaal. Roep vroeg en hard, en spreek vooraf af wie de ballen tussen twee spelers neemt.
- Een bal uit het veld ernaast. Rolt er midden in een rally een bal van een ander veld het jouwe in, stop dan. In beide reglementen is dat een onderbreking van buitenaf en wordt de rally overgespeeld (regel 17.2). In welke andere gevallen een rally wordt overgespeeld, lees je in dubbele fout in volleybal.
Organiseer je zelf een grastoernooi, met velden, speelschema en scheidsrechters, lees dan een volleybaltoernooi organiseren.
Een grastoernooi met je zaalteam bijhouden
Koach is gemaakt voor zaalvolleybal met zes spelers in het veld. Speel je met twee tot vier spelers per team, dan is de app niet de juiste plek. Gaat je zaalteam met zes spelers naar een grastoernooi, dan houd je de dag wel bij. Op de Wedstrijd-tab tik je op + en kies je Toernooi, met de naam, de datum en de tegenstanders van die dag. Elke wedstrijd start je vanuit het toernooi.
Een set gaat in de app tot 25 of tot 15. Speelt het toernooi tot 21 of op tijd, dan tik je in het live-scherm rechtsboven op de drie puntjes en sluit je de set af met Set afronden. Op het toernooischerm staan daarna de uitslagen, een stand van jullie dag en de punten per speler over alle wedstrijden samen.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je volgende toernooidag in de app en zie na afloop wie er op gras scoorde.
Houd je toernooi bij in KoachWat Koach na de proefperiode kost, staat op de prijzenpagina.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de regels van grasvolleybal?
Er is geen officieel reglement voor gras. Met twee tot vier spelers per team spelen de meeste toernooien met de beachregels: geen posities, een blok dat meetelt als contact en geen prikbal met open hand. Zes tegen zes speelt meestal met de zaalregels. De organisator bepaalt daarnaast de veldmaat, de setlengte, de nethoogte bij mix en of je mag wisselen.
Hoe groot is een grasvolleybalveld?
Dat kiest de organisator. Bij twee tegen twee is het meestal 16 bij 8 meter, de maat van het beachveld. Bij zes tegen zes is het 18 bij 9 meter, de maat van de zaal. Drie tegen drie en vier tegen vier zie je op allebei. Houd rondom elk veld minstens 3 meter vrij, ook tussen twee velden naast elkaar.
Welke schoenen draag je bij grasvolleybal?
Schoenen met kunststof noppen of een stevige profielzool geven grip, ook als het gras nat is. Zaalschoenen glijden weg op nat gras en nemen modder mee de zaal in. Schroefnoppen en metalen noppen zijn onder het net gevaarlijk; vraag vooraf wat het toernooi toestaat. Blote voeten kunnen op een schoon, kort gemaaid veld, als het toernooi het toestaat.
Mag je bij grasvolleybal een zaalbal gebruiken?
Het kan, maar het is geen goed idee bij nat weer. Een leren zaalbal neemt vocht op, wordt zwaarder en gladder en slijt op de grond. Een beachbal of een bal die voor buiten is gemaakt, neemt geen vocht op. Op een toernooi bepaalt de organisator met welke bal er gespeeld wordt.
Houd je zomertoernooi bij in Koach
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na één toernooidag zie je wie er op gras scoorde.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


