Voorbereidende spelvormen volleybal: 6 stappen | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Trainingen

Voorbereidende spelvormen voor volleybal: van gooien naar spelen

Het korte antwoord

Voorbereidende spelvormen zijn vereenvoudigde vormen van volleybal waarin je de lastigste techniek tijdelijk vervangt, meestal door vangen en gooien. Je begint met werpvolleybal in kleine ploegen en haalt per stap één regel weg, tot spelers drie keer spelen zonder te vangen.

Voorbereidende spelvormen voor volleybal laten beginners meteen het spel spelen, ook als de bal na een onderarmse pass nog alle kanten op gaat. Dit artikel is voor trainers en docenten met spelers van 11 tot 16 jaar: een reeks van zes stappen van gooien en vangen naar echt volleybal, met per stap de regels en het moment om door te schuiven.

Leestijd: 7 min

Wat maakt een spelvorm voorbereidend?

Een beginner die eerst de pass moet beheersen voordat hij mag spelen, staat weken in de rij en ziet nooit een rally. Een voorbereidende spelvorm draait dat om. De structuur van het spel blijft: een net, een eigen helft, drie contacten, een punt als de bal de grond raakt. Alleen de techniek die nog niet lukt, vervang je tijdelijk door iets wat wel lukt, meestal vangen en gooien. Zo leren spelers vanaf de eerste les wat volleybal van ze vraagt: onder de bal komen, kiezen naar wie je speelt, het veld van de ander lezen.

Het idee komt uit Teaching Games for Understanding van Bunker en Thorpe (1982): je past het spel aan de speler aan, niet de speler aan het spel. In Duitsland en Zwitserland kennen veel scholen de werpvorm als Ball über die Schnur, in de Verenigde Staten als Newcomb. Voor kinderen van 8 tot 11 jaar staan losse spellen in volleybalspelletjes voor kinderen, en de opbouw voor de jongsten in minivolleybal oefeningen per niveau. Dit artikel is voor de leeftijd daarna: 11 tot 16 jaar, sterker en sneller, maar met dezelfde knelpunten in de pass, en met weinig geduld voor iets wat als kinderspel voelt.

De reeks in zes stappen

Speel elke stap drie tegen drie op een smal veld, bijvoorbeeld een badmintonveld met een net of lint, tenzij er iets anders staat. Hang het net of lint bij de werpvormen minstens op reikhoogte, zodat de bal in een boog over moet; zodra er gespeeld wordt, gaat het naar de hoogte die bij de leeftijd hoort. Wissel de ploegen om de vijf minuten van veld, zodat iedereen tegen iedereen speelt.

Stap 1. Werpvolleybal

Regels: elke bal wordt gevangen. Met de bal in je handen mag je niet lopen en je gooit binnen drie seconden. Elke ploeg vangt en gooit drie keer, door drie verschillende spelers; de derde worp gaat over het net. De service is een worp van achter de achterlijn. Een punt is een bal die in het veld van de ander de grond raakt. Leerdoel: positie kiezen onder de bal, roepen, de opbouw in drie keer.

Stap 2. Vangen boven het hoofd, gooien als een set

Regels: vangen mag alleen met twee handen boven het voorhoofd, en je laat de bal los met dezelfde strekking van armen en benen als bij bovenhands spelen. De derde bal gooi je eenhandig over het net, met de armzwaai van een smash. Leerdoel: de vorm van de set en van de aanvalsarm, zonder dat een mislukt contact de rally beëindigt.

Stap 3. Eén vangbal per ploeg

Regels: per keer dat de bal aan jouw kant is, mag de ploeg nog één keer vangen. De andere contacten worden gespeeld, bovenhands of onderarms. De ploeg kiest zelf welk contact de vangbal wordt. Leerdoel: spelen waar het kan, vangen waar het moet. Kijk waar ze vangen: bijna altijd is dat de eerste bal, en dan weet je waar je techniekblok over gaat.

Stap 4. De eerste bal mag stuiten

Regels: niemand vangt meer. De eerste bal van elke ploeg mag één keer stuiten voordat hij gespeeld wordt; set en derde bal worden direct gespeeld. De service is onderhands, van een lijn een paar meter binnen het veld. Leerdoel: tijd winnen om onder de bal te komen en het platform stil te houden. Haal de stuit eerst weg bij een vrije bal en daarna bij de service.

Stap 5. Drie tegen drie, alles gespeeld

Regels: geen vangen, geen stuit. Elke ploeg speelt drie keer; een bal die met één of twee contacten over gaat, levert de ander een punt op. De service blijft onderhands, de afstand groeit naar de achterlijn. Leerdoel: de drie contacten onder druk, en de eerste aanval: van bovenaf over het net in plaats van een veilige boog.

