Lengte volleyballer: moet je lang zijn om te volleyballen?
Het korte antwoord
Nee, je hoeft niet lang te zijn om te volleyballen. Lengte helpt vooral aan het net, bij blok en aanval, en weegt zwaarder naarmate het niveau hoger wordt. Op topniveau zijn middenaanvallers het langst en libero's en spelverdelers het kleinst; in een clubteam vindt elke lengte een plek.
De lengte van een volleyballer is vaak de eerste vraag van jonge spelers en hun ouders: moet je lang zijn om te volleyballen? Hier staan de gemiddelden per positie op topniveau, wat lengte aan het net wel en niet doet, en welke routes er zijn voor wie niet de langste van het team is.
Waarom lengte in volleybal telt
Het net hangt op 2,43 meter bij de mannen en op 2,24 meter bij de vrouwen. Aan het net gaat het om het hoogste punt dat je hand haalt, en dat is je reikhoogte staand plus je sprong. Een langere speler heeft een hogere reikhoogte voordat hij ook maar van de grond komt. Bij het blok betekent dat eerder en verder over het net reiken. Bij de aanval betekent het een hoger contactpunt, en dus meer ruimte om over of langs het blok te slaan.
Verder van het net weegt lengte veel minder. Passen, verdedigen en setten vragen vooral lezen, voetenwerk en balgevoel. Een lange speler moet zelfs verder door de knieën om laag te verdedigen. En voor de libero doet lengte er nauwelijks toe: die mag niet serveren, niet blokkeren en de bal niet aanvallen als die helemaal boven de netrand is (regel 19.3.1 van de FIVB).
Gemiddelde lengte per positie op topniveau
De bruikbaarste cijfers komen uit een studie van Palao, Manzanares en Valadés (2014), die de spelers van de Olympische Spelen van 2000 tot en met 2012 en de wereldkampioenschappen van 2002 tot en met 2010 analyseerden: ongeveer 2900 mannen en vrouwen. Dit was hun gemiddelde lengte per positie:
| Positie | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|
| Middenaanvaller | 2,02 m | 1,86 m |
| Diagonaal | 1,99 m | 1,85 m |
| Buitenaanvaller | 1,97 m | 1,84 m |
| Spelverdeler | 1,92 m | 1,77 m |
| Libero | 1,86 m | 1,71 m |
Bron: Palao, Manzanares en Valadés, Journal of Human Kinetics 2014, gemiddelden over alle deelnemende teams.
De volgorde is bij mannen en vrouwen gelijk: middenaanvallers het langst, dan diagonalen, buitenaanvallers, spelverdelers en libero's. Tussen de midden en de libero zit gemiddeld 16 centimeter bij de mannen en 15 bij de vrouwen. De gemiddelde aanvalsreik in dezelfde studie was 3,43 meter bij de mannen en 3,01 meter bij de vrouwen: precies een meter en ruim driekwart meter boven de netrand. Wat aanvals- en blokreik precies zijn, staat in hoe hoog volleyballers springen.
Een tweede uitkomst laat zien dat lengte niet alles verklaart. Bij de vrouwen onderscheidden de teams die bovenaan eindigden zich van de rest door lengte, gewicht en reikhoogte. Bij de mannen was dat vooral de leeftijd: de beste teams speelden met oudere, ervaren spelers. Op een niveau waar iedereen lang is, beslist iets anders.
Houd in gedachten dat dit de absolute wereldtop is. In een regionale competitie, een studententeam of een recreantengroep liggen de gemiddelden lager, en zie je op elke positie spelers van heel verschillende lengte.
Moet je lang zijn om te volleyballen?
Om te beginnen niet, en in de meeste clubteams ook later niet. Er bestaat geen minimumlengte in het reglement, en op clubniveau beslissen vaak de pass, de service en het aantal eigen fouten. Hoe hoger het niveau, hoe zwaarder lengte weegt, en dan niet op elke positie even zwaar:
- Middenaanvaller: het blok is de hoofdtaak, dus lengte telt hier het meest. Maar zonder snelle zijwaartse verplaatsing komt een lange midden bij de buitenaanval te laat.
- Diagonaal en buitenaanvaller: aanval en blok vragen hoogte. De buitenaanvaller moet daarnaast passen, en daar helpt lengte niet.
- Spelverdeler: lengte helpt bij het blok en bij een tweede bal die je zelf over het net legt. Handen, voeten en beslissingen wegen zwaarder.
- Libero: lengte speelt vrijwel geen rol. Lezen, reactie en een stabiel platform wel.
In het beachvolleybal, met twee spelers per team, is de verdeling vaak nog duidelijker: de een blokt aan het net, de ander verdedigt het veld erachter, en die verdediger is meestal de kleinere van de twee. Ook daar heeft een kleinere speler dus een eigen rol.
Wat een clubspeler meer oplevert dan tien centimeter extra lengte: timing, een goede aanloop, slim plaatsen en een pass die elke week hetzelfde is. Hoe een kleinere aanvaller toch scoort, lees je in smashen als je klein bent.
Meet reikhoogte, niet alleen lengte. Wil je weten wat een speler aan het net haalt, meet dan de staande reikhoogte en de aanvalsreik tegen een muur. Twee spelers van dezelfde lengte kunnen door armlengte en sprong flink verschillen, en dat verschil zie je niet op een meetlat.
Niet lang? Deze routes werken
- Libero. De positie die het minst om lengte vraagt en het meest om pass en verdediging. Veel teams zoeken een libero die de receptie draagt; de regels staan in de libero: regels en rol.
- Spelverdeler. Raakt bijna elke tweede bal en bepaalt wie aanvalt. Op topniveau gemiddeld een stuk kleiner dan de aanvallers, en op clubniveau vaak de speler met het beste overzicht, niet de langste.
- Buitenaanvaller met een sterke pass. Teams hebben altijd passers nodig. Een buitenaanvaller die de receptie aankan en slim aanvalt, speelt veel, ook als het blok groter is.
- Hoger komen. Lengte verander je niet, je sprong wel. Een betere aanloop en gericht sprongwerk leveren centimeters op; zie hoger springen bij volleybal.
Twijfel je welke van deze plekken bij je past, lees dan welke volleybalpositie past bij mij. Daar gaat het ook over karakter en wat je graag doet, niet alleen over lengte.
Jeugd: kies nooit op lengte alleen
Kinderen groeien niet tegelijk. De langste van een team van twaalfjarigen is vaak gewoon vroeg in de groei, en klasgenoten die later groeien, kunnen hem een paar jaar later inhalen. Wie jeugdspelers op hun lengte van dit moment een vaste plek geeft, zet de lange speler aan het net zonder dat hij leert passen, en de kleine speler achterin zonder dat hij leert aanvallen. Dat gat is in de senioren moeilijk te dichten.
Laat jeugdspelers daarom alle vaardigheden blijven trainen, ook als ze in de wedstrijd vooral op één plek staan. En reken tijdens een groeispurt op een tijdelijke dip in timing en coördinatie; wat er dan gebeurt, staat in wat een groeispurt met een jeugdspeler doet. Vragen over groei zelf horen bij de huisarts of de jeugdarts, niet bij de trainer.
Kijk naar wat een speler doet, niet naar zijn lengte
Lengte is één getal dat je één keer opschrijft. Wat een speler ermee doet, zie je pas als je bijhoudt wat er in wedstrijden gebeurt. In Koach staat per speler een profiel met de positie, het rugnummer en een seizoenskaart: de punten per wedstrijd en het aandeel gewonnen rally's terwijl hij in het veld stond, en bij wedstrijden die je in Expert bijhoudt ook het killpercentage en het receptiegemiddelde. Zo zie je of de kleine passer de receptie draagt, en of de lange midden zijn blok ook echt laat tellen.
Hoe je zulke cijfers over een seizoen gebruikt zonder er te veel in te lezen, staat in spelerontwikkeling volgen. Wat Koach kost na de 14 gratis dagen, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Houd een paar wedstrijden bij en kijk wie er echt punten maakt, los van de lengte.
Probeer Koach met je teamVeelgestelde vragen
Hoe lang moet je zijn om te volleyballen?
Er is geen minimumlengte: het reglement stelt geen eisen en in clubteams spelen mensen van elke lengte. Op topniveau zijn de verschillen groot. Op de Olympische Spelen en wereldkampioenschappen van 2000 tot en met 2012 waren mannelijke middenaanvallers gemiddeld 2,02 meter en libero's 1,86 meter; bij de vrouwen was dat 1,86 en 1,71 meter.
Welke volleybalpositie past bij een kleine speler?
Libero is de positie waar lengte het minst telt: je verdedigt en passt, en je mag niet serveren, niet blokkeren en geen bal aanvallen die helemaal boven de netrand is. Ook spelverdeler en buitenaanvaller met een sterke pass zijn goede routes. Aan het net maak je het verschil met timing, een snelle set en slimme ballen langs of van het blok.
Word je langer van volleybal?
Nee. Voor zover bekend verandert volleybal je eindlengte niet: die hangt vooral af van erfelijkheid, met daarnaast voeding en gezondheid in de jeugd. Omgekeerd word je er ook niet korter van. Wat volleybal wel verandert, is je sprong, je reikhoogte in de sprong en je timing. Vragen over groei bespreek je met de huisarts of de jeugdarts.
Kan een kleine speler middenaanvaller zijn?
Op clubniveau zeker, mits hij snel is, goed timet en een korte aanval met de spelverdeler kan afspreken. Een snelle midden die op tijd bij de buitenkant blokt, is meer waard dan een lange die te laat komt. Op topniveau is het zeldzaam: daar waren middenaanvallers gemiddeld de langste spelers van het team.
Zie wat je spelers echt bijdragen
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na een maand weet je wie de receptie draagt.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


