Volleybaloefeningen · Aanval
Aanloop en aanval buiten
Eén lange rij, één spelverdeler en een libero die inspeelt. Iedereen krijgt hier veel ballen kort achter elkaar, en daardoor is dit de vorm om precies één ding aan te wijzen: het moment waarop de aanloop begint. Bij een rij van tien zie je dat verschil binnen twee minuten bij iedereen terug.
Fase 1 van 6De libero heeft twee ballen, de aanvalsrij staat klaar en één speler vangt aan de overkant
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
De spelverdeler zet steeds naar buiten; aanvallers lopen om beurten aan, slaan en sluiten achteraan weer aan.
- Het vertrekmoment van de aanloop koppelen aan het setcontact.
- Een aanloop die van buiten de zijlijn naar binnen loopt.
- Ballen die blijven rondgaan, zodat de rij niet stilvalt.
Coachpunten
Start buiten de zijlijn, niet binnen het veld.
Van buiten naar binnen aanlopen houdt zowel de lijn als de diagonaal open. Wie recht op het net af loopt, kan alleen nog rechtdoor slaan.
Je eerste pas valt samen met het setcontact.
Te vroeg vertrekken is bij jeugd de meest gemaakte fout: de speler is bij de bal voordat de bal er is en moet dan wachten in de lucht. Koppel die eerste pas hard aan het moment dat de spelverdeler de bal raakt.
Kijk naar de bal, niet naar het net.
Aanvallers die tijdens hun aanloop naar de overkant kijken, verliezen hun set uit het oog. Het veld bekijk je één keer, tijdens de laatste pas.
Ballen gaan terug via de libero, niet dwars over het veld.
Rollende ballen in de aanloopzone zijn de meest voorkomende oorzaak van een verstuikte enkel op de training.
Variaties
- Makkelijker
- De libero gooit de bal naar de spelverdeler in plaats van hem te passen.
- Moeilijker
- De spelverdeler wisselt de hoogte van de set per bal; de aanvaller moet zijn vertrek daarop aanpassen.
- Met zes spelers
- Vier aanvallers, een spelverdeler en een libero; wie geslagen heeft, wordt de vanger aan de overkant.
- Als wedstrijdje
- Vijf ballen per speler, waarbij alleen aanvallen met een kloppend vertrekmoment meetellen. De rij beoordeelt zelf, de coach beslist bij twijfel.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: oefeningen voor de buitenaanvaller · het 3-pas ritme van de aanloop · de timing tussen spelverdeler en aanvaller