Scheenbeenvliesontsteking bij volleybal: oorzaken en terugkeer
Het korte antwoord
Scheenbeenvliesontsteking bij volleybal is overbelasting van het scheenbeen en het botvlies eromheen, meestal na een plotselinge toename van springen en lopen. Verlaag de belasting die pijn doet en bouw de sprongen stap voor stap weer op. Wordt het niet minder, ga dan naar een sportarts of fysiotherapeut.
Scheenbeenvliesontsteking bij volleybal begint vaak in de eerste weken van het seizoen: een zeurende pijn aan de binnenkant van het scheenbeen, die bij het inspringen opspeelt en de volgende ochtend nog voelbaar is. Hier lees je wat het is, waar het vandaan komt en hoe je weer opbouwt, als speler en als coach.
Wat is scheenbeenvliesontsteking?
Scheenbeenvliesontsteking is de gangbare naam voor pijn langs de binnenrand van het scheenbeen die door sporten ontstaat. Artsen spreken van het mediaal tibiaal stresssyndroom, in het Engels heet het shin splints. De naam is wat misleidend: het gaat vooral om overbelasting van het bot en van het botvlies, het vlies om het bot waar een paar diepe kuitspieren aan vastzitten. Het scheenbeen krijgt meer klappen te verwerken dan het in dat tempo kan bijhouden.
Zo herken je het:
- De plek. Pijn en drukpijn aan de binnenkant van het scheenbeen, meestal in de onderste helft, verspreid over een strook van een aantal centimeters.
- Het verloop. Pijn bij het begin van de training, die tijdens de warming-up wat wegzakt en na afloop of de volgende ochtend terugkomt. Gaat het door, dan blijft de pijn de hele training aanwezig, en uiteindelijk ook in rust.
- Wat het uitlokt. Springen, landen, sprinten en hardlopen op een harde ondergrond. Gewoon wandelen gaat in het begin meestal nog prima.
Wanneer het iets anders kan zijn
Een paar signalen passen niet bij een gewone scheenbeenvliesontsteking en horen meteen bij een huisarts of sportarts: pijn die je met één vinger op één plek van het bot aanwijst, pijn 's nachts of in rust, een zwelling op het bot, en pijn op het scheenbeen als je op dat been hinkelt. Dat kan een stressfractuur zijn, een haarscheurtje in het bot. Test dat niet verder zelf: stop met springen en laat het onderzoeken. Een ander beeld is een strak, krampend gevoel in de spieren van het onderbeen dat tijdens de inspanning opbouwt en na rust verdwijnt, soms met tintelingen in de voet. Ook dat laat je onderzoeken. Dit artikel helpt je de training aanpassen en het gesprek voeren; een diagnose stelt een arts of fysiotherapeut.
Waarom volleyballers scheenbeenvliesontsteking krijgen
De oorzaak is bijna altijd dezelfde: de belasting stijgt sneller dan het onderbeen kan bijhouden. De Britse gezondheidsdienst noemt in zijn voorlichting drie bekende aanleidingen: weer gaan sporten na een periode van rust, rennen of springen op een harde ondergrond, en een slechte looptechniek (NHS, Shin splints). In een volleybalseizoen komen die op vaste momenten samen:
- De eerste weken van het seizoen. Na een zomerstop ineens twee of drie trainingen per week, veel blok- en aanvalsvormen, en vaak conditietraining erbij.
- Hardlopen op straat. Duurlopen en sprints buiten in de voorbereiding geven het onderbeen andere klappen dan een verende zaalvloer.
- Van het zand naar de zaal. Wie de zomer op het zand speelde, heeft zijn sprongkracht nog, maar is de harde vloer ontwend.
- Schoenen. Nieuwe schoenen waaraan je nog moet wennen, of versleten schoenen waarvan de demping op is. Waar je op let, staat in volleybalschoenen kopen.
- Twee teams tegelijk. Een jeugdspeler die ook bij de senioren meetraint, telt de trainingen op terwijl geen van beide trainers het hele plaatje ziet.
Onderzoek naar risicofactoren is vooral gedaan bij hardlopers en militairen, niet bij volleyballers. Een overzichtsstudie in het British Journal of Sports Medicine vond verband met een hogere BMI, een voetboog die bij belasting sterker inzakt, een enkel die verder naar beneden strekt en een heup die verder naar buiten draait (Hamstra-Wright e.a., 2015). Een overzichtsstudie bij hardlopers noemde daarnaast vrouwelijk geslacht en een eerder doorgemaakte scheenbeenvliesontsteking (Newman e.a., 2013). Aan de meeste van die factoren verander je weinig. Aan de opbouw van de belasting wel, en wie het al eens had, verdient extra aandacht in de eerste weken.
