Aanvalscombinaties volleybal: kruis en tandem | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Tactiek

Aanvalscombinaties in volleybal: kruis, tandem en dubbele snelle

Het korte antwoord

Aanvalscombinaties in volleybal zijn afgesproken looplijnen waarbij twee aanvallers tegelijk dreigen, zodat het blok moet kiezen. Veelgebruikte namen: de kruis, waarbij de looplijnen elkaar snijden, de tandem, met een tweede aanvaller vlak na de midden, en de dubbele snelle met twee aanvallers op het eerste tempo.

Aanvalscombinaties in volleybal zijn het antwoord op een blok dat je hoge bal naar buiten al ziet aankomen. Dreigen twee aanvallers tegelijk, dan moet de middenblokkeerder kiezen, en kiest hij verkeerd, dan slaat je aanvaller tegen één blokkeerder of geen. Dit zijn de vier combinaties die je het vaakst ziet, en zo bouw je ze op.

Leestijd: 7 min

Wat is een aanvalscombinatie?

Een aanvalscombinatie is een afspraak tussen de spelverdeler en twee of drie aanvallers over wie waar en wanneer aanloopt. Eén aanvaller, meestal de midden, gaat voor een snelle bal vlak bij de spelverdeler. Een tweede aanvaller komt een tel later, op een plek ernaast of op dezelfde plek. De spelverdeler kiest pas op het laatste moment wie de bal krijgt, met dezelfde handen en hetzelfde contactpunt boven het voorhoofd, zodat het blok niets kan aflezen.

Welke tempo's er zijn en wat elk tempo van je pass vraagt, staat in aanvalstempo's van hoge bal tot eerste tempo. Hoe combinaties passen in het geheel van service, receptie, aanval en verdediging, lees je in de basis van volleybaltactiek.

Waarom het blok er moeite mee heeft

De middenblokkeerder van de tegenstander heeft bij elke goede pass twee keuzes. Springt hij mee met je snelle midden, dan is hij uit het spel voor de tweede aanvaller. Wacht hij tot hij ziet waar de set heen gaat, dan haalt hij de snelle bal niet meer. Een combinatie dwingt hem die keuze elke rally opnieuw te maken.

Je spelverdeler kiest de andere kant: springt de midden van de tegenstander mee, dan gaat de bal naar je tweede aanvaller; blijft hij staan, dan naar je snelle midden. Meer over de twee manieren van blokkeren staat in read of commit blokkeren.

De vier combinaties die je het vaakst ziet

Er bestaat geen officiële lijst van combinaties: het reglement kent ze niet, en namen en looplijnen verschillen per land, per bond en per club. Veel teams geven alles een cijfercode, waarbij het eerste cijfer de plek langs het net is en het tweede de hoogte van de set. Hieronder staan de veelgebruikte namen (in het Engels X, tandem, double quick en slide), met een beschrijving van de looplijnen. Heet het bij jouw club anders, dan gaat het om dezelfde bewegingen. Plek 4 is links voor, plek 3 het midden, plek 2 rechts voor; de spelverdeler staat aan het net tussen plek 3 en plek 2.

De kruis

Bij de kruis snijden de looplijnen van twee aanvallers elkaar. Een veelgespeelde vorm: de midden slaat een snelle bal vlak vóór de spelverdeler, en de diagonaal loopt vanaf rechts naar binnen, achter de midden langs (aan de veldkant, niet tussen midden en net). Aan de andere kant van de midden krijgt hij een iets hogere, snelle bal, ongeveer een meter voorbij de plek waar de midden sprong. Een tweede vorm komt van links: de midden gaat voor een snelle bal iets verder van de spelverdeler, en de buitenaanvaller snijdt naar binnen en slaat tussen spelverdeler en midden.

Het blok ziet twee aanvallers die op elkaar af lijken te lopen. De buitenblokkeerder die zijn eigen aanvaller volgt, wordt naar binnen getrokken, en de middenblokkeerder moet in een halve seconde kiezen. De valkuil is botsen. Spreek daarom af dat de tweede aanvaller altijd achter de midden langs gaat: die is eerder vertrokken en hangt al in de lucht als de tweede aanvaller passeert.

De tandem

Bij de tandem lopen twee aanvallers achter elkaar aan op dezelfde plek. De midden springt voor de snelle bal vóór de spelverdeler, en een tweede aanvaller, meestal de diagonaal of de buitenaanvaller, loopt in zijn spoor en springt op dezelfde plek zodra de midden landt. Zijn set is iets hoger en een fractie later. Een blokkeerder die met de midden meesprong, komt net naar beneden als de tweede aanvaller slaat. De tandem vraagt minder looplijnen dan de kruis, maar meer timing: vertrekt de tweede aanvaller te vroeg, dan loopt hij op de hielen van de midden, vertrekt hij te laat, dan staat het blok er weer.

De dubbele snelle

Bij de dubbele snelle gaan twee aanvallers tegelijk voor een bal op het eerste tempo: de midden vóór de spelverdeler en een tweede aanvaller, vaak de diagonaal, voor een snelle bal achter de spelverdeler. Eén middenblokkeerder kan niet op twee plekken tegelijk meespringen. Het nadeel is dat beide ballen snel zijn. De pass moet goed zijn, en je hebt twee aanvallers nodig die het eerste tempo aankunnen.

De slide-combinatie

Bij de slide loopt de midden achter de spelverdeler langs en springt hij van één been af, richting plek 2. Dat trekt de middenblokkeerder van de tegenstander mee naar die kant. De combinatie zit in wat een tweede aanvaller met die ruimte doet. Meestal is dat de buitenaanvaller op plek 4, die zo tegen één blokkeerder slaat in plaats van twee. Staat er een diagonaal voorin, dan kan die ook naar binnen snijden voor een snelle bal vóór de spelverdeler, op de plek die de midden net heeft verlaten. De slide zelf, met de eenbenige afzet en de set, staat uitgewerkt in de slide-aanval.

CombinatieWie loopt watWat het blok moet kiezen
KruisMidden snel vóór de spelverdeler, tweede aanvaller kruist erachter langsMee met de midden of naar de kruisende aanvaller
TandemMidden snel, tweede aanvaller een tel later op dezelfde plekSpringen met de eerste of wachten op de tweede
Dubbele snelleTwee aanvallers op het eerste tempo, vóór en achter de spelverdelerWelke van de twee snelle ballen
Slide-combinatieMidden op de slide achter de spelverdeler, buitenaanvaller of diagonaal benut de ruimteMee met de slide of in het midden blijven

Wat een combinatie van je team vraagt

Welke combinatie past in welke rotatie?

In een 5-1 staat je spelverdeler drie rotaties achterin en drie voorin. Staat hij achterin, dan heb je drie aanvallers aan het net: buitenaanvaller, midden en diagonaal. Dan kan alles: de kruis met de diagonaal, de tandem, de dubbele snelle en de slide-combinatie. Staat hij voorin, dan heb je twee aanvallers aan het net, de buitenaanvaller en de midden. De combinatie is dan de kruis van links, een tandem met de buitenaanvaller, of de slide: de midden vult dan de lege rechterkant, en dat is precies waarom veel teams de slide in deze rotaties spelen. Een aanval vanuit het achterveld maakt er weer drie dreigingen van; zie de pipe.

Begin niet in alle zes rotaties tegelijk. Kies de rotaties waarin je pass het sterkst is en je drie aanvallers voorin hebt, en speel de combinatie daar vanuit de servicereceptie. In de rally, na een verdediging, is een combinatie veel lastiger: niemand staat op zijn startplek en de spelverdeler moet eerst naar de bal. Op de meeste niveaus speel je combinaties daarom vooral vanuit de receptie.

Zo bouw je een combinatie op in vier stappen

  1. Looplijnen zonder set. De spelverdeler staat aan het net, de aanvallers op hun startplek in de receptie. Jij gooit de bal naar de spelverdeler, die hem vangt; de aanvallers lopen hun looplijn en springen. Let op twee dingen: kruisen ze zonder te botsen, en springt de midden op het moment dat de spelverdeler de bal raakt, met de tweede aanvaller een tel later?
  2. Met bal, zonder blok. Nu speelt de spelverdeler echt. Jij geeft hem vanachter de aanvallers met je hand aan welke set hij speelt, zodat beide aanvallers elke bal serieus aanlopen. Wissel na tien ballen de rollen, zodat elke aanvaller beide looplijnen leert.
  3. Met een middenblokkeerder die kiest. Zet een middenblokkeerder aan de overkant en geef hem per bal stil de opdracht: meespringen of blijven staan. De spelverdeler kijkt en kiest de andere aanvaller. Zo leert hij lezen, en ziet het team waarom de keuze het werk doet.
  4. Vanuit de receptie, in een spelvorm. Service van de overkant, receptie, combinatie. Een punt uit de combinatie telt dubbel, en een goede pass zonder combinatie telt niet. Speel het eerst in één rotatie en daarna in de drie rotaties met de spelverdeler achterin.

Eén combinatie die loopt, verslaat er vier die half lopen. Voeg pas een tweede combinatie toe als de eerste in de wedstrijd vanzelf gaat, ook bij 20-20. Tot die tijd is je combinatie een trainingsoefening, geen wapen.

Combinaties tekenen en meten in Koach

Een combinatie die alleen in je hoofd bestaat, is na een week weg. In Koach teken je hem op het tactisch bord: op het tabblad Training maak je onder Borden met Nieuw bord een bord per combinatie, met een Pijl voor elke looplijn en een Streep voor de bal. Met Deel als afbeelding krijgen je spelers hem thuis te zien. Wil je de looplijnen laten bewegen, maak dan een eigen oefening met Nieuwe oefening: per fase zet je de spelers neer, en bij het afspelen lopen ze van fase naar fase.

Of het werkt, zie je in de wedstrijd. Scoor je in de modus Expert, waarin elk balcontact een cijfer van 0 tot 5 krijgt, dan staan na afloop onder Expert-cijfers per aanvaller de pogingen, het rendement en hoe vaak hij scoorde na een goede pass (4-5) en na een slechte pass (0-2). Koach weet niet welke combinatie je speelde. Wel zie je of je midden en je tweede aanvaller scoren na precies de goede passes waaruit je combinaties komen.

Expert-cijfers in Koach: per aanvaller de pogingen, het rendement en de score na een pass 4-5 en na een pass 0-2
Na de wedstrijd: per aanvaller wat hij scoorde na een goede en na een slechte pass.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Teken je eerste combinatie vanavond op het bord en zie na de volgende wedstrijd wat je midden na een goede pass scoorde.

Probeer Koach met je team

Wat Koach na de 14 gratis dagen kost, staat op de prijzenpagina.

Veelgestelde vragen

Kun je aanvalscombinaties spelen in een 4-2 of een 6-2?

Ja. In een 4-2 staat de spelverdeler die set altijd voorin, dus je hebt steeds twee aanvallers aan het net: de kruis van links, de tandem met de buitenaanvaller en de slide van de midden passen daar. In een 6-2 set altijd de spelverdeler die achterin staat, zodat je in elke rotatie drie aanvallers voorin hebt en alle combinaties kunt spelen, mits de pass goed is.

Wat is het verschil tussen een tandem en een kruis?

Bij een tandem slaan twee aanvallers kort na elkaar op dezelfde plek: de tweede springt zodra de midden landt. Bij een kruis lopen ze naar verschillende plekken en snijden hun looplijnen elkaar. De tandem speelt met tijd, de kruis met tijd en plek. De tandem heeft minder kans op botsen, maar vraagt een precieze timing van de tweede aanvaller.

Vanaf welk niveau kun je aanvalscombinaties spelen?

Zodra je pass regelmatig in de zone van de spelverdeler komt en je midden de snelle bal vóór de spelverdeler betrouwbaar slaat. Zonder die twee is een combinatie vooral een kans op fouten. Bij jeugd en recreanten begin je met een midden die elke goede pass aanloopt, ook zonder bal: dat is al de helft van elke combinatie.

Hoeveel aanvalscombinaties heeft een team nodig?

Minder dan de meeste teams denken. Eén combinatie die je in de goede rotaties blind speelt, levert meer op dan vier die half lopen. Voeg een tweede pas toe als de eerste in wedstrijden vanzelf gaat. Topteams hebben er meer, maar ook die spelen per rotatie meestal een paar vaste patronen.

Teken je eerste combinatie vanavond

14 dagen gratis, zonder creditcard. Na de volgende wedstrijd zie je of hij scoort.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.