Welke volleybalpositie past bij mij? Zo kies je je plek
Het korte antwoord
Welke volleybalpositie bij je past, hangt meer af van wat je graag doet en goed kunt dan van je lengte. Regisseer je graag, kijk dan naar spelverdeler; wil je scoren, naar buitenaanvaller of diagonaal; ben je snel en explosief aan het net, naar het midden; en blijf je rustig onder een harde bal, naar libero.
Welke volleybalpositie past bij mij? Die vraag stellen spelers vaak pas als de trainer al gekozen heeft. Dit artikel helpt je er zelf over na te denken: vijf vragen over wat je graag doet, een profiel per positie, een eerlijk antwoord over de makkelijkste en de moeilijkste plek, en hoe je een positie uitprobeert.
Begin bij wat je graag doet, niet bij je lengte
Teams verdelen posities vaak op lengte: de langste naar het midden, de kleinste naar achteren. Lengte telt, maar een positie bestaat uit honderden kleine handelingen per wedstrijd, en die moet je graag doen. Stel jezelf eerst deze vijf vragen:
- Wil je bij bijna elke rally betrokken zijn? De spelverdeler speelt bijna elke tweede bal. De libero en de buitenaanvallers vangen de meeste services op. Wie liever wacht op het moment om toe te slaan, zit beter aan het net.
- Scoor je liever, of maak je liever een ander beter? Scoren is het werk van buitenaanvaller, diagonaal en midden. Een ander beter maken is het werk van spelverdeler en libero: hun goede bal wordt het punt van iemand anders.
- Welke techniek gaat je het makkelijkst af? Bovenhands spelen past bij de spelverdeler. Onderarms passen en verdedigen bij libero en buitenaanvaller. Springen en slaan bij de aanvallers, en blokken vooral bij de midden.
- Hoe ga je om met fouten en druk? De diagonaal krijgt de moeilijke ballen die toch af moeten. De spelverdeler moet na een slechte pass alsnog iets bruikbaars maken. De libero staat na een gemiste pass meteen weer klaar voor de volgende service.
- Praat en beslis je graag? De spelverdeler regisseert de aanval en de libero roept de receptie. Wie liever zijn eigen taak goed doet zonder anderen te sturen, voelt zich vaak beter op een vleugel.
Pas daarna komen lengte en sprong. Die bepalen vooral hoe ver je op een positie kunt komen, niet of hij bij je past.
Vijf posities, vijf soorten spelers
| Positie | Past bij je als je | Wat je moet kunnen |
|---|---|---|
| Spelverdeler | graag regisseert en de bal aan een ander gunt | zuiver bovenhands spelen, snelle voeten, kiezen onder druk |
| Buitenaanvaller | alles wilt doen en veel balcontact zoekt | passen én aanvallen, ook op een set die niet perfect is |
| Diagonaal | wilt afmaken en de bal wilt als het moeilijk wordt | hard en gericht aanvallen, blokken tegen hun buitenaanvaller |
| Middenaanvaller | graag aan het net staat en explosief bent | timing, snel zijwaarts verplaatsen, een korte aanval |
| Libero | graag verdedigt en geen punt hoeft te maken om tevreden te zijn | pass en verdediging, het spel lezen, rust |
Wat elke positie in een rally precies doet, staat in volleybalposities uitgelegd. Twijfel je tussen de twee vleugels, lees dan het verschil tussen buitenaanvaller en diagonaal. En bedenk bij de libero dat het een positie met eigen regels is: je serveert niet, je blokt niet en je valt niet aan als de bal helemaal boven de netrand is (regel 19.3.1 van de officiële spelregels van de FIVB).
Welke positie past bij jouw lengte?
Aan het net helpt lengte, bij het blok en bij de aanval. Op topniveau zijn middenaanvallers gemiddeld het langst en libero's en spelverdelers het kleinst; de cijfers per positie staan in de lengte van een volleyballer. In een clubteam is de spreiding veel groter, en een snelle midden van gemiddelde lengte is daar vaak meer waard dan een lange die te laat komt.
Ben je linkshandig, dan kom je vaak op de diagonaal terecht. Een set naar rechts komt dan aan je slagkant aan, zonder dat de bal eerst voor je lichaam langs moet. Hoe dat werkt en wat het betekent voor je aanloop, staat in linkshandig volleyballen.
Vraag niet om een positie, vraag om een kans. Zeg tegen je trainer welke positie je wilt leren en waarom, en vraag of je hem een paar weken op de training mag oefenen. Een trainer zegt sneller ja tegen een proefperiode dan tegen een vaste plek in de wedstrijd.
Wat is de makkelijkste en de moeilijkste volleybalpositie?
Een makkelijke positie bestaat niet. Er zijn wel posities met minder verschillende taken:
- Middenaanvaller en diagonaal staan in een 5-1 meestal buiten de receptie. Je hoeft dan minder vaak een service te ontvangen. Daar staat tegenover dat de midden bij bijna elke aanval van de tegenstander meeblokt, en dat de diagonaal ook de moeilijke ballen moet afmaken.
- Libero heeft de minste soorten handelingen: geen aanval boven het net, geen service, geen blok. Daar staat tegenover dat je de meeste services en verdedigingsballen krijgt, en dat elke fout zichtbaar is.
- Spelverdeler wordt vaak de moeilijkste positie genoemd. Je speelt bijna elke tweede bal, je beslist bij elke aanval wie hem krijgt, en je techniek moet ook na een slechte pass zuiver blijven.
- Buitenaanvaller is de meest complete rol: passen, aanvallen, blokken en verdedigen, en vaak tegen het sterkste blok van de tegenstander.
Ben je net begonnen, kies dan niet de positie met de minste taken, maar leer eerst alles. Wie kan passen, setten en aanvallen, past later op elke plek.
Zo probeer je een nieuwe positie uit
- Praat met je trainer. Noem de positie en wat je eraan trekt. Een trainer kent het team en weet waar een gat zit.
- Train hem eerst in oefeningen. Een paar weken lang de taken van die positie in het trainingsprogramma: setten op verschillende ballen, passen op harde services, of blokken met verplaatsing.
- Speel hem in een oefenwedstrijd. Eén set op de nieuwe plek zegt meer dan tien oefeningen, juist omdat je daar moet beslissen.
- Houd een tweede positie. Wie op twee plekken uit de voeten kan, speelt vaker, ook als er iemand ziek is.
Ben je jonger dan een jaar of veertien, dan is het beste antwoord op de vraag welke positie bij je past: alle. Waarom vroeg vastleggen jonge spelers afremt, staat in wanneer je een vaste positie kiest voor een jeugdspeler. Hoe een trainer met wedstrijdcijfers kijkt welke rol iemand ligt, lees je in de sterkste rol van een speler bepalen.
Je positie en je cijfers in Koach
Gebruikt je team Koach, dan staat bij elke speler een positie, en als de trainer dat invult ook een tweede positie. Met een eigen spelersaccount zie je je eigen profiel. Als speler betaal je daar niets voor: je account valt onder het abonnement van je team. Onder Statistiek staat bij Cijfers 0-5 per vaardigheid (receptie, verdediging, service, set, aanval, blok en vrije bal) het aandeel goede cijfers, een 3, 4 of 5, uit de wedstrijden die je trainer in Expert bijhoudt. Zo zie je zwart op wit of je pass sterker is dan je aanval, en dat is een beter begin van het gesprek over een positie dan je lengte.
Voor de trainer is dit een deel van het grotere werk: wie staat waar, wie traint mee, wie groeit. Hoe dat in elkaar zit, staat in een volleybalteam beheren, en wat Koach kost na de 14 gratis dagen op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Ben je trainer, zet je team erin; je spelers zien hun eigen cijfers met een spelersaccount dat onder je abonnement valt.
Probeer Koach met je teamVeelgestelde vragen
Wat is de makkelijkste positie in volleybal?
Een makkelijke positie bestaat niet, maar sommige hebben minder verschillende taken. Middenaanvallers en de diagonaal staan in een 5-1 meestal buiten de receptie, en de libero serveert niet, blokt niet en valt niet aan boven de netrand. Daar staat tegenover dat de midden bij bijna elke aanval van de tegenstander blokt en de libero de meeste services en verdedigingsballen krijgt.
Wat is de moeilijkste positie in volleybal?
Spelverdeler wordt het vaakst genoemd. Je speelt bijna elke tweede bal, je kiest bij elke aanval wie hem krijgt, en je techniek moet ook na een slechte pass zuiver blijven. De buitenaanvaller heeft de meest complete rol: passen, aanvallen, blokken en verdedigen, vaak tegen het sterkste blok van de tegenstander.
Welke volleybalpositie past bij een kleine speler?
Libero, spelverdeler en buitenaanvaller met een sterke pass zijn de gebruikelijke routes. Lengte telt het meest aan het net, bij blok en aanval, en het minst in de verdediging en bij het setten. In een clubteam spelen kleinere spelers ook gewoon aan het net, mits ze snel zijn en goed timen.
Kan ik als volwassene nog van positie wisselen?
Ja. Spelers stappen ook als volwassene over, bijvoorbeeld van aanvaller naar libero of van buitenaanvaller naar spelverdeler. Bespreek het met je trainer, train de nieuwe taken eerst een paar weken in oefeningen en speel er dan een set mee in een oefenwedstrijd. Reken erop dat het tijd kost voordat de nieuwe positie net zo vanzelf gaat als de oude.
Laat je spelers hun eigen cijfers zien
14 dagen gratis, zonder creditcard. Spelers betalen niets: hun account valt onder je abonnement.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


