Volleybaloefeningen · Verdediging
Verdediging na de tik
De opbouw aan de overkant belooft een klap, maar er komt een korte tip achter het blok. Het achterveld staat dus laag te wachten op iets hards en moet ineens naar voren. Die omschakeling — van klaarstaan voor een smash naar sprinten voor een tip — is wat deze vorm traint, met de tegenaanval er meteen achteraan.
Fase 1 van 8Verdedigers laag klaar; de spelverdeler van de tegenpartij heeft de bal
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Verdediging: aanvaller tikt kort over het blok, achterspelers duiken erin en spelen de bal hoog terug. Alert en laag blijven.
- Alert blijven op de korte bal terwijl je houding op een harde bal is ingesteld.
- Naar voren bewegen en de tip nog omhoog krijgen in plaats van hem te vangen.
- Van redding naar tegenaanval, ook als de spelverdeler zelf de bal moest verdedigen.
Coachpunten
Gewicht op de voorvoeten, hakken los van de vloer.
Vanuit de hakken kom je niet vooruit. Verdedigers die na een tip te laat zijn, waren bijna nooit te langzaam — ze stonden achterover.
Speel de tip hoog naar het midden, niet richting het net.
Een geredde tip komt vaak van laag en dicht bij de driemeterlijn. Speel je hem naar voren, dan gaat hij over het net terug en krijgt de tegenstander een gratis aanval.
De blokkeerders draaien na hun landing meteen om naar de bal.
Zij staan het dichtst bij een tip achter het blok en zien hem als laatste. Wie in de lucht al besluit dat de bal weg is, kan zich na de landing niet meer omdraaien.
Spreek af wie de tweede bal neemt als de spelverdeler zelf verdedigt.
In deze vorm redt de speler bij het net regelmatig de tip. Zonder afspraak staat er daarna niemand onder de bal, en dat is de reden dat geredde tips zo vaak toch niets opleveren.
Variaties
- Makkelijker
- De tegenpartij tipt altijd, en het achterveld weet dat. Zo oefen je eerst alleen de beweging naar voren en de hoge bal naar het midden.
- Moeilijker
- De aanvaller kiest per bal tussen tip, harde bal en een rol-shot over het blok naar achteren.
- Met zes spelers
- Laat de tegenpartij weg en tip vanaf een kist. Drie spelers dekken voor het blok, drie achterin; wissel na tien ballen van rij.
- Als wedstrijdje
- Tien opbouwen per ronde. Een punt voor elke geredde tip, twee punten als de tegenaanval binnen valt; de aanvallende kant scoort per bal op de vloer.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: de tip en de rol-shot · wie de korte bal dekt in je systeem · van redding naar tegenaanval