Langetermijnontwikkeling volleybal: de fasen | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Jeugd & minivolleybal

Langetermijnontwikkeling in volleybal: de fasen per leeftijd

Het korte antwoord

Langetermijnontwikkeling in volleybal (LTAD) stemt training en wedstrijden af op de ontwikkelingsfase van een speler in plaats van op zijn leeftijd. Kinderen leren eerst breed bewegen en techniek, tieners bouwen rond de groeispurt kracht en spelsystemen op, en pas rond 16 tot 19 jaar kiest een speler één positie.

Langetermijnontwikkeling in volleybal gaat over de vraag wat een speler wanneer moet leren, van de eerste bal rond zes jaar tot het seniorenteam. Hieronder staan de fasen van het model, wat ze in de zaal betekenen, wat de wetenschap ervan zegt en wat een club per fase vastlegt.

Leestijd: 7 min

Wat is langetermijnontwikkeling?

Het model heet in het Engels Long-Term Athlete Development, kortweg LTAD. Het komt uit Canada, waar Istvan Balyi en collega's het uitwerkten voor Canadian Sport for Life, en het wordt sindsdien door sportbonden in verschillende landen gebruikt. De kern is eenvoudig: een kind is geen kleine volwassene. Training en wedstrijden moeten passen bij de lichamelijke, mentale en sociale ontwikkeling van een speler, en die loopt niet gelijk op met zijn geboortedatum. Volleyball Canada vat het samen als de juiste vaardigheden, op het juiste moment, op de juiste manier.

Volleyball Canada heeft het model voor volleybal uitgewerkt in Long Term Development in Volleyball. Per fase staat daarin welke spelvorm, nethoogte, bal, hoeveel trainingen en welke specialisatie past. Het model is geen piramide waarin alleen de top telt: ook wie recreatief blijft spelen, coacht of fluit, heeft er een eigen fase in. De fasen hieronder volgen dat document. De leeftijden zijn bij benadering, en in de eerste fasen zijn meisjes ongeveer een jaar eerder aan de beurt dan jongens.

De fasen van langetermijnontwikkeling in volleybal

FaseLeeftijd, ongeveerAccent in volleybal
Active StartTot 6 jaarBewegen en spelen, nog geen volleybal
FUNdamentalsJongens 6 tot 9, meisjes 6 tot 8Lopen, springen, gooien en vangen; behendigheid, balans, coördinatie en snelheid; veel sporten
Learn to TrainVanaf 9 (meisjes 8) tot de groeispurtBasistechniek in kleine spelvormen, alle posities, nog twee of drie andere sporten
Train to Train, vroeg12 tot 14Zes tegen zes op een groot veld, eenvoudige systemen, geen vaste positie of minstens twee posities
Train to Train, laat14 tot 165-1 of 6-2, geen libero onder 14 en onder 15 jaar, conditie en kracht opbouwen
Learn to Compete16 tot 19Focus op één positie of twee verwante posities, complexere tactiek, individuele programma's
Train to Compete, Learn to Win, Train to WinNa de groeispurt, afhankelijk van het niveauVolledige specialisatie en prestatie
Active for LifeElke leeftijdRecreatief spelen, coachen of scheidsrechter worden

Twee dingen vallen op. Specialisatie komt laat: rond 12 tot 14 jaar speelt een speler in dit model geen vaste positie of minstens twee, onder 14 en onder 15 jaar speelt een team zonder libero, en pas vanaf ongeveer 16 jaar ligt de focus op één positie. En de wedstrijd groeit langzaam mee. Volleyball Canada rekent in Learn to Train met 70 procent training en 30 procent wedstrijden (wedstrijdgerichte training meegeteld), in Train to Train met 60 tegen 40, en pas vanaf Learn to Compete draait het om naar 40 procent training en 60 procent wedstrijden. Hoe een training er per leeftijdsgroep concreet uitziet, staat in jeugdvolleybal trainen per leeftijd.

Gevoelige perioden: wat klopt er wel en niet?

Het bekendste onderdeel van het model zijn de gevoelige perioden, in het Engels windows of trainability. Dat zijn periodes waarin een kind extra sterk zou reageren op training van één eigenschap, zoals vaardigheid, snelheid of kracht. Volleyball Canada noemt de fase vóór de groeispurt de fase waarin brein en lichaam klaarstaan om vaardigheden te leren, en de groeispurt zelf de grote fase voor uithoudingsvermogen en kracht.

Het bewijs voor zulke vaste vensters is dun. Een overzichtsartikel van Ford en collega's in de Journal of Sports Sciences (2011) concludeerde dat het model weinig empirische onderbouwing heeft en algemeen is in plaats van op de individuele sporter afgestemd. Het consensusstatement van het IOC over jeugdsporters (2015) legt de nadruk op de rijping van het individuele kind, op brede sportdeelname en op het voorkomen van overbelasting.

Wat je ervan meeneemt als trainer: er gaat geen venster dicht. Een veertienjarige die nooit goed bovenhands leerde spelen, kan het nog steeds leren. Maar de jaren tussen ongeveer 8 en 12 zijn wel een goede tijd om veel techniek en coördinatie aan te bieden, omdat kinderen dan veel herhalingen aankunnen en hun lichaam nog niet midden in een groeispurt zit. Train in elke fase alle eigenschappen; alleen het accent verschuift.

