Volleybalnet ophangen: meten in het midden, niet aan de palen
Het korte antwoord
Een volleybalnet hang je op door eerst de bovenkabel strak te spannen en daarna de hoogte in het midden van het veld te meten met een netmeetlat. Boven beide zijlijnen hangt het net even hoog, hooguit 2 cm boven de officiële hoogte. De zijbanden hangen recht boven de zijlijnen, met de antennes aan de buitenkant.
Een volleybalnet ophangen lijkt een klus van vijf minuten, tot de scheidsrechter met de meetlat komt en het midden drie centimeter te laag blijkt. Dit is de volgorde die werkt: palen, bovenkabel, meten in het midden, zijbanden en antennes, en hoe je in één zaaluur van de ene nethoogte naar de andere gaat.
Wat je nodig hebt voordat je begint
Het reglement van de FIVB beschrijft precies waar een net aan moet voldoen (regel 2). Voor een gewone zaaltraining hoeft niet alles op de centimeter te kloppen, maar wie het net vanaf het begin goed ophangt, hoeft voor een wedstrijd niets meer te veranderen. Je hebt dit nodig:
- Twee palen van 2,55 meter hoog, liefst verstelbaar, rond en glad en zonder tuidraden aan de vloer vastgezet (regel 2.5). Ze staan 0,50 tot 1,00 meter buiten de zijlijnen; in de wereld- en officiële competities van de FIVB is dat precies 1 meter en zijn de palen beschermd.
- Het net zelf: 1 meter breed (3 centimeter speling) en 9,50 tot 10 meter lang, met vierkante zwarte mazen van 10 bij 10 centimeter. Bovenaan zit een witte band van 7 centimeter met daarin een kabel, onderaan een band van 5 centimeter met een touw (regel 2.2).
- Twee zijbanden van 5 centimeter breed en 1 meter lang. Ze horen bij het net (regel 2.3).
- Twee antennes: buigzame staven van 1,80 meter lang en 10 millimeter dik, met strepen van 10 centimeter in twee kleuren, liefst rood en wit, op het deel boven het net (regel 2.4).
- Een netmeetlat, een rechte stok met de nethoogtes erop. Een rolmaat werkt ook, maar alleen als iemand hem recht houdt.
Met twee mensen ben je in tien minuten klaar. In je eentje lukt het ook, maar dan loop je vaker heen en weer tussen de palen.
Volleybalnet ophangen in zeven stappen
- Zet de palen vast. Steek ze in de vloerhulzen en zet ze vast zoals de fabrikant voorschrijft. Duw er stevig tegen: een paal die beweegt, verliest zijn spanning zodra het net strak staat. Zet de beschermkussens erom.
- Leg het net uit langs de middenlijn. Witte band boven, en kijk of het net nergens gedraaid zit. Zitten de zijbanden er al aan, dan liggen ze nu ongeveer bij de zijlijnen.
- Maak de bovenkabel vast. Eerst aan de paal zonder spanmechanisme, daarna aan de paal met de lier of ratel. Span tot de witte band van paal tot paal een rechte lijn is.
- Zet de hoogte grof op beide palen. Schuif de kabel aan beide kanten naar dezelfde stand. Dit is een eerste instelling, nog geen meting.
- Meet in het midden. Zet de netmeetlat rechtop op de middenlijn, in het midden van het veld, en kijk of de bovenkant van de band precies op de maat komt: 2,43 meter voor mannen en 2,24 meter voor vrouwen (regel 2.1). Hangt het net te laag, verstel dan beide kanten evenveel en meet opnieuw.
- Meet boven beide zijlijnen. Daar moet het net aan de twee kanten precies even hoog hangen, en hooguit 2 centimeter hoger dan de officiële hoogte (regel 2.1). Hangt de ene kant hoger dan de andere, dan staat het net scheef: verstel alleen die kant en meet daarna het midden opnieuw.
