Hoe hoog springen volleyballers? Aanvalsbereik | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Spelerontwikkeling

Hoe hoog springen volleyballers? Aanvals- en blokbereik uitgelegd

Het korte antwoord

Hoe hoog springen volleyballers? Op de Olympische Spelen en WK's van 2000 tot 2012 haalden ze met aanloop gemiddeld 3,43 meter (mannen) en 3,01 meter (vrouwen) met hun hand: de mannen een meter boven het net, de vrouwen 77 centimeter. Middens en diagonalen komen het hoogst, libero's het laagst.

Hoe hoog springen volleyballers eigenlijk? Wie een topwedstrijd ziet, ziet aanvallers die de bal ver boven het net raken. Hier lees je wat aanvalsbereik en blokbereik betekenen, hoe hoog de top per positie komt en wat die cijfers zeggen over je eigen sprong.

Leestijd: 6 min

Aanvalsbereik, blokbereik en spronghoogte: drie verschillende getallen

In volleybal praat bijna niemand over spronghoogte in centimeters. Teams, bonden en scouts noemen het bereik: het hoogste punt dat je hand haalt, gemeten vanaf de vloer. Dat is het getal dat telt, want de vraag is niet hoe hoog je springt, maar hoe ver boven het net je de bal kunt raken.

De spronghoogte zelf is het verschil: aanvalsbereik min staande reikhoogte. Stel dat je 1,80 meter bent, staand 2,33 meter reikt en met aanloop op 2,95 meter tikt. Dan spring je 62 centimeter, en kom je met je hand 52 centimeter boven een herennet van 2,43 meter en 71 centimeter boven een damesnet van 2,24 meter. Die nethoogtes staan in regel 2.1 van het reglement van de FIVB. Hoe je je eigen getallen meet met een muur en krijt, staat in hoger springen bij volleybal.

Hoe hoog springen volleyballers op topniveau?

Goede vergelijkingscijfers komen uit een onderzoek van Palao, Manzanares en Valadés (2014) naar alle spelers van de Olympische Spelen en wereldkampioenschappen van 2000 tot en met 2012, ruim 1400 mannen en ruim 1400 vrouwen. Ze gebruikten de spelersgegevens uit de databases van de FIVB. Hoe die waarden gemeten zijn, staat er niet bij, dus lees ze als richtgetal. Gemiddeld per positie:

PositieMannen: aanval / blokVrouwen: aanval / blok
Middenaanvaller3,48 / 3,30 m3,07 / 2,95 m
Diagonaal3,48 / 3,29 m3,07 / 2,93 m
Buitenaanvaller3,45 / 3,27 m3,05 / 2,92 m
Spelverdeler3,35 / 3,18 m2,94 / 2,82 m
Libero3,26 / 3,10 m2,82 / 2,71 m
Alle posities3,43 / 3,25 m3,01 / 2,89 m

Bron: Palao, Manzanares en Valadés, Journal of Human Kinetics, 2014.

Tel je het net eraf, dan zie je wat die cijfers in het spel betekenen. Een topspeler bij de mannen komt met zijn hand gemiddeld een meter boven het net (3,43 min 2,43), een topspeelster 77 centimeter (3,01 min 2,24). Met blokbereik is dat 82 centimeter bij de mannen en 65 bij de vrouwen. Het bereik is het hoogste punt van de hand. De bal zelf raak je iets lager en vóór je lichaam, maar wie zo ver boven de netrand uitkomt, kan de bal steil naar beneden slaan en over de vingers van een blok heen spelen.

Waarom middens het hoogst komen en libero's het laagst

De verschillen per positie volgen de taken. Middenaanvallers blokkeren in bijna elke rally en slaan korte, snelle ballen, en diagonalen zijn vaak de aanvaller die de moeilijke bal moet afmaken: daar zitten de langste spelers met het grootste bereik. Buitenaanvallers liggen er vlak onder; zij passen ook en verdedigen, en dat vraagt meer dan alleen hoogte. De spelverdeler blokkeert wel, maar zijn waarde zit in de set. De libero mag volgens het reglement niet blokkeren en geen aanval afmaken met een bal die helemaal boven de netrand is (regel 19.3.1), dus voor hem telt het bereik nauwelijks. Hij wordt gekozen op pass en verdediging. Hoe lengte per positie verdeeld is en of je lang moet zijn om te volleyballen, staat in lengte en volleybal.

Opvallend in hetzelfde onderzoek: bij de mannen scheelde het bereik tussen de top vier van een toernooi en de teams vanaf de negende plaats maar 3 centimeter (3,44 tegenover 3,41 meter). Wat de beste mannenteams wel onderscheidde, was de leeftijd van hun spelers, en de onderzoekers noemen ervaring daar een sleutelfactor. Bij de vrouwen hadden de beste teams wel het grotere bereik (3,06 tegenover 2,98 meter). Bij de mannen springt op dat niveau dus iedereen hoog, en zit het verschil ergens anders.

En op clubniveau?

Voor clubspelers bestaat geen betrouwbare internationale tabel. Clubs meten verschillend, en wat er online rondgaat, zijn vaak losse opgaven zonder meetmethode. Wel is duidelijk dat het niveau meetelt: in een Sloveens onderzoek onder 253 spelers uit de eerste en tweede divisie sprongen de spelers uit de eerste divisie hoger, bij de mannen verschilden buitenaanvallers en spelverdelers in spronghoogte (bij de vrouwen niet), en mannen haalden meer winst uit hun armzwaai dan vrouwen (Sattler en collega's, 2015).

