Basishouding volleybal: drie hoogtes en hoe je ze aanleert
Het korte antwoord
De basishouding in volleybal is de speelklare houding waaruit je het snelst naar de bal vertrekt: voeten iets breder dan de schouders, gewicht op de voorvoeten, knieën gebogen, romp licht voorover en armen los voor het lichaam. Je staat hoog aan het net, midden in de receptie en laag in de verdediging.
De basishouding in volleybal lijkt het saaiste onderdeel van de training, tot je ziet hoeveel ballen beginners missen omdat ze rechtop op hun hielen staan. Hier lees je hoe de houding eruitziet, waarom er drie hoogtes zijn, welke fouten je het vaakst ziet en hoe je hem in vier stappen aanleert.
Wat is de basishouding in volleybal?
De basishouding, ook speelklare houding of uitgangshouding genoemd, is de houding waarin je wacht tot de bal jouw kant op komt. Hij heeft één doel: zo snel mogelijk vertrekken, naar welke kant dan ook. Wie rechtop staat, moet eerst zakken voordat hij kan afzetten, en die tienden van een seconde mis je bij elke bal. De basishouding is daarom het begin van bijna elke techniek: de pass, de verdediging, het blok en de set beginnen er allemaal mee. Waar hij staat tussen de andere technieken, lees je in volleybaltechniek leren.
De kenmerken, van onder naar boven:
- Voeten: iets breder dan de schouders, tenen naar voren. Eén voet mag een halve voetlengte voor de andere staan.
- Gewicht: op de voorvoeten, de hielen nauwelijks belast. Wie op zijn hielen staat, zet zijn eerste pas achteruit in plaats van naar de bal.
- Knieën: gebogen, in de richting van de tenen en niet naar binnen. Ze veren; ze staan niet op slot.
- Heupen en romp: heupen naar achteren, romp licht voorover, rug recht. De schouders komen ongeveer boven of iets voor de knieën.
- Armen: los voor het lichaam, ellebogen licht gebogen, handen uit elkaar. Je weet nog niet of de bal hoog of laag komt, dus je vouwt nog geen platform.
- Hoofd: omhoog, ogen op de bal en op de speler die hem gaat raken.
Hoog, midden of laag: welke basishouding wanneer?
Er is niet één basishouding. Hoe laag je staat, hangt af van hoeveel tijd je hebt en hoe hoog de bal aankomt. Trainers onderscheiden meestal drie hoogtes:
| Hoogte | Wanneer | Waar let je op |
|---|---|---|
| Hoog | Aan het net voor blok of aanval, de spelverdeler op weg naar het net, spelers ver van de bal | Knieën licht gebogen, gewicht naar voren; aan het net de handen voor de borst of op schouderhoogte |
| Midden | Receptie, een vrije bal, een bal die in een boog aankomt | Knieën duidelijk gebogen, heupen achter, armen los voor het lichaam |
| Laag | Verdediging tegen een harde aanval of een tip | Breder, zwaartepunt laag en naar voren, armen laag voor de knieën |
Een speler wisselt binnen één rally een paar keer van hoogte. Een buitenaanvaller staat midden in de receptie, hoog als hij gaat aanlopen, en laag als hij daarna in de verdediging staat. Leer spelers dus niet alleen de houding, maar ook het moment van overschakelen. De lage houding met positiekeuze en duiken staat uitgewerkt in verdedigen in volleybal, de middenhouding als begin van de pass in de onderarmse pass.
Eén regel hoort bij de hoge houding. Serveert je eigen ploeg, dan houden netspelers hun handen niet boven het hoofd tot de bal over het net is: sinds het FIVB-reglement 2025-2028 is dat een fout. De uitleg staat bij afschermen bij de service.
Vijf fouten die je in elke beginnersgroep ziet
- Op de hielen staan. De speler lijkt laag te staan, maar zijn gewicht zit achter. Laat hem op zijn voorvoeten licht heen en weer wiegen tot hij voelt waar zijn gewicht hoort; de hielen mogen de vloer raken, maar dragen niets.
- Buigen in de rug in plaats van in de knieën. Het hoofd gaat omlaag, de benen blijven gestrekt. Gebruik een beeld: "zitten op een hoge kruk", billen naar achteren en borst naar voren.
- Het platform al vouwen. Handen in elkaar terwijl de bal nog aan de andere kant is. Wie zo wacht, speelt een bal boven zijn middel lastig en verplaatst zich houterig. Pas als de bal komt en je weet dat het een onderarmse wordt, gaan de handen in elkaar.
- Te smal of te breed staan. Te smal en je hebt geen balans, te breed en je kunt geen pas zetten zonder eerst bij te stappen. Vuistregel: zo breed dat je zonder bijstappen links en rechts één pas kunt zetten.
- Stilstaan als een standbeeld. Een bevroren houding is traag. Houd de voeten licht en zet op het moment dat de tegenstander de bal raakt een klein hupje, de split step. Hoe dat werkt, staat in voetenwerk in volleybal.
