Open de app

Volleybaloefeningen · Aanval

Aanloop en aanval buiten

Eén lange rij, één spelverdeler en een libero die inspeelt. Iedereen krijgt hier veel ballen kort achter elkaar, en daardoor is dit de vorm om precies één ding aan te wijzen: het moment waarop de aanloop begint. Bij een rij van tien zie je dat verschil binnen twee minuten bij iedereen terug.

12 spelers 6 fases ± 15 min 6 ballen, half veld met net Vanaf de C-jeugd
P1 S M1 P2 P3 P4 P5 M2 M3 M4 M5 L

Fase 1 van 6De libero heeft twee ballen, de aanvalsrij staat klaar en één speler vangt aan de overkant

Eigen team (S = spelverdeler, P = buitenaanvaller, M = midden, L = libero) Bal

Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.

Openen in de app

Zo verloopt de oefening

Waar train je op

De spelverdeler zet steeds naar buiten; aanvallers lopen om beurten aan, slaan en sluiten achteraan weer aan.

Coachpunten

Start buiten de zijlijn, niet binnen het veld.

Van buiten naar binnen aanlopen houdt zowel de lijn als de diagonaal open. Wie recht op het net af loopt, kan alleen nog rechtdoor slaan.

Je eerste pas valt samen met het setcontact.

Te vroeg vertrekken is bij jeugd de meest gemaakte fout: de speler is bij de bal voordat de bal er is en moet dan wachten in de lucht. Koppel die eerste pas hard aan het moment dat de spelverdeler de bal raakt.

Kijk naar de bal, niet naar het net.

Aanvallers die tijdens hun aanloop naar de overkant kijken, verliezen hun set uit het oog. Het veld bekijk je één keer, tijdens de laatste pas.

Ballen gaan terug via de libero, niet dwars over het veld.

Rollende ballen in de aanloopzone zijn de meest voorkomende oorzaak van een verstuikte enkel op de training.

Variaties

Makkelijker
De libero gooit de bal naar de spelverdeler in plaats van hem te passen.
Moeilijker
De spelverdeler wisselt de hoogte van de set per bal; de aanvaller moet zijn vertrek daarop aanpassen.
Met zes spelers
Vier aanvallers, een spelverdeler en een libero; wie geslagen heeft, wordt de vanger aan de overkant.
Als wedstrijdje
Vijf ballen per speler, waarbij alleen aanvallen met een kloppend vertrekmoment meetellen. De rij beoordeelt zelf, de coach beslist bij twijfel.

Volleybaloefeningen

Verder lezen in de kennisbank: oefeningen voor de buitenaanvaller · het 3-pas ritme van de aanloop · de timing tussen spelverdeler en aanvaller

200 oefeningen in je broekzak, met animatie

Gratis proberen