Open de app

Volleybaloefeningen · Blokkeren · Aanval

Blok-transitie

Het blok is de eerste beweging van de aanval, niet de laatste van de verdediging. In deze vorm gaat het om de twee seconden na de landing: opendraaien, van het net af, en op tijd terug voor de aanloop. Wie blijft kijken hoe zijn spelverdeler de bal pakt, komt nooit meer bij zijn eigen aanval.

2 spelers 9 fases ± 20 min 6 ballen, een kist of hoge bank, half veld met net Vanaf de B-jeugd
1 1 S

Fase 1 van 9Blokkeerder aan het net, coach met de bal op de kist, spelverdeler klaar

Eigen team (S = spelverdeler, de andere speler is de blokkeerder) Trainer Materiaal Bal

Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.

Openen in de app

Zo verloopt de oefening

Waar train je op

Block-to-attack: blokken, landen, opendraaien, terugsprinten, gezette bal aanvallen en terug naar basis.

Coachpunten

Draai open naar de kant waar de bal heen gaat, en begin daarmee in de lucht.

Draai je pas als je stilstaat, dan ben je een hele seconde kwijt. Opendraaien is onderdeel van de landing, niet iets wat erna komt.

Loop tot achter de aanvalslijn voor je omkeert.

Een aanloop van anderhalve meter levert geen sprong op. De meeste jeugdspelers keren te vroeg om omdat ze bang zijn de set te missen.

Een blokaanraking telt niet mee voor de drie slagen.

Je team heeft na het blok dus nog steeds drie contacten. Spelers die dat niet weten spelen de tweede bal in paniek direct terug over het net.

De spelverdeler zet een halve meter verder van het net dan normaal.

Na een blok komt de aanvaller van achteren aan. Een set strak op het net loopt hij voorbij; een set iets naar binnen kan hij nog raken.

Variaties

Makkelijker
De coach gooit de bal in het blok in plaats van te slaan, zodat de kaats voorspelbaar omhoog gaat en de transitie rustig kan starten.
Moeilijker
De coach kiest zelf of hij in het blok slaat of erlangs. Bij een bal ernaast moet een verdediger hem opgraven en loopt de transitie gewoon door.
Met zes spelers
Blokkeerder, spelverdeler en een verdediger achterin, plus drie in de wachtrij. Na elke bal schuift iedereen een plek door.
Als wedstrijdje
Een afgemaakte transitieaanval is een punt, een blok dat de bal direct dood houdt twee. Zes ballen per ronde; onder de vier punten nog een ronde.

Volleybaloefeningen

Verder lezen in de kennisbank: van verdediging naar aanval schakelen · of een blokaanraking meetelt voor de drie slagen · het driepasritme van de aanloop

200 oefeningen in je broekzak, met animatie

Gratis proberen