Soorten aanvallen in volleybal: smash, tip, prikbal en meer
Het korte antwoord
De soorten aanvallen in volleybal verschillen op drie punten: hoe je de bal raakt (smash, tip, prikbal, rol-shot, blokout), waar je aanvalt (buiten, midden, rechts of vanuit het achterveld) en hoe snel de set komt. Een goede aanvaller kiest pas in de lucht welke slag hij gebruikt.
Soorten aanvallen in volleybal zijn meer dan hard of zacht. Dit overzicht zet alle aanvalsvormen naast elkaar: de slagen, de plekken aan het net en in het achterveld, en de tempo's, met per vorm wanneer hij werkt en wat het reglement erover zegt.
Wat telt als aanval?
Het reglement van de FIVB is ruimer dan veel spelers denken. Elke actie die de bal naar de tegenstander stuurt, behalve de service en het blok, is een aanval (regel 13.1.1). Een harde smash dus, maar ook een tip, een bal die je met de tweede keer over legt en een vrije bal die je bovenhands terugspeelt. Een tip mag, zolang je de bal kort raakt en hem niet vangt of gooit (regel 13.1.2). De aanval is voltooid zodra de bal helemaal door het vlak van het net is of door een tegenstander wordt geraakt.
Dat ruime begrip heeft gevolgen. De beperkingen voor achterspelers en de libero gelden voor elke aanval, ook voor een zachte. Een achterspeler die vanuit de voorzone een bal aanvalt die helemaal boven de netrand is, maakt een fout (regel 13.3.3), en niemand mag de service van de tegenstander aanvallen als die bal in de voorzone helemaal boven de netrand is (regel 13.2.4).
De slagen: hoe je de bal raakt
| Slag | Wat je doet | Wanneer hij werkt |
|---|---|---|
| Smash diagonaal | Volle armzwaai, romp draait door, bal naar de lange diagonaal | Goede set, blok dekt de lijn |
| Smash over de lijn | Romp draait minder door, de hand stuurt de bal langs de zijlijn | Blok dekt de diagonaal, verdediger staat binnen |
| Korte diagonaal | Arm en pols naar binnen, bal landt kort bij de zijlijn | Blok sluit de lange diagonaal af |
| Tip | Vingertoppen van de gestrekte hand, kort contact over of naast het blok | Verdediging staat diep, plek achter het blok is leeg |
| Prikbal | Knokkels van een halve vuist, kort en stevig | Set strak op het net, lastige bal |
| Rol-shot | Halve snelheid met topspin, over het blok | Groot blok, verdediging diep |
| Blokout | Bal tegen de buitenkant van de blokhand, naar buiten | Strakke set bij de antenne, blok staat dicht |
| Staande aanval | Uit stand of een kleine sprong, met topspin diep het veld in | Set te ver van het net of te laag om te springen |
| Vrije bal | Gecontroleerd over het net, bovenhands of onderarms | Geen aanval mogelijk, bal in het spel houden |
De harde smash is de basis; hoe je hem leert, staat bij de basistechnieken van volleybal. Maar een aanvaller met alleen die slag is na een set gelezen. De zachte ballen werken omdat ze er tot het laatste moment uitzien als een smash: dezelfde aanloop, dezelfde armzwaai, en pas bij het contact vertraagt de hand. Hoe je tip, prikbal en rol-shot speelt, staat in prikbal, tip en rol-shot; de blokout heeft een eigen uitleg in blokout slaan.
De staande aanval, in het Engels down ball, wordt vaak vergeten. Komt de set een paar meter van het net of zo laag dat springen niets oplevert, dan sla je hem uit stand met veel topspin diep in een hoek. De ploeg aan de overkant krijgt een bal die ze moet verdedigen in plaats van een cadeau, en jouw ploeg heeft tijd om zich te herstellen.
Waar je aanvalt: van buiten tot achterveld
- Buiten, op positie 4. De aanvaller links voor krijgt de meeste sets, ook de hoge bal na een slechte pass. Hij moet alle slagen uit de tabel kunnen, omdat het blok weet dat hij komt.
- Rechts, op positie 2. De diagonaal of opposite slaat vanaf rechts. Voor een rechtshandige komt de bal van links over het lichaam; een linkshandige heeft hier het natuurlijke contactpunt.
- Midden, op positie 3. De middenaanvaller slaat de snelle bal, voor of achter de spelverdeler. Ook als hij de bal niet krijgt, houdt zijn aanloop de middenblokkeerder vast.
- De slide. De middenaanvaller loopt achter de spelverdeler langs en zet af van één been, zie de slide-aanval.
- Het achterveld. De pipe via positie 6 en de aanval vanaf positie 1. De achterspeler zet af achter de driemeterlijn en mag in de voorzone landen (regel 13.2.2); afzet, timing en set staan in achterveldaanval slaan.
- De tweede bal. De spelverdeler valt zelf aan in plaats van te setten. Staat hij achterin en speelt hij de bal vanuit de voorzone, dan mag dat alleen als een deel van de bal onder de netrand is (regel 13.2.3).
Zet je die plekken achter elkaar in één aanval, met aanvallers die elkaars looplijn kruisen of vlak na elkaar komen, dan heb je een combinatie. Kruis, tandem en dubbele snelle staan in aanvalscombinaties.
Hoe snel: drie tempo's
De derde manier om aanvallen in te delen is de tijd tussen set en slag. Bij de hoge bal, het derde tempo, vertrekt de aanvaller pas als de set onderweg is. Bij het tweede tempo loopt hij aan terwijl de spelverdeler de bal speelt, en bij het eerste tempo hangt hij al in de lucht als de set komt. Hoe sneller, hoe minder tijd het blok heeft, en hoe beter de pass moet zijn. Wanneer je welk tempo inbouwt, staat in aanvalstempo's.
Welke aanval kies je wanneer?
- Perfecte pass, blok nog niet compleet: snel en hard, door het gat in het blok.
- Goede set, dubbelblok staat: hard naar de kant die het blok openlaat, of de blokout bij de antenne.
- Set strak op het net: prikbal, tip of blokout. Een geforceerde smash eindigt in het net of in het blok.
- Set ver van het net: rol-shot of staande aanval diep in de hoek. Punt overleven gaat voor punt forceren.
- Verdediging kruipt naar voren omdat je net twee keer tipte: nu juist hard of de rol-shot diep.
- Na een slechte pass: de hoge bal naar buiten, en dan een aanval die de rally in leven houdt.
De keuze valt in de lucht. Een aanvaller die bij de aanloop al besloten heeft, kijkt niet meer naar het blok; een aanvaller die pas bij de sprong kijkt, ziet de lege plek.
Geef elke aanvaller één tweede slag. Eén harde slag plus één zachte die uit precies dezelfde aanloop komt, is genoeg om een verdediging te laten twijfelen. Laat de trainer bij de afzet roepen welke het wordt, zodat de keuze laat valt. Een derde slag komt pas als de tweede in wedstrijden lukt.
Zien welke aanval werkt
Of je aanvallers goed kiezen, zie je pas aan de uitkomst. In Koach tik je na een punt in de lade Hoe scoorden we? op Aanval en daarna op de speler. Houd je de wedstrijd in Expert bij, dan geef je elke aanval een cijfer van 0 tot 5: Fout, Vrije bal, Makkelijk, Gedekt, Lastig of Punt. Na afloop staan in de Expert-cijfers per aanvaller het aantal pogingen, het rendement en hoe vaak hij scoorde na een goede of een slechte pass, en daaronder het verschil tussen de aanval op de eerste bal na receptie en de aanval in de transitie.
Welke slag het was, tip of smash, legt de app niet vast. Wel zie je het patroon: een aanvaller met veel pogingen en weinig kills slaat misschien steeds waar de verdediging al staat, en heeft dan een tweede slag nodig. Wat Koach na de 14 gratis dagen kost, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Houd je volgende wedstrijd in Expert bij en zie welke aanvaller na een slechte pass nog scoort.
Probeer Koach bij je volgende wedstrijdVeelgestelde vragen
Hoeveel soorten aanvallen zijn er in volleybal?
Een vast aantal is er niet, want je kunt aanvallen op drie manieren indelen. Naar de slag: smash, korte diagonaal, tip, prikbal, rol-shot, blokout en staande aanval. Naar de plek: buiten, rechts, midden, slide, achterveld en de tweede bal. En naar het tempo: hoge bal, tweede en eerste tempo.
Is een vrije bal ook een aanval?
Volgens het reglement wel: elke actie die de bal naar de tegenstander stuurt, behalve de service en het blok, is een aanval. Daarom gelden de regels voor achterspelers en de libero ook voor een vrije bal. Speelt een libero de bal over terwijl die helemaal boven de netrand is, dan is dat een fout.
Mag een achterspeler een tip of prikbal spelen?
Ja, met dezelfde regels als voor een smash. Zet hij af achter de driemeterlijn, dan mag hij op elke hoogte aanvallen en in de voorzone landen. Staat hij in de voorzone, dan mag hij de bal alleen aanvallen als een deel van de bal op het moment van contact onder de netrand is.
Welke aanval leert een beginner als eerste?
Eerst de smash van een hoge bal vanaf positie 4, met de volledige aanloop en armzwaai, want daar bouwen alle andere slagen op. Daarna de prikbal als veilige uitweg bij een strakke set, en pas als de aanloop stabiel is de tip en de rol-shot. Snelle tempo's komen pas als de pass het toelaat.
Zie welke aanvaller echt scoort
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na één wedstrijd in Expert zie je het rendement per aanvaller.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