- Span de onderkant en zet de zijbanden en antennes goed. Trek het onderste touw strak, schuif het net zo dat de zijbanden recht boven de zijlijnen hangen, en zet de antennes vast. Meet daarna nog één keer in het midden: het onderste touw kan het net een stukje omlaag trekken.
Waarom je in het midden meet en niet aan de palen
Het reglement meet de hoogte vanaf het midden van het speelveld (regel 2.1), en dat heeft een reden. Een net van tien meter zakt altijd een beetje door, ook als het strak staat. De stand op de paal zegt dus iets over de uiteinden, niet over de plek waar de meeste ballen over het net gaan. Bovendien kloppen de markeringen op palen vaak niet met het net dat er vandaag hangt: een ander net, een andere kabel of iets minder spanning, en je zit er een paar centimeter naast.
Een paar centimeter klinkt als niets, maar aan het net is het voelbaar: een aanvaller raakt de bal net boven of net in de band, en een blokkeerder komt er net wel of net niet overheen. Hoe hoog het net bij welke leeftijd en competitie hangt, staat in de nethoogtes op een rij. Dit artikel gaat over het ophangen zelf.
Leg de netmeetlat bij het net, niet in de berging. Plak op de lat met tape de twee hoogtes die in jullie zaal het vaakst gebruikt worden. Wie het net ophangt, meet dan vanzelf in het midden, omdat de lat er al ligt.
Hoe strak moet een volleybalnet hangen?
Het reglement geeft geen getal voor de spanning. Het zegt alleen dat de kabel in de bovenband het net strak houdt, en dat het onderste touw de onderkant strak houdt (regel 2.2). In de praktijk zijn er drie snelle controles:
- De band is een rechte lijn. Kijk vanaf een paal langs de bovenband. Zie je een duidelijke boog naar beneden, dan staat de kabel te slap, en dan is het verschil tussen het midden en de zijkanten waarschijnlijk groter dan 2 centimeter.
- Het net veert terug. Duw de band in het midden met je hand omlaag en laat los. Een strak net springt direct terug.
- Een bal in het net komt terug. Gooi een bal in het bovenste deel van het net. Bij een strak net veert hij terug het veld in; bij een slap net valt hij er dood langs naar beneden. Dat laatste maakt het lastig om een bal uit het net te spelen, op de training en in de wedstrijd.
Draai de lier niet verder dan nodig. Te veel spanning kan palen en vloerhulzen krom trekken; volg de handleiding van de fabrikant als die een grens noemt.
Zijbanden en antennes: waar ze precies horen
De zijbanden hangen verticaal recht boven de zijlijnen. De antennes komen aan de buitenrand van elke zijband, aan tegenovergestelde kanten van het net: de ene antenne aan jouw kant van het net, de andere aan de kant van de tegenstander (regel 2.4). Het bovenste stuk van 80 centimeter steekt boven het net uit.
De antennes horen bij het net en begrenzen de ruimte waardoor de bal over moet. Staat een antenne naar binnen of naar buiten verschoven, dan verandert dus de breedte waarbinnen een bal goed is. Wat er gebeurt met een bal die buiten de antenne gaat, lees je in bal buiten de antenne.
Twee nethoogtes in één zaaluur
In veel zalen traint om zeven uur een vrouwenteam op 2,24 meter en om half negen een mannenteam op 2,43 meter, op hetzelfde veld. Of een jeugdteam speelt op een lagere hoogte uit de jeugdregels van je eigen bond. Dan wil je in een paar minuten wisselen in plaats van een kwartier zoeken. Zo doe je dat:
- Meet beide hoogtes één keer zorgvuldig in het midden, met dit net en deze spanning.
- Markeer bij elke hoogte de stand op beide palen met tape in twee kleuren, bijvoorbeeld wit voor 2,24 en rood voor 2,43.
- Bij het wisselen: lier los, beide kanten naar de andere kleur, weer spannen, en één controle in het midden met de lat.