Biologische leeftijd telt meer dan het geboortejaar

Twee spelers van dertien kunnen lichamelijk jaren uit elkaar liggen. De groeispurt valt volgens het model van Volleyball Canada ongeveer tussen 11 en 15 jaar bij meisjes en tussen 12 en 16 jaar bij jongens, en binnen die marge verschilt hij per kind. Dat heeft drie gevolgen voor je jeugdbeleid.

Wat een club per fase vastlegt

Het model wordt pas iets waard als een club het per fase concreet maakt. Leg voor elke fase vast:

  1. Spelvorm, veld en net. Met hoeveel spelers, op welk veld, met welke nethoogte en welke bal. Volg daarvoor de jeugdregels van je bond; die verschillen per land.
  2. Technische doelen. Een korte lijst die een speler aan het eind van de fase beheerst, zoals een service over het net, een onderarmse pass naar een doel en bovenhands spelen naar een teamgenoot.
  3. Posities. Tot welke leeftijd iedereen alles speelt en vanaf wanneer een speler zich op één positie richt.
  4. Speeltijd. Volgens het model van Volleyball Canada speelt elke speler bij voorkeur over het seizoen minstens 40% van de wedstrijdtijd rond 14 tot 16 jaar, en minstens 30% rond 16 tot 19 jaar. Leg vast wat jouw club aanhoudt.
  5. Trainingen, belasting en andere sporten. Hoe vaak per week, hoe lang, en of een andere sport naast volleybal wordt aangemoedigd. Waarom dat laatste ertoe doet, staat in vroege specialisatie bij jeugdspelers.
  6. Wie welke fase traint. Een trainer van tienjarigen heeft andere kennis nodig dan een trainer van zeventienjarigen.

Dat alles hoort in het technisch beleidsplan van de club. Een sjabloon en de vraag hoe je ziet of het in de teams gebeurt, vind je in technisch beleidsplan volleybal.

Begin met één pagina. Schrijf per fase drie regels: welk spel, welke technische doelen, en vanaf wanneer een vaste positie. Een plan van één pagina dat elke jeugdtrainer kent, doet meer dan een map die niemand opent.

Langetermijnontwikkeling volgen in Koach

Ontwikkeling zie je pas over meerdere seizoenen, en daar helpt het als de gegevens blijven staan. In Koach zie je in het spelersprofiel onder Historie de seizoenen, wedstrijden en trainingen van een speler; hoort het team bij een club, dan ook wat hij eerder bij andere teams deed. Onder Statistiek zet je een speler met Vergelijk naast een eerder seizoen van zichzelf, zodra het team een seizoen heeft afgesloten. Hoe je zulke cijfers over de jaren leest, staat in van seizoen naar seizoen.

Spelersprofiel in Koach, tabblad Statistiek, met Cijfers 0-5 per vaardigheid van receptie tot vrije bal tegenover het team
Cijfers 0-5 per vaardigheid: zie of een jeugdspeler in alle vaardigheden groeit, niet alleen op zijn positie.

Houd je wedstrijden bij in de modus Expert, dan staat onder Cijfers 0-5 per vaardigheid, van receptie tot blok en vrije bal, hoe een speler scoort tegenover het team. Zo zie je of een speler van veertien breed blijft ontwikkelen, precies wat het model in die fase vraagt. Wat Koach na de 14 gratis dagen kost, staat op de prijzenpagina.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je jeugdteam erin en bouw vanaf deze week de lijn op die je over drie seizoenen wilt kunnen terugzien.

Probeer Koach met je jeugdteam

Veelgestelde vragen

Wat betekent LTAD in volleybal?

LTAD staat voor Long-Term Athlete Development: langetermijnontwikkeling van sporters. Het is een model uit Canada dat training en wedstrijden per fase afstemt op de ontwikkeling van een speler, van bewegen en spelen als kleuter tot recreatief spelen als volwassene. Volleyball Canada heeft het voor volleybal uitgewerkt, met per fase een spelvorm, trainingsomvang en specialisatie.

Vanaf welke leeftijd specialiseert een volleyballer zich op één positie?

In het model van Volleyball Canada speelt een speler rond 12 tot 14 jaar geen vaste positie of minstens twee posities, speelt een team onder 14 en onder 15 jaar zonder libero, en ligt de focus pas rond 16 tot 19 jaar op één positie, soms met een tweede erbij. Dat zijn richtleeftijden: een speler die laat groeit, kan nog van positie wisselen. Je club of bond kan andere afspraken hebben.

Bestaan gevoelige perioden voor training echt?

Het idee dat kinderen op een bepaalde leeftijd extra sterk reageren op training van één eigenschap, heeft weinig wetenschappelijke onderbouwing. Er gaat geen venster dicht: een tiener kan techniek nog steeds leren. Wel is de basisschoolleeftijd een goede tijd voor veel techniek en coördinatie. Train in elke fase alle eigenschappen en verschuif alleen het accent.

Is langetermijnontwikkeling alleen iets voor talenten?

Nee. Het model is bedoeld voor iedereen die volleybalt, ook voor wie nooit het eerste team haalt. Het heeft een eigen fase voor recreatief spelen, coachen en fluiten op elke leeftijd. Voor een club betekent het vooral dat jeugdspelers lang breed opgeleid worden en niet op hun twaalfde op lengte worden geselecteerd.

Volg je jeugdspelers over meerdere seizoenen

14 dagen gratis, zonder creditcard. Over een jaar zie je per speler wat er groeide.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.