Globale en analytische methode in volleybal | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Trainingen

Globale en analytische methode: drie soorten volleybaloefeningen

Het korte antwoord

De globale en analytische methode zijn twee manieren van oefenen: analytisch herhaal je één techniek los van het spel, globaal leer je in het spel of een kleinere spelvorm. Daartussen zit de synthetische oefening, met technieken achter elkaar zoals pass, set en aanval. Een goede training begint en eindigt globaal.

De globale en analytische methode zijn de twee uitersten van hoe je volleybal traint: losse technieken herhalen, of spelen en het spel laten leren. Met de synthetische oefening ertussen heb je drie soorten oefeningen. Hier lees je wat elke soort oplevert, wanneer je welke kiest en hoe je ze in één training achter elkaar zet.

Leestijd: 7 min

Analytisch, synthetisch en globaal: wat is het verschil?

In Italië is dit vaste trainerstaal: esercizi analitici, sintetici e globali. Spaanstalige trainers spreken van de método analítico en de método global, Duitstalige van de Teilmethode en de Ganzheitsmethode, Engelstalige van part en whole practice. Het idee is overal hetzelfde: je kunt een oefening indelen naar hoeveel van het echte spel erin zit.

SoortWat de speler doetVoorbeeld
AnalytischEén techniek, los van het spel, meestal met een voorspelbare balPassen op een aangegooide bal naar een doel, serveren op zones
SynthetischTwee of meer technieken achter elkaar zoals in het spel, met een vaste startService van de trainer, dan pass, set en aanval
GlobaalHet spel zelf of een kleinere versie, met tegenstander en keuzesZes tegen zes, vier tegen vier op een kleiner veld

De globale en de analytische methode zijn de uitersten, de synthetische oefening is de brug. Geen van de drie is beter dan de andere twee. De vraag is welke je wanneer inzet, en in welke volgorde.

De analytische methode: veel herhaling, weinig overdracht

Een analytische oefening haalt één element uit het spel en laat het vaak herhalen. Een voorbeeld: passen in drietallen. A gooit of slaat de bal vanaf de overkant, B past naar C, die op de plek van de spelverdeler staat. Tien ballen, dan doordraaien. Het doel: zeven van de tien ballen binnen bereik van C.

De kracht zit in de herhaling. Een speler krijgt in tien minuten tientallen contacten, jij ziet precies wat er misgaat en je kunt één ding tegelijk verbeteren. Daarom is de analytische vorm de plek voor een nieuwe techniek en voor een fout die erin is geslopen.

De zwakte zit in wat er ontbreekt. Er is geen service van een tegenstander die je moet lezen, geen keuze wie de bal neemt en geen stand. Een speler die op dinsdag twintig ballen op rij goed past, kan zaterdag nog steeds de eerste service laten vallen. Waarom dat zo werkt en hoe je een oefening stap voor stap echter maakt, staat in wedstrijdechte oefeningen.

De globale methode: het spel als leraar

Bij de globale methode speel je, en leert de speler van wat het spel van hem vraagt: lezen waar de bal heen gaat, kiezen, roepen, omschakelen van verdedigen naar aanvallen. Spelers vinden het leuker, en wat ze leren, nemen ze makkelijker mee naar de wedstrijd.

De zwakte: per speler weinig herhalingen van één techniek, en een fout is moeilijk te corrigeren terwijl de rally doorloopt. In een zes tegen zes raakt een zwakkere speler soms een paar minuten geen bal. Daarom maak je een globale vorm kleiner en stuur je hem met regels:

Een voorbeeld: drie tegen drie op een half veld in de lengte. De trainer gooit elke rally een vrije bal in, en een punt dat begint met een pass bij de spelverdeler telt dubbel. Meer van zulke vormen staan in partijvormen voor volleybal.

De synthetische oefening: de brug ertussen

Een synthetische oefening koppelt twee of meer technieken in de volgorde van het spel, maar met een start die je kunt herhalen. Twee voorbeelden:

Het voordeel tegenover een globale vorm: je krijgt nog steeds veel herhalingen van dezelfde situatie. Het voordeel tegenover een analytische vorm: de timing tussen de spelers zit erin.

Wanneer kies je de globale of de analytische methode?

Onderzoek naar het aanleren van bewegingen, te beginnen bij Naylor en Briggs (1963), geeft een bruikbare vuistregel. Hangen de delen van een beweging sterk aan elkaar, dan leer je ze beter als geheel. Zijn het losse stappen na elkaar, dan kun je ze apart oefenen en daarna aan elkaar knopen. Voor volleybal betekent dat: een smash is één doorlopende beweging. Oefen je de aanloop een keer los, plak hem dan snel weer aan sprong en slag, en maak liever het geheel makkelijker, met een lager net of een gegooide bal in plaats van een set. Een rally knip je wel op in pass, set en aanval, want dat zijn aparte acties.

