Volleybaloefeningen · Aanval
Rondje wereld 4-3-2
Dezelfde speler valt in één ronde aan vanaf positie 4, 3 en 2: een hoge buitenbal, een snelle midden en een backset. Drie keer een andere aanlooprichting en een ander tempo, direct achter elkaar. Wie normaal alleen op zijn eigen positie traint, merkt hier hoe verschillend die drie ballen aanvoelen.
Fase 1 van 12De trainer heeft de bal aan de overkant; de aanvaller staat op zijn basis achter de aanvalslijn
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Aanvallen vanaf positie 4 (hoog), 3 (snel) en 2 (backset); verschillende aanlooprichtingen en tempo.
- Aanlooprichting aanpassen: schuin naar buiten, recht in het midden en achterlangs naar rechts.
- Drie tempo's in één ronde: hoge bal, eerste tempo en een backset.
- Herstellen naar de volgende startplek terwijl de bal alweer onderweg is.
Coachpunten
Naar positie 4 loop je schuin naar het net toe, niet er parallel langs.
Een aanloop evenwijdig aan het net stuurt je sprong zijwaarts. De bal hangt dan achter je en je houdt alleen de diagonaal over.
Op positie 3 vertrek je vóór de set, op positie 4 erna.
Dat is het hele verschil tussen eerste tempo en een hoge bal. Bij de midden hoor je al in de lucht te zijn als de spelverdeler de bal raakt.
Bij de backset naar positie 2 blijf je achter de bal, niet ernaast.
De bal komt achterlangs en beweegt van je weg. Wie te vroeg naast de baan staat, moet in de lucht terugreiken en verliest zijn slagarm.
Herstel in een boog, niet in een rechte lijn.
Een rechte terugloop kruist het aanloopspoor van de volgende bal. In een boog kom je bovendien uit de goede hoek weer aan.
Variaties
- Makkelijker
- Doe twee posities per ronde: eerst 4 en 3, en voeg positie 2 pas toe als de aanloop naar het midden klopt.
- Moeilijker
- De spelverdeler beslist zelf welke van de drie hij zet en zegt niets; de aanvaller moet elke ronde alle drie de aanlopen voorbereiden.
- Met zes spelers
- Drie aanvallers, één per positie, die na elke ronde doorschuiven zodat iedereen alle drie de ballen krijgt.
- Als wedstrijdje
- Een ronde telt alleen als alle drie de ballen in het veld vallen. Wie maakt er als eerste twee volledige rondes?
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: aanvalstempo's van hoge bal tot eerste tempo · de rol van de middenaanvaller · wat de diagonaal doet op positie 2