Profvolleyballer worden: de route, de leeftijd en wat het vraagt
Het korte antwoord
Profvolleyballer worden gaat via een lange route: een goede jeugdopleiding bij een club, selectie voor regionale of nationale jeugdteams, spelen op het hoogste niveau van je land en vaak een stap naar het buitenland. Lengte helpt, maar techniek, spelinzicht, trainbaarheid en belastbaarheid bepalen of je het haalt.
Profvolleyballer worden is voor veel jonge spelers een droom, maar hoe de weg ernaartoe loopt, is voor buitenstaanders vaag. Hier lees je hoe die route er in grote lijnen uitziet, wanneer de eerste selecties vallen, wat je naast lengte nodig hebt en waar je op let als je naar een club in het buitenland gaat.
Wat is een profvolleyballer?
Een prof leeft van volleybal: je hebt een contract bij een club en trainen en spelen is je werk. Dat is iets anders dan spelen in de hoogste competitie van je land. In landen waar volleybal een professionele competitie heeft, zijn de topclubs bedrijven met betaalde spelers en een volledige staf. In veel andere landen combineren spelers in de hoogste klasse hun volleybal met studie of werk, en gaan ze naar het buitenland als ze er echt van willen leven.
Wat een contract oplevert, verschilt per land, per club en per niveau zo sterk dat bedragen die je online leest weinig zeggen. Vraag het liever na bij mensen die het van dichtbij kennen: spelers die de stap zetten, je trainer of je bond. In het beachvolleybal loopt de route anders: daar speel je met een vaste partner toernooien, met op het hoogste niveau de Beach Pro Tour van de FIVB. Dit artikel gaat over de zaal.
De route naar profvolleybal, stap voor stap
Geen twee loopbanen zijn gelijk, maar deze stappen kom je vaak tegen:
- De jeugd van je club. Veel trainen, veel spelen, een trainer die je techniek serieus neemt. Tot je tiener bent, helpt een tweede sport eerder dan dat hij je in de weg zit; waarom, staat in alleen volleybal of ook een andere sport.
- Doorstromen binnen de club. De eerste stap omhoog zet je meestal binnen je eigen club, naar een hoger jeugdteam of een seniorenteam. Hoe trainers zo'n stap afwegen, staat in een doorstroomadvies onderbouwen.
- Regionale en nationale selecties. Bonden selecteren jeugdspelers voor regionale en nationale jeugdteams. In een aantal landen hoort daar een opleidingscentrum of een school met een topsportprogramma bij. Hoe dat bij jou werkt, vraag je bij je bond of bij de trainer van je club.
- Jeugdinterlands. De FIVB organiseert wereldkampioenschappen voor teams onder 19 en onder 21 jaar, en sinds 2024 ook onder 17 jaar, en de continentale bonden hebben hun eigen kampioenschappen. Voor die toernooien kiezen de nationale bonden hun spelers.
- Het hoogste niveau van je land. Speeltijd telt. Een seizoen veel spelen in een team dat iets lager speelt, leert je vaak meer dan een seizoen op de bank bij een topclub.
- Een profcontract. In je eigen land, of bij een club in het buitenland.
Een andere route loopt via een universiteit in de Verenigde Staten, waar volleybal binnen de NCAA wordt gespeeld. Daar combineer je studie en volleybal op hoog niveau; de stap naar een profclub kun je na je studie alsnog zetten. Je moet dan aan de studie-eisen en aan de sportieve regels van de NCAA voldoen. Heb je al een contract of geld van een club gehad, vraag dan vooraf na hoe dat meetelt. De eisen voor buitenlandse studenten staan bij het NCAA Eligibility Center.
Op welke leeftijd moet je beginnen?
Er is geen vaste leeftijd waarop het te laat is. Veel profs speelden al als kind volleybal, maar er zijn ook spelers die pas als tiener begonnen, vaak na een andere sport waarin ze snelheid, sprongkracht of balgevoel opdeden. Wel zijn er momenten waarop selecties vallen. De jongste wereldkampioenschappen van de FIVB zijn die voor spelers onder de 17. Wie dan nog niet in beeld is, kan later via de club alsnog doorbreken, zeker als je laat groeit: een speler die op zijn veertiende klein is, kan op zijn achttiende een middenspeler zijn.
Tot een jaar of zestien telt vooral een brede basis: alle technieken beheersen, veel spelen en niet te vroeg alleen op één positie staan. Een receptie die klopt, heb je op bijna elke positie nodig, ook als je later aanvaller wordt.
Wat het vraagt: meer dan lengte
| Eigenschap | Waarom het telt | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Lengte | Aanvallen en blokken boven het net | Niets, maar je kiest een positie die past. Libero en spelverdeler vragen minder lengte |
| Sprongkracht | Hoe hoog je de bal raakt | Kracht- en sprongtraining, opgebouwd en onder begeleiding |
| Techniek | Receptie en verdediging zijn op elk niveau nodig | Veel herhalingen, ook buiten de training |
| Spelinzicht | Lezen en kiezen in een fractie van een seconde | Veel spelen op een niveau dat je uitdaagt |
| Belastbaarheid | Op profniveau train je bijna dagelijks | Belasting over jaren opbouwen, rust nemen, klachten laten behandelen |
| Mentale kant | Druk, kritiek, minder speeltijd, verhuizen | Omgaan met fouten, vaste routines, iemand om mee te praten |
| School en taal | Een plan B en een leven in een ander land | Je opleiding afmaken, talen leren |
Over lengte per positie en de route voor kleinere spelers lees je meer in moet je lang zijn om te volleyballen, en over sprong- en aanvalsbereik in hoe hoog volleyballers springen. De rest van de tabel kun je trainen. Daar maak je het verschil met spelers die even lang zijn als jij.
