Volleybaloefeningen · Verdediging · Aanval
Verdediging - transitie
De coach slaat vanaf de kist hard op zone 6, en vanaf daar loopt de bal het hele rijtje af: dig, set, aanval over het net. Zo oefen je verdedigen in de enige vorm waarin het punten oplevert — als eerste contact van je eigen aanval, niet als losse redding.
Fase 1 van 6Coach op de kist met de bal; verdediger achterin, setter en aanvaller klaar
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Dig-Set-Hit: dig de bal van de kist, setter komt en zet naar buiten, en de tegenaanval wordt over het net afgemaakt.
- Digs die bruikbaar zijn voor de spelverdeler in plaats van alleen omhoog.
- De spelverdeler die vanuit zijn verdedigingspositie op tijd onder de bal komt.
- De aanvaller die zijn aanloop pas start als hij ziet hoe de dig staat.
Coachpunten
De dig gaat naar het midden van het veld, drie meter van het net.
Daar kan de spelverdeler alle kanten op. Een dig strak tegen het net dwingt hem tot een noodoplossing met de tweede bal, en dan is de aanval al mislukt voordat hij begint.
De spelverdeler vertrekt op de dig, niet op de slag van de coach.
Wie al loopt terwijl de bal nog onderweg is naar de verdediger, staat vast zodra de dig ergens anders heen gaat. Eerst zien waar de bal heen komt, dan pas gaan.
De aanvaller wacht buiten de zijlijn tot de dig zijn hoogste punt heeft.
Te vroeg aanlopen na een dig is de meest voorkomende reden dat een tegenaanval mislukt: de aanvaller staat dan onder de bal in plaats van erachter.
Uit verdediging mag de set hoger dan uit receptie.
Na een dig heeft niemand nog de ideale positie. Tijd is dan belangrijker dan tempo — een hoge bal naar buiten levert meer punten op dan een snelle bal die niemand haalt.
Variaties
- Makkelijker
- De coach gooit de bal hard naar beneden in plaats van te slaan, en de spelverdeler staat al klaar op zijn plek in plaats van in te lopen.
- Moeilijker
- De coach varieert tussen hard op zone 6, kort achter de driemeterlijn en een bal in de hoek; de aanvaller moet twee keer achter elkaar afmaken.
- Met zes spelers
- Drie verdedigers achterin en twee aanvallers aan het net, met één spelverdeler. De coach kiest per bal wie de dig krijgt en wie mag afmaken.
- Als wedstrijdje
- Tien ballen per groep: één punt voor een dig die de spelverdeler zonder verplaatsen kan zetten, twee punten als de tegenaanval binnen het veld valt.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: van verdediging naar aanval · setten uit een slechte bal · out-of-system scoren