Kliekjes in je team: wat de sfeer sloopt en wat jij doet
Het korte antwoord
Kliekjes in een team ontstaan bijna altijd: spelers trekken op met wie op hen lijkt, even lang in het team zit of met hen meerijdt. Een probleem wordt het als een groepje zich afsluit, eigen normen stelt of op het veld alleen naar elkaar speelt. Dan pas je als coach de indeling, de taken en de afspraken aan.
Kliekjes in een team merk je eerst aan kleine dingen: altijd dezelfde duo's bij het inspelen, twee kringen na een punt, een stilte als de ene groep binnenkomt. Vriendschappen zijn prima. Maar als groepjes het team in kampen verdelen, gaat de sfeer achteruit, en dat draai je als coach niet terug met één praatje.
Groepjes zijn normaal, kampen niet
In elk team ontstaan groepjes. Spelers die al jaren samen spelen, op dezelfde school zitten, samen rijden, even oud zijn of op dezelfde positie staan, zoeken elkaar op. In een interviewstudie onder achttien universiteitssporters uit negen teams (Martin en collega's, 2015) zagen de sporters het ontstaan van kliekjes als iets wat je nauwelijks kunt voorkomen, gevoed door hoe lang iemand in het team zit, wie veel bij elkaar is en wie op elkaar lijkt. Ze koppelden kliekjes aan buitensluiting, aan prestaties en aan de vraag of spelers bleven sporten. Maar ze zagen ook dat een groepje dat anderen erbij haalt, het team juist kan helpen.
Het verschil zit dus niet in óf er groepjes zijn, maar in hoe open ze zijn. Houd drie situaties uit elkaar:
- Een vriendengroep. Spelers trekken naast het veld met elkaar op, maar op het veld en in de kleedkamer is iedereen welkom. Daar hoef je niets aan te doen.
- Een kliek. Een groepje sluit zich af, heeft grappen ten koste van anderen, eigen afspraken en een eigen mening over de coach of de opstelling. Het team valt uiteen in "wij" en "zij". Daar gaat dit artikel over.
- Eén speler die buiten de groep valt. Dat is een ander probleem met een andere aanpak, en die staat in pesten in de sport en buitensluiten.
Zo herken je een kliek die het team splitst
Je hoeft geen gesprekken af te luisteren. De meeste signalen zie je gewoon in de zaal:
- Bij het inspelen staan altijd dezelfde duo's, en bij "zoek een maatje" is de groep in twee seconden verdeeld.
- Na een punt vormen zich twee kringen, of één kring met een gat erin.
- Op het veld wordt vooral binnen de groep geroepen en aangemoedigd. Na een fout van de ene groep klinkt "geeft niet", na een fout van de andere valt het stil.
- De spelverdeler kiest bij een vrije bal opvallend vaak dezelfde aanvallers.
- Op de bank en in de kleedkamer zit iedereen in vaste blokken, en nieuwe spelers komen er na weken nog niet tussen.
- Er is een tweede groepsapp, en wat daar besproken wordt, hoor je terug als gemopper over de opstelling of over teamgenoten.
- De scheidslijn valt samen met iets wat je zelf hebt gemaakt: basis tegen bank, oud tegen nieuw, het eerste jaar tegen de rest.
Twijfel je, schrijf dan twee trainingen lang na afloop op wie met wie inspeelde, wie naast wie zat en wie met wie wegging. Na twee keer zie je of het toeval is of een patroon.
Waarom kliekjes ontstaan, en waar jij aan draait
Een deel van de oorzaak ligt buiten jouw macht: leeftijd, school, vriendschappen. Een groot deel zit in hoe de training en het team zijn ingericht:
- Vaste indelingen. Spelers kiezen zelf hun maatje, aanvoerders kiezen om beurten hun team, en in de partijvorm speelt elke week de basis tegen de bank.
- Onduidelijke rollen en speeltijd. Wie niet weet waarom hij op de bank zit, zoekt steun bij wie hetzelfde overkomt. Zo ontstaat een kamp rond een gevoel van onrecht.
- Aandacht van de coach. Praat je na de training steeds met dezelfde spelers, dan ziet de rest dat als een voorkeur, ook als je het niet zo bedoelt.
- Verliesreeksen. Na een paar nederlagen zoekt een team een schuldige, en de grens loopt dan vaak langs de groepjes.
- De organisatie eromheen. Vaste carpoolgroepen, een eigen app per groepje, vaste plekken in de kleedkamer.
Vijf ingrepen in de training die de sfeer in je team verbeteren
- Jij maakt de groepen. Deel duo's en ploegen zelf in en wissel ze elke paar minuten. Meng bewust: basis met bank, ervaren met nieuw, verschillende posities door elkaar. Doe het altijd, ook als het goed gaat. Wie alleen indeelt als er iets speelt, deelt een straf uit.
- Geef gemengde groepjes een gezamenlijke score. Een drietal haalt samen een record in overspelen, een gemengde ploeg wint samen een partijvorm. Een taak die alleen samen lukt, verbindt meer dan een gesprek. Meer vormen staan in teambuilding-oefeningen die werken.
- Maak duo's voor een maand. Koppel een basisspeler aan een wisselspeler, of een nieuweling aan een ervaren speler. Ze warmen samen op, letten op elkaars techniek en evalueren samen. Hoe je de bank verder betrokken houdt, lees je in wisselspelers betrokken houden.
- Spreek gedrag op het veld af. Iedereen roept de naam van wie de bal krijgt, na elk punt staan alle zes in één kring, en na een fout krijgt iedereen dezelfde reactie. Dat zijn afspraken over het veld, niet over vriendschap, en je kunt ze elke rally controleren.
- Regel de randen zelf. Maak het rijschema zelf, houd één officiële teamapp waar jij in zit, en laat spelers bij een teambespreking niet in hun vaste blokken zitten.
Wissel de duo's voordat ze vastroesten. Zet in elke training één oefening waarin jij de koppels maakt, en zorg dat iedereen in een maand met iedereen heeft gespeeld. Het kost dertig seconden per oefening en de groep deelt zich niet meer zelf in.
Het gesprek: met de leiders, niet met het hele team over kliekjes
Een teamgesprek over "de kliekjes" levert meestal ontkenning op en maakt de grens scherper: daarna weet iedereen precies bij welk kamp hij hoort. Praat liever een op een met de spelers die in hun groepje de toon zetten. Beschrijf wat je zag, niet wie ze zijn: "Bij het inspelen sta je elke week met dezelfde twee, en na de fout van de nieuwe spelverdeler bleef het stil." Zeg erbij dat vriendschap prima is, en vraag hen hun invloed te gebruiken: wie de toon zet, kan ook anderen erbij halen. Een speler die het hele team naar zijn hand zet, vraagt een eigen aanpak; die staat in omgaan met een dominante speler.
Met het hele team praat je over wat jullie op het veld van elkaar verwachten, niet over wie met wie optrekt. Leg die afspraken vast en kom erop terug. Waar een team voor wil staan en hoe je dat in elke training terugziet, lees je in teamcultuur bouwen. Is dit je eerste team, begin dan bij beginnen als volleybalcoach: afspraken die je in de eerste week maakt, hoef je later niet te bevechten.
Bij jeugdteams spelen de ouders mee. Vaste carpoolgroepen van ouders worden vaak vanzelf vaste groepjes kinderen. Een rijschema dat jij maakt en dat wisselt, haalt dat weg zonder dat je het hoeft te benoemen. Keert een groepje zich tegen jou, of verdeelt het team zich over een conflict met de staf, betrek dan je aanvoerder en de technische leiding van de club.
Gemengde ploegen in je trainingswedstrijd
De partijvorm aan het eind van de training is het moment waarop groepjes het duidelijkst zichtbaar worden. In een trainingswedstrijd in Koach kies je per speler ploeg A of ploeg B, dus de indeling ligt bij jou en niet bij de spelers. Tijdens het spel zet je in Simpel met een tik op een speler iemand in de andere ploeg, en met Nieuwe ronde (via de drie puntjes bovenin) begin je weer bij 0-0 terwijl de vorige stand bewaard blijft. Zo meng je basis en bank in elke ronde anders. Wat je over de groep ziet, zet je bij de training in de Spelersnotities. Spelers en ouders zien die niet, en na een paar weken heb je een patroon in plaats van een gevoel.
Wat Koach kost na de 14 gratis dagen, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je volgende partijvorm op met gemengde ploegen en kijk wie er met wie gaat praten.
Probeer Koach met je teamVeelgestelde vragen
Zijn kliekjes in een team altijd slecht?
Nee. Spelers die samen optrekken omdat ze even oud zijn, al lang samen spelen of samen rijden, zijn normaal en vaak goed voor de sfeer. Het wordt een probleem als een groepje zich afsluit, anderen buiten laat staan of op het veld alleen naar elkaar speelt en elkaar aanmoedigt. Dan splitst het team zich in kampen.
Moet ik kliekjes in het team bespreekbaar maken?
Niet in een groepsgesprek over wie met wie optrekt; dat maakt de grens alleen scherper. Praat een op een met de spelers die in hun groepje de toon zetten, en bespreek met het hele team wat jullie op het veld van elkaar verwachten. Verander daarnaast de indeling van je training, want daar ontstaan en blijven de meeste kliekjes.
Hoe verbeter je de sfeer in een team?
Begin bij wat je zelf in de hand hebt: maak de groepen en ploegen zelf en wissel ze vaak, geef gemengde groepjes een gezamenlijke taak, maak duidelijke afspraken over gedrag op het veld en wees uitlegbaar over speeltijd. Kleine dingen die elke week terugkomen, doen meer dan één groot teamuitje.
Hoe voorkom je kliekjes in een jeugdteam?
Deel vanaf de eerste training zelf in, ook bij het inspelen, en wissel elke paar minuten. Maak het rijschema zelf zodat de carpoolgroepjes wisselen, en zorg dat er één teamapp is waar jij in zit. Let extra op nieuwe spelers: koppel ze de eerste weken aan een vaste, ervaren teamgenoot.
Meng je ploegen bij de volgende partijvorm
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na een maand heeft iedereen met iedereen gespeeld.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