Trainen zoals een toekomstige prof
- Vraag om een plan. Vraag je trainer aan het begin van het seizoen wat jij moet verbeteren, en kies daar één of twee punten uit. Hoe je zo'n plan uitwerkt, met extra herhalingen en feedback, staat in beter worden in volleybal.
- Train buiten de training. Een muur, een bal en twintig minuten per dag geven je meer contacten dan een extra training per week.
- Bouw kracht op onder begeleiding. Sprong- en krachtwerk begin je met de techniek en een laag volume, liefst met een trainer die er verstand van heeft.
- Neem pijn serieus. Pijn die blijft terugkomen in je knieën, schouders of rug train je niet weg. Laat je onderzoeken door een huisarts, sportarts of fysiotherapeut voordat je doorgaat.
- Kijk naar topvolleybal. Kijk niet alleen naar de smash, maar naar wat een speler van jouw positie doet als hij de bal niet heeft.
Kies elk seizoen het team waar je speelt. Twijfel je tussen een hoger team met weinig speeltijd en een team waar je elke wedstrijd staat, vraag dan beide trainers hoeveel je gaat spelen. In een wedstrijd leer je wat je op de bank niet leert.
Naar een club in het buitenland
Wie voor een club in een ander land gaat spelen, heeft een internationale overschrijving nodig, het International Transfer Certificate. Die loopt via de nieuwe club, de bonden en het systeem van de FIVB. Zonder die overschrijving mag je bij je nieuwe club niet spelen, dus vraag na of hij geregeld is voordat het seizoen begint.
- Lees elk contract voordat je tekent, in een taal die je begrijpt, en laat het nalezen door iemand die er verstand van heeft. Let op woonruimte, verzekering, wat er gebeurt bij een blessure en hoe je uit het contract kunt.
- Met een makelaar: kies er een die je kunt natrekken, bijvoorbeeld via spelers die hij al vertegenwoordigt. Wees voorzichtig met partijen die vooraf geld vragen en een contract beloven.
- Praat met spelers die bij die club of in die competitie speelden. Zij weten hoe het er echt aan toegaat.
Je ontwikkeling zichtbaar maken
Op weg naar een hoger niveau helpt het als je ziet waar je staat. Speel je in een team dat Koach gebruikt, dan kan je trainer je uitnodigen voor een spelersaccount met je eigen profiel. Als speler betaal je daar niets voor: je account valt onder het abonnement van het team. Onder Statistiek staan je cijfers van 0 tot 5 per vaardigheid, als je trainer in de modus Expert scoort, en bij Per wedstrijd hoe je punten zich over het seizoen ontwikkelen. Op Overzicht zet je zelf een persoonlijk doel, en oefeningen die je trainer je als huiswerk meegeeft, staan op je dashboard.
Zo heb je in het gesprek met je trainer of een selectietrainer iets concreets: niet alleen hoe het voelde, maar wat je over een seizoen liet zien. Hoe trainers die ontwikkeling volgen, staat in spelerontwikkeling volgen in volleybal. Je trainer probeert Koach 14 dagen gratis; wat het daarna kost, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Laat je team het seizoen in Koach bijhouden, en zie in je eigen profiel waar je groeit.
Bekijk KoachVeelgestelde vragen
Hoe lang moet je zijn om profvolleyballer te worden?
Het reglement kent geen minimumlengte. Op het hoogste niveau zijn aanvallers en middenspelers meestal lang, omdat ze boven het net moeten aanvallen en blokken. Libero's en spelverdelers zijn vaak kleiner; daar tellen receptie, verdediging, overzicht en handen zwaarder. Ben je niet lang, kies dan een positie waar lengte minder telt, en werk aan sprongkracht en techniek.
Op welke leeftijd word je profvolleyballer?
Daar is geen vaste leeftijd voor. Sommige spelers tekenen hun eerste contract als tiener, anderen pas na hun studie of na een seizoen in het buitenland. De jongste wereldkampioenschappen van de FIVB zijn voor spelers onder de 17, maar wie daarvoor niet geselecteerd is, kan later via de club alsnog doorbreken, zeker als je laat groeit.
Kun je van volleybal leven?
In landen met een professionele competitie kan dat, in veel andere landen alleen op het hoogste niveau of helemaal niet. Wat een speler verdient, verschilt per land, club en niveau zo sterk dat bedragen online weinig zeggen. Maak daarom je opleiding af en vraag spelers die de stap zetten hoe het voor hen werkt.
Hoe word je gescout als volleyballer?
Selectietrainers kijken bij jeugdselecties van de bond, op toernooien en bij wedstrijden in de hogere klassen. Speel op een niveau waar je speeltijd krijgt, doe mee aan selectiedagen van je bond en vraag je trainer om je aan te melden als hij denkt dat je klaar bent. Beelden van je eigen wedstrijden helpen als een club in het buitenland naar je vraagt.
Maak je groei zichtbaar
14 dagen gratis, zonder creditcard. Als speler betaal je niets: je account valt onder het abonnement van je team.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


