Volleybaloefeningen · Aanval · Teamwork
Snelle midden en shoot
Twee ballen die uit dezelfde pass komen maar totaal anders zijn: eerst een korte eerste tempo op de midden, daarna een shoot — een snelle, vlakke bal die over de breedte naar buiten schiet. Dat tempoverschil trekt een blok uit elkaar, en het vraagt van de spelverdeler twee heel verschillende handen.
Fase 1 van 11Opstelling: de libero heeft de bal, midden- en buitenrij staan klaar, één speler vangt aan de overkant
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Tempo-aanval: pass naar de spelverdeler, snelle set op de midden of shoot naar buiten, met wachtrij die doorschuift.
- Het verschil tussen een eerste tempo en een shoot: dezelfde snelheid, een andere afstand.
- Een vlakke, snelle set helemaal naar de antenne.
- Twee aanvalsrijen die doorschuiven zonder dat het tempo eruit gaat.
Coachpunten
Een shoot is vlak en snel, geen hoge bal die toevallig naar buiten gaat.
Het punt van een shoot is dat het blok niet mee kan schuiven. Komt de bal in een boog, dan staat er gewoon een dubbelblok en had je net zo goed hoog kunnen zetten.
Bij een shoot vertrek je eerder dan bij een hoge bal.
De bal is er sneller. Buitenaanvallers die hun normale timing aanhouden, komen achter de bal aan en slaan hem met een gestrekte arm zijwaarts weg.
De midden loopt zijn aanloop af, ook als de shoot al gepland is.
Zonder die aanloop schuift de middenblokkeerder meteen mee naar buiten en is de snelheid van je shoot waardeloos.
De spelverdeler zet de shoot met een vlakkere polsstand.
Bij een eerste tempo duw je omhoog, bij een shoot duw je vooruit. Dat is één verschil in de vingers, en het is de reden dat de meeste jeugdspelverdelers wel de midden maar niet de shoot kunnen bedienen.
Variaties
- Makkelijker
- Doe alleen de shoot, met een vaste aankondiging, tot de timing van de buitenspeler klopt.
- Moeilijker
- De spelverdeler kiest per bal en zegt niets; beide rijen lopen elke bal volledig aan.
- Met zes spelers
- Eén midden, één buiten, een spelverdeler en een libero, met twee blokkeerders aan de overkant.
- Als wedstrijdje
- Een geslaagde shoot is twee punten, een eerste tempo één. Twintig ballen, dan wisselen de rijen.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: aanvalstempo's van hoge bal tot eerste tempo · timing tussen spelverdeler en aanvaller · de rol van de middenaanvaller