Stap 6. Vier tegen vier met rotatie, dan zes tegen zes

Regels: vier tegen vier op een groter veld, met een vaste serveervolgorde; een ploeg draait door zodra ze de service terugwint. Daarna naar zes tegen zes op het volle veld. Leerdoel: posities, rotatie en samen een veld verdedigen. Wat er in die overgang naar het grote veld verandert, staat in volleybal oefeningen voor de jeugd van 12 tot 14.

StapWat nog magDoor naar de volgende stap als
1. WerpvolleybalAlles vangen en gooienElke ploeg haalt bijna altijd drie worpen
2. Vangen boven het hoofdVangen, maar in setvormDe worp lijkt op een set
3. Eén vangbalEén vangbal per kantDe bal gaat in de meeste rally's twee keer over
4. StuitEerste bal mag stuitenDe pass komt meestal bij een teamgenoot
5. Alles spelenOnderhandse service van dichterbijDe meeste ballen gaan in drie keer over
6. RotatieKleiner veld, minder spelersKlaar voor zes tegen zes

Zo schuif je door zonder dat het spel stilvalt

Waar de spelvorm in je hele training past, tussen warming-up, techniekblok en partij, staat in volleybaltraining geven. Geef je gymles, dan loop je dezelfde reeks over meerdere lessen door; hoe je één les voor een hele klas op één veld indeelt, staat in volleybal in de gymles.

Geef elke stap een vaste naam. Werpvolley, één vangbal, stuitbal, vrij spel. Na twee weken zeg je bij de start alleen de naam en staat iedereen binnen een minuut te spelen. Spelers weten dan ook zelf welke stap de volgende is, en vragen erom.

Fouten die de reeks laten vastlopen

De reeks in je trainingsplan zetten

Een reeks van zes stappen over een paar maanden wil je terugvinden. In Koach zet je de spelvorm als onderdeel in het plan van een training: met + Onderdeel geef je hem een naam, zoals de naam van de stap, een duur en een beschrijving met de regels. Bij de volgende training haal je het plan terug met Plan kopiëren en pas je alleen de regel aan die eraf gaat. Oefeningen voor het techniekblok ernaast vind je in de volleybaloefeningen.

Het plan van een training in Koach met de onderdelen Warming-up en Trainingswedstrijd en de knoppen Oefening en Onderdeel
Het plan van een training: het onderdeel Trainingswedstrijd met zijn startknop, de knoppen + Oefening en + Onderdeel en de link Plan kopiëren.

Vanaf stap 5 kun je de spelvorm ook als trainingswedstrijd bijhouden. Je voegt de oefening Trainingswedstrijd met + Oefening aan het plan toe, zet spelers in ploeg A of B, ook met minder dan zes per ploeg, en zet Rotatie uit voor vrije vormen. Per rally tik je welke ploeg het punt wint en, als je wilt, wie scoorde of wie de fout maakte. Na afloop staan per speler de punten en fouten bij Trainingswedstrijden. Zo zie je over een paar weken of de fouten op de eerste bal minder worden. Wat Koach na de 14 gratis dagen kost, staat op de prijzenpagina.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet stap 1 van de reeks in je volgende training en kopieer hem volgende week met één regel minder.

Plan je training in Koach

Veelgestelde vragen

Is vangen bij volleybal niet slecht voor de techniek?

Niet als het tijdelijk is en je de vangbal stap voor stap afbouwt. Vangen houdt de rally in leven, zodat spelers leren waar ze moeten staan en naar wie ze spelen. De techniek zelf train je ernaast in een kort blok. Blijft vangen weken in de spelvorm zonder dat je het contact traint, dan leren spelers vooral vangen.

Hoeveel spelers per veld bij voorbereidende spelvormen?

Twee of drie per kant werkt het best voor beginners: iedereen raakt de bal vaak en niemand kan zich verstoppen. Pas als de bal in de meeste rally's in drie keer over gaat, schuif je door naar vier tegen vier met rotatie en daarna naar zes tegen zes.

Welke bal gebruik je voor voorbereidende spelvormen?

Een lichte, zachte bal, zeker zodra er onderarms gespeeld wordt. Een harde wedstrijdbal doet beginners pijn aan de onderarmen en maakt ze voorzichtig. Bij de werpvormen kan elke bal die goed te vangen is; schuif naar een gewone volleybal als de pass meestal bij een teamgenoot komt.

Werken voorbereidende spelvormen ook bij volwassen beginners?

Ja, de reeks is dezelfde, alleen gaat het doorschuiven vaak sneller omdat volwassenen de regels meteen snappen. Noem het geen spelletje maar een spelvorm met een doel, en laat de stap met de stuit eerder vallen. Oefeningen voor die groep staan in volleybaloefeningen voor volwassen beginners.

Zet je spelvormen vanavond in je plan

14 dagen gratis, zonder creditcard. Na een maand zie je per stap wie de bal speelt.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.