- Spreek af wie het doet. Het team dat het veld verlaat of het team dat erop komt, maakt niet uit, als het maar vastligt. Anders hangt het net om half negen nog op de vorige hoogte en verliest de tweede groep tien minuten.
Hang na een andere spanning of een ander net altijd eerst de lat ertegen: de tape is een snelkoppeling, geen meting. En met drie velden naast elkaar geldt dit per veld; de jeugd op veld 3 heeft vaak een andere hoogte dan de senioren op veld 1.
Veilig ophangen en weer afbreken
- Haal de zwengel van de lier eraf of draai hem weg van het veld, zodat niemand er bij een duik tegenaan komt.
- Laat niemand aan het net of aan de bovenkabel hangen. Een strak gespannen kabel staat onder grote kracht.
- Bij het afbreken eerst de spanning eraf, dan de kabel los, en pas daarna de palen uit de hulzen.
- Berg de antennes los op, niet opgerold in het net: ze breken makkelijk.
Voor een net buiten op het gras of in de tuin gelden andere palen en ankers; dat staat in een volleybalnet voor in de tuin. Alle regels rond het net en de rest van het spel vind je in volleybalregels op een rij, en de officiële tekst in de Official Volleyball Rules 2025-2028 van de FIVB.
Wie hangt het net om? Het zaalrooster in Koach
Een net ophangen doet geen app voor je. Wat wel helpt, is weten wie er na wie op welk veld staat. In het clubdeel van Koach (abonnement Club) zet je onder Zalen per hal de velden en per avond de vaste blokken: welk team van hoe laat tot hoe laat op welk veld traint. Zo zie je in één oogopslag waar een vrouwen- en een mannenteam elkaar opvolgen en het net dus van hoogte wisselt. Hoe je dat rooster opzet, staat in het zaalrooster van je vereniging vastleggen.
Wat het clubdeel verder doet en hoe je het voor je vereniging aanvraagt, staat op de pagina voor clubs; op Club zit geen proefperiode. Wat de abonnementen kosten, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Begin met je eigen team; de zaalplanner en de rest van het clubdashboard komen erbij met het abonnement Club.
Probeer Koach met je teamVeelgestelde vragen
Hoe ver staan de palen van een volleybalnet van de zijlijn?
Volgens het reglement van de FIVB staan de palen 0,50 tot 1,00 meter buiten de zijlijnen. In de wereld- en officiële competities van de FIVB is dat precies 1 meter en moeten de palen beschermd zijn. De palen zijn 2,55 meter hoog, rond en glad, en staan zonder tuidraden vast.
Mag een volleybalnet in het midden lager hangen dan aan de kanten?
In het midden moet het net precies op de officiële hoogte hangen, want daar wordt gemeten. Boven de twee zijlijnen moet het even hoog hangen en mag het hooguit 2 centimeter hoger zijn. Omdat een net altijd iets doorzakt, zijn de zijkanten in de praktijk vaak een centimeter of twee hoger dan het midden.
Aan welke kant van het net komen de antennes?
Elke antenne komt aan de buitenrand van een zijband, dus recht boven de buitenkant van de zijlijn. De twee antennes zitten aan tegenovergestelde kanten van het net: de ene aan jouw kant, de andere aan de kant van de tegenstander. Het bovenste stuk van 80 centimeter steekt boven het net uit en heeft strepen van 10 centimeter, meestal rood en wit.
Wie controleert het net voor een wedstrijd?
Voor de wedstrijd controleert de eerste scheidsrechter de speelruimte en het materiaal (regel 23.3.1.1); in de praktijk meet een van de scheidsrechters het net met de meetlat. Twijfelt je team tijdens de wedstrijd aan de hoogte, dan mag de spelaanvoerder als de bal niet in het spel is vragen om het net te laten controleren (regel 5.1.2.2).
Begin met je eigen team in Koach
14 dagen gratis, zonder creditcard. Het zaalrooster hoort bij het abonnement Club.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