Globaal, analytisch, globaal: zo bouw je een training op

Een vaste combinatie heet in het Engels whole-part-whole en in het Italiaans globale-analitico-globale. Je begint met een spelvorm om te zien wat er misgaat, je werkt daarna aan dat onderdeel, en je eindigt met een spelvorm waarin precies dat onderdeel beloond wordt. Een voorbeeld voor een training van 90 minuten met de pass als focus:

MinutenSoortInhoud
15Warming-upLosmaken en balcontact
15GlobaalVier tegen vier, jij kijkt waar de pass misgaat
15AnalytischPassen op een service van dichtbij, met een doel bij de spelverdeler
20SynthetischService, pass, set en aanval, met een punt voor elke aanval na een goede pass
20GlobaalZes tegen zes, een rally die begint met een pass bij de spelverdeler telt dubbel
5AfsluitingKort nabespreken

De eerste spelvorm is geen inspelen: hij laat jou zien wat je in het middendeel moet doen, en de spelers waarom. Hoe je de blokken van een training verder opbouwt, staat in de trainingsopbouw, en het hele traject van voorbereiden tot evalueren in volleybaltraining geven.

Meet in de globale vorm, niet in de analytische. Tel in de laatste spelvorm hoeveel passes bij de spelverdeler komen. Stijgt dat getal over een paar weken, dan werkt je analytische blok. Blijft het gelijk terwijl de oefening zelf steeds beter gaat, dan oefen je iets wat niet meegaat naar het spel.

Drie valkuilen

Een aparte vraag is in welke volgorde en met hoeveel variatie je de herhalingen binnen een oefening aanbiedt. Dat staat in variatie en differentieel leren.

Analytisch en globaal in je trainingsplan in Koach

In Koach bouw je het plan van een training uit onderdelen, elk met een eigen duur. Met + Oefening kies je uit de bibliotheek, waar oefeningen in categorieën staan zoals Pass, Service, Aanval, Wedstrijd en Teamwork, met de fases als animatie. Met + Onderdeel maak je een eigen blok, bijvoorbeeld je globale openingsvorm met de regels in de beschrijving. Zo zie je in één lijst hoeveel minuten je analytisch werkt en hoeveel je speelt.

Trainingsplan in Koach met een warming-up van 15 minuten en een trainingswedstrijd van 30 minuten, met de knoppen Oefening en Onderdeel
Het plan van een training: onderdelen met hun duur, en een trainingswedstrijd die je vanuit het plan start.

Voor de globale vorm aan het eind is er de trainingswedstrijd: je eigen spelers in ploeg A en B. In de modus Expert kies je een focus, bijvoorbeeld Receptie, en geef je alleen die actie een cijfer van 0 tot 5; voor de rest van de rally kies je alleen wie wint. Zo zie je of het analytische blok terugkomt in de spelvorm. De cijfers per speler worden apart bewaard en tellen niet mee als wedstrijd. Wat Koach kost na de proef, staat op de prijzenpagina.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je volgende training op als globaal, analytisch, globaal, en meet in de trainingswedstrijd of het werkt.

Plan je training in Koach

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen de globale en de analytische methode?

Bij de analytische methode haal je één techniek uit het spel en herhaal je die, bijvoorbeeld passen op een aangegooide bal. Bij de globale methode leer je in het spel zelf of in een kleinere spelvorm, met tegenstander en keuzes. Analytisch geeft veel herhalingen en ruimte voor correctie, globaal leert lezen en beslissen en gaat makkelijker mee naar de wedstrijd.

Wat is een synthetische oefening in volleybal?

Een synthetische oefening koppelt twee of meer technieken in de volgorde van het spel, met een start die je kunt herhalen. Bijvoorbeeld een service, gevolgd door pass, set en aanval, of een blok gevolgd door terugzakken en zelf aanvallen. Ze zit tussen een analytische oefening en een spelvorm in en traint vooral de timing tussen spelers.

Is de analytische methode beter voor beginners?

Beginners hebben meer analytisch werk nodig dan gevorderde spelers, omdat een nieuwe techniek rust en herhaling vraagt. Maar ook beginners leren het spel pas in een spelvorm. Houd analytische blokken kort, vereenvoudig de situatie en ga snel naar een kleine spelvorm, zoals twee tegen twee of drie tegen drie, waarin ze de techniek meteen gebruiken.

Leer je de smash beter in delen of als geheel?

Als geheel, maar vereenvoudigd. Aanloop, sprong en slag hangen zo sterk aan elkaar dat ze los geoefend niet vanzelf weer passen. Oefen de aanloop gerust even zonder bal, maar zet hem snel weer aan de slag vast. Maak het geheel makkelijker met een lager net, een gegooide bal in plaats van een set of eerst een aanval vanuit stand, en bouw dat stap voor stap af.

Zet je volgende training op

14 dagen gratis, zonder creditcard. Na drie weken zie je of je oefenstof meegaat naar het spel.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.