Volleybaloefeningen · Aanval · Blokkeren
Aanval buiten met dubbelblok
Een volledige rally-opbouw in vier tegen vier: de tegenstander speelt in, de libero past, de midden maakt een schijnbeweging en de buitenaanvaller slaat langs een dubbelblok. De bal schampt het blok en de verdediging graaft hem op — dat laatste stuk is het echte punt van de oefening.
Fase 1 van 8Opstelling: de tegenstander heeft de bal, wij staan in receptie en het blok wacht
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Aanval-blok-combinatie: spelverdeler zet de bal naar buiten, de aanvaller slaat langs of over een dubbelblok en de verdediging vangt de rebound.
- De schijnbeweging van de midden die één blokkeerder vasthoudt.
- Aanvallen tegen twee handen: langs de buitenste hand of erop.
- De blokaanraking opvangen — de rebound hoort bij de aanval, niet erna.
Coachpunten
De midden maakt zijn schijnbeweging volledig, tot in de sprong.
Half inlopen houdt niemand vast. Pas als de midden echt springt, blijft het middenblok staan en heeft de buitenaanvaller met twee in plaats van drie handen te maken.
Wacht tot het blok stilstaat.
Een blok dat nog schuift, heeft een gat tussen de handen. Wie te vroeg slaat, slaat in het gesloten deel; een fractie later kun je kiezen waar de opening ligt.
Bij een schampende bal blijft iedereen doorspelen.
Spelers stoppen na hun aanval om te kijken. Een blokaanraking is nog steeds jullie bal, dus de dekking hoort te staan voordat de aanvaller landt.
De aanloop van de buiten begint buiten de zijlijn.
Wie binnen het veld start, loopt evenwijdig aan het net en verliest zijn hoek. Van buiten naar binnen komen houdt zowel lijn als diagonaal open.
Variaties
- Makkelijker
- De tegenstander gooit de bal in plaats van hem te slaan, zodat de receptie klopt en de aanval altijd doorgaat.
- Moeilijker
- Het dubbelblok kiest zelf welke hoek het dichtzet en kondigt niets aan.
- Met zes spelers
- Drie tegen drie: buiten, spelverdeler en libero tegen een dubbelblok en één verdediger.
- Als wedstrijdje
- De aanvallende kant scoort bij een bal op de vloer, de verdedigende kant bij elke bal die ze omhoog krijgen. Eerst bij vijftien, dan wisselen.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: van een blokaanraking een punt maken · je aanvaller dekken · een blok organiseren tegen een sterke aanvaller