Volleybaloefeningen · Serveren
Service uit vijf posities
Vijf serveerders staan verdeeld over de volle breedte van de achterlijn en mikken allemaal op dezelfde twee vakken. Vanuit vijf verschillende hoeken is dat vijf keer een andere bal, terwijl de techniek gelijk blijft. De vangers rollen hun bal door naar de volgende in de rij, dus de ballen komen vanzelf terug.
Fase 1 van 6Vijf serveerders achter de lijn, vijf vangers in het doelveld
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Service: vijf serveerders slaan om beurten in vaste doelvakken; vijf spelers vangen aan de overkant. Precisie op zone.
- Voelen hoe je startpunt achter de lijn de hoek naar je doel bepaalt.
- Dezelfde zone raken vanaf vijf plekken, dus vijf keer een andere baan.
- Eerst kiezen waar je gaat staan en pas daarna aan de slag denken.
Coachpunten
Kies je plek achter de lijn op basis van je doel.
Je mag overal achter de achterlijn serveren. Wie altijd op dezelfde plek gaat staan, geeft de tegenstander gratis informatie en sluit bepaalde hoeken voor zichzelf uit.
Vanaf de zijkant mik je lángs de zijlijn, niet eroverheen.
De diagonaal vanuit de hoek is de langste baan van het veld en dus de veiligste. Spelers overschatten hoe scherp ze moeten slaan en zetten de bal net buiten.
Sta stil voordat je opgooit.
Op een nieuwe plek blijven spelers schuifelen tot in de opgooi. De voeten moeten al geplant zijn, anders reist de bal met die beweging mee.
Wissel elke ronde van plek.
Anders wordt iedereen alleen goed vanaf zijn eigen hoekje. Vijf ronden betekent dat elke speler alle vijf de hoeken heeft gehad.
Variaties
- Makkelijker
- Eén groot doelvak in het hele achterveld en drie serveerplekken in plaats van vijf. Onderhands serveren telt mee.
- Moeilijker
- De serveerder moet altijd het vak nemen dat het verst van hem vandaan ligt, dus de diagonaal. Rechtdoor telt niet.
- Met acht spelers
- Vier serveerders en vier vangers bij twee doelvakken. Na elke ronde schuift de hele groep een plek op, zodat serveren en vangen elkaar afwisselen.
- Als wedstrijdje
- Elke serveerder krijgt vijf ballen vanaf vijf verschillende plekken. Eén punt per geraakt vak; wie het eerst vanaf alle vijf de plekken heeft gescoord, wint.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: een grote groep aan het werk houden · hoek en zone kiezen bij de service · servicedruk meten per speler