Vergelijk jezelf daarom niet met de cijfers van een WK, maar met twee dingen: het net waaraan je speelt en je eigen vorige meting. Voor de jeugd hangt het net lager; welke hoogte dat is, verschilt per land en per leeftijd, dus kijk naar de regels van je eigen competitie. Kom je met je aanvalsbereik nauwelijks boven de netrand, dan win je meer met timing en plaatsing dan met hard slaan. Hoe je dat aanpakt, lees je in smashen als je klein bent.

Reken je eigen ruimte boven het net uit. Meet je aanvalsbereik en trek de nethoogte van je competitie eraf. Dat getal zegt meer over wat je als aanvaller kunt dan je spronghoogte in centimeters, en je ziet meteen wat tien centimeter erbij voor jou zou betekenen.

Hoe komen profs zo hoog?

  1. Lengte en armlengte. Het grootste deel van het bereik zit al in de staande reikhoogte. Op het topniveau uit de tabel waren de mannen gemiddeld 1,97 meter en de vrouwen 1,82 meter (Palao en collega's, 2014). Daar wordt op geselecteerd, en daar kun je niets aan trainen.
  2. De aanloop en de armzwaai. Een goede aanloop zet snelheid om in hoogte, en de armzwaai helpt de afzet. Bij veel clubspelers zit hier veel winst; het ritme staat in de aanvalspas.
  3. Jaren kracht- en sprongtraining. Een overzichtsstudie van 32 onderzoeken concludeerde dat spelers van betere teams hoger springen, dat programma's met plyometrie de sprong kunnen verbeteren en dat je die training het hele seizoen moet doorzetten om de winst te houden (Ziv en Lidor, 2010). Hoe je dat opbouwt, staat in hoger springen bij volleybal.
  4. Herhaling en timing. Een prof heeft jarenlang elke training op echte sets aangevallen. Daardoor raakt hij de bal op het hoogste punt van zijn sprong, en dat is iets anders dan alleen hoog springen. Wie te vroeg of te laat is, verliest een deel van zijn bereik.

Je sprong en je aanval volgen in Koach

Koach meet geen spronghoogte: daarvoor heb je een muur, krijt en een rolmaat nodig. Wat de app wel laat zien, is of die sprong iets oplevert in de wedstrijd. Houdt je trainer de wedstrijden live bij, dan staan op je spelersprofiel je punten per wedstrijd en onder Statistiek je punten uit aanval en blok. Scoort je trainer in de Expert-modus, dan zie je ook je killpercentage. Je meting kun je als Persoonlijk doel op je profiel zetten, bijvoorbeeld een aanvalsbereik dat je aan het eind van het seizoen wilt halen; dat doel pas je als speler zelf aan. Zo houd je de lijn van je ontwikkeling bij, zoals beschreven in spelerontwikkeling volgen.

Spelersprofiel in Koach met de seizoenskaart: punten per wedstrijd en tegels voor rally's gewonnen, killpercentage en receptie
Het overzicht van een speler: punten per wedstrijd en, met Expert-gegevens, het killpercentage laten zien of de sprong in de wedstrijd iets oplevert.

Als speler betaal je niets: je account valt onder het abonnement van je team. Je trainer probeert Koach 14 dagen gratis; wat het daarna kost, staat op de prijzenpagina.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Houd je wedstrijden live bij en zie per speler of meer sprong ook meer aanvalspunten oplevert.

Probeer Koach met je team

Veelgestelde vragen

Hoe hoog springt een volleyballer gemiddeld?

Dat hangt sterk af van niveau en positie. Op de Olympische Spelen en WK's van 2000 tot 2012 haalden mannen met aanloop gemiddeld 3,43 meter met hun hand en vrouwen 3,01 meter, volgens een onderzoek van Palao en collega's (2014) op basis van FIVB-gegevens. Hoeveel centimeter dat in sprong is, hangt af van de staande reikhoogte. Voor clubspelers bestaat geen betrouwbaar internationaal gemiddelde.

Wat is het verschil tussen aanvalsbereik en blokbereik?

Aanvalsbereik is het hoogste punt dat je met één hand haalt na een volledige aanloop met armzwaai. Blokbereik is het hoogste punt met twee handen na een sprong uit stand of na een paar zijpassen. Het blokbereik ligt lager, omdat je zonder aanloop springt; bij de topspelers uit het onderzoek van Palao scheelde dat gemiddeld 18 centimeter bij de mannen en 12 bij de vrouwen.

Hoe ver boven het net slaat een volleyballer de bal?

Bij de mannen op topniveau komt de hand gemiddeld ongeveer een meter boven het net van 2,43 meter, bij de vrouwen ongeveer 77 centimeter boven het net van 2,24 meter. De bal zelf raak je iets lager en vóór je lichaam. Op clubniveau is dat vaak veel minder, en daar winnen timing en plaatsing meer punten dan pure hoogte.

Waarom springt een libero minder hoog?

Een libero hoeft niet hoog te springen. Volgens het reglement mag hij niet blokkeren en geen aanval afmaken met een bal die helemaal boven de netrand is. Hij wordt gekozen op pass, verdediging en overzicht, en is daarom meestal kleiner dan de aanvallers. Op topniveau had de libero dan ook het kleinste bereik van alle posities.

Zie of je sprong punten oplevert

14 dagen gratis, zonder creditcard. Na een paar wedstrijden zie je per speler de aanvals- en blokpunten.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.