Wat je doet als je scheenbeen pijn doet
Volledig stoppen is zelden nodig, doortrainen op de pijn ook niet. De NHS adviseert te stoppen met de activiteit die de klacht veroorzaakt, intussen te bewegen op een manier die niet schokt, zoals zwemmen, en daarna geleidelijk op te bouwen in plaats van meteen terug te gaan naar het oude niveau. Voor een volleyballer betekent dat:
- Minder sprongen, niet minder volleybal. Passen, bovenhands spelen vanuit stand en een service zonder sprong belasten het scheenbeen veel minder dan blokken, aanvallen en een sprongservice.
- Geen hardlopen op straat. Je conditie houd je bij op de fiets of in het zwembad.
- Een duidelijke meetlat. Wat je doet, mag tijdens de training hooguit licht voelbaar zijn, en de volgende ochtend mag het niet erger zijn dan ervoor. Is het dat wel, dan was het te veel en doe je de volgende keer minder.
- Kuit en voet. Oefeningen voor kuit en voet, zoals rustige kuitheffingen, maken vaak deel uit van de opbouw. Welke bij jouw klacht passen, bepaalt de fysiotherapeut.
Ga naar een huisarts, sportarts of fysiotherapeut als de pijn na een paar weken aangepast trainen niet minder wordt, als hij erger wordt, of bij een van de signalen hierboven.
Vraag het elke week, juist in de voorbereiding. Stel aan het begin van de eerste training van de week één vraag: wie heeft ergens pijn die bij het springen opkomt? Een scheenbeen dat in week twee wordt gemeld, kost een paar aangepaste trainingen. Een scheenbeen dat pas wordt gemeld als iemand niet meer kan springen, kost vaak veel meer.
Als coach de sprongen doseren
De meeste scheenbeenklachten in een team ontstaan in een week waarin alles tegelijk omhoog ging. Kijk daarom naar de eerste zes weken van je seizoen als één geheel:
- Bouw de sprongvormen op. Begin niet met een avond blok en aanval. Wissel een training met veel sprongen af met een training waarin pass, spelverdeling en verdediging centraal staan.
- Stapel niet. Conditietraining met sprongen, een blokvorm en een aanvalsvorm op één avond is in de eerste weken te veel voor wie net terug is.
- Tel mee wat buiten je training gebeurt. Vraag wie er ook in een ander team traint, op het zand speelt of voor school veel hardloopt.
- Geef een aangepaste rol. Een speler met scheenbeenklachten kan in een aanvalsvorm de ballen aangeven, in een spelvorm passen en verdedigen zonder te blokken, en blijft zo bij de groep.
Hoe je per speler een sprongbudget bijhoudt, staat uitgewerkt bij de springersknie; dezelfde aanpak werkt voor het scheenbeen. Zachter landen helpt het hele onderbeen, en hoe je dat aanleert, lees je in veilig leren landen. Ben je net begonnen als trainer, dan hoort het herkennen van overbelasting bij wat je in je eerste seizoen leert, samen met de rest uit beginnen als volleybalcoach.
Terugkeer na scheenbeenvliesontsteking: de sprongen weer opbouwen
Een veelgemaakte fout is volledig terugkomen op de dag dat het niet meer pijn doet. Pijnvrij lopen zegt weinig over honderden sprongen per week. Werk daarom in fasen, met een paar trainingen per fase, en ga pas verder als de vorige fase de ochtend erna geen extra pijn gaf. De tabel is een gangbare opbouw voor de training, geen behandelplan: stem hem af met je fysiotherapeut of sportarts.
| Fase | Wat je doet | Verder als |
|---|---|---|
| 1. Belasting omlaag | Trainen zonder sprongen en sprints, conditie op de fiets of in het water | Lopen en traplopen gaan de hele dag zonder pijn |
| 2. Joggen | Korte stukken rustig joggen op een zachte ondergrond | Joggen gaat zonder pijn, ook de ochtend erna |
| 3. Lage sprongen | Blokpassen, aanloop en lage sprongen op halve kracht | Geen extra pijn de ochtend erna |
| 4. Volle sprongen, minder vaak | Aanval en blok met minder sprongen dan normaal, bijvoorbeeld de helft | Twee trainingen zonder naweeën |
| 5. Volledig meedoen