Kijk naar de voeten, niet naar de bal. Ga tijdens een partijvorm een minuut naast het veld staan en kijk alleen naar de voeten van je spelers op het moment dat de tegenstander de bal raakt. Wie dan stilstaat met gestrekte benen, is de speler die je de komende weken volgt.
Zo leer je de basishouding aan in vier stappen
Uitleg alleen werkt slecht. Spelers leren de houding door hem honderden keren aan te nemen, liefst met een reden om daarna te bewegen. Zet in elke training een paar minuten in de warming-up en laat de houding daarna terugkomen in je oefeningen.
Stap 1: de houding vinden
Tweetallen. A neemt de middenhouding aan, B controleert vier punten: voeten, gewicht, knieën en armen. Daarna duwt B zacht tegen de schouder van A, van voren, opzij en van achteren. Staat A goed, dan wankelt hij nauwelijks en komt hij niet omhoog. Na drie keer wisselen de rollen.
Stap 2: hoog, midden en laag op commando
De groep staat verspreid over het veld. De trainer roept een kleur: groen is hoog, oranje is midden, rood is laag. Na een paar rondes alleen nog met een gekleurde pion of een handgebaar, zodat spelers leren kijken in plaats van luisteren. Uitbreiding: bij een klap een snelle stap naar links of rechts en direct terug in dezelfde houding.
Stap 3: vertrekken en vangen
Tweetallen op vier meter. A staat in de middenhouding, B gooit de bal een tot twee meter naast A op heuphoogte. A verplaatst zich met bijsluitpassen en vangt de bal laag voor zijn lichaam, zonder rechtop te komen. Tien ballen, dan wisselen. Opbouw: eerst gooit B pas als A klaarstaat, daarna op onverwachte momenten, en tot slot speelt A de bal onderarms terug in plaats van te vangen.
Stap 4: de houding in het spel
Speel een partijvorm, bijvoorbeeld drie tegen drie op een klein veld. Bij een fluitsignaal bevriest iedereen. Wie op dat moment rechtop staat terwijl de bal in het spel is, kost zijn ploeg een punt. Na een paar keer fluiten staan spelers vanzelf lager, ook als de bal aan de overkant is. Juist daar gaat het om: de houding is pas aangeleerd als spelers hem aannemen zonder dat jij erom vraagt.
Voor kinderen tot een jaar of tien werkt een beeld beter dan vier aandachtspunten: "zitten op een onzichtbare kruk" of "klaar om weg te springen als een keeper". Geef je les aan een hele klas tegelijk, kijk dan bij volleybal in de gymles.
De basishouding per speler volgen in Koach
Een houding verandert niet in één training, en bij een groep van twaalf vergeet je na twee weken wie er nog op zijn hielen stond. In Koach schrijf je het op bij de training zelf. In het verslag van de training tik je onder Spelersnotities op Notitie toevoegen, kies je de speler en zet je Opvolgen aan als je er later op terug wilt komen. De notitie hoort bij de speler en bij die training, zodat je over drie weken terugleest wat je toen zag. Het houdingsblok zelf zet je als onderdeel in het plan van de training, met de duur erbij.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Schrijf na je volgende training bij drie spelers één notitie over hun houding en lees die over drie weken terug.
Probeer Koach op je trainingWat Koach na de proefperiode kost, staat op de prijzenpagina.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen de basishouding en de split step?
De basishouding is de houding waarin je wacht. De split step is het kleine hupje dat je vanuit die houding maakt, met de landing op het moment dat de tegenstander de bal raakt. Het hupje zet je benen op spanning, zodat je sneller vertrekt. Zonder goede basishouding heeft de split step weinig zin, en zonder split step blijft een goede houding traag.
Hoe laag moet je staan in de basishouding?
Dat hangt af van de situatie. Aan het net sta je hoog, in de receptie midden met duidelijk gebogen knieën, en in de verdediging tegen een harde aanval laag en breed. Een goede toets: kun je vanuit je houding direct een pas naar links of rechts zetten zonder eerst omhoog te komen? Dan sta je laag genoeg, en niet te laag.
Waarom staan beginners steeds rechtop?
Laag staan is vermoeiend als je benen het niet gewend zijn, en beginners letten op de bal in plaats van op hun lichaam. Daarom zakken ze pas als de bal al onderweg is. Herhaal de houding kort en vaak, beloon het in spelvormen, en verwacht niet dat een groep hem na één training een hele partij volhoudt.
Moet in de basishouding één voet voor staan?
Het mag, en sommige trainers laten passers een voet een halve voetlengte voor zetten. Belangrijker is dat beide voeten gewicht dragen en dat je naar beide kanten even snel kunt vertrekken. Kies binnen je team één manier en houd die vast, zodat spelers niet bij elke trainer iets anders leren.
Volg de houding van je spelers in Koach
14 dagen gratis, zonder creditcard. Over drie weken zie je wie er lager staat.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


