Volleybaloefeningen · Aanval
Drie-pas aanloop
Een aanloop zonder bal, met twee pylonen als afzetpunt. Klinkt saai, maar dit is de enige vorm waarin een speler zijn eigen ritme kan voelen zonder dat de bal alle aandacht opeist. Links-rechts-links, remmen, springen, landen — en dan meteen weer terug naar de start.
Fase 1 van 6Twee spelers klaar achter de aanvalslijn, de pylonen markeren de afzet
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Basisaanloop links-rechts-links met rem-pas en verticale afzet, zonder bal; als volle cyclus.
- Het vaste ritme links-rechts-links, waarbij de laatste twee passen sneller gaan dan de eerste.
- De remstap: hak eerst, teen daarna, zodat horizontale snelheid wordt omgezet in hoogte.
- Armen die achter het lichaam wachten en pas bij de afzet naar boven trekken.
Coachpunten
De eerste stap is klein, de laatste twee zijn groot.
Wie begint met een sprint kan aan het eind niet meer versnellen. Een aanloop hoort op te lopen in tempo, niet af te vlakken.
Rem met je hakken, niet met je tenen.
Op de hakken landen zet de rem erop en kantelt het lichaam iets achterover; vanuit die stand duw je jezelf omhoog. Op de tenen loop je door en spring je vooruit, het net in.
Armen naar achteren tijdens de remstap, niet eerder.
De armzwaai levert een flink deel van de sprong. Wie zijn armen al bij de tweede pas omhoog heeft, laat die winst liggen.
Land op twee voeten met gebogen knieën.
Op één been landen na een volle afzet is de klassieke manier om een enkel of knie te belasten. Twee voeten verdelen de klap, en in een vorm met veel herhalingen telt dat op.
Variaties
- Makkelijker
- Doe de aanloop eerst op de plaats in vier tellen: stap, stap-stap, spring. Pas als het ritme klopt, laat je hem over de volle afstand lopen.
- Moeilijker
- Zet de pylonen elke ronde een halve meter verder van de start, zodat de speler zijn aanloop moet aanpassen in plaats van het aantal passen af te tellen.
- Met zes spelers
- Twee rijen naast elkaar met elk twee pylonen; ze vertrekken om en om, zodat er continu iemand loopt en niemand staat te wachten.
- Als wedstrijdje
- Tien aanlopen per speler. Een aanloop telt alleen als beide voeten tussen de pylonen remmen en de landing op twee voeten is. Wie de meeste geldige heeft, wint.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: het 3-pas ritme naar een hogere sprong · veilig leren landen · de smash in vijf stappen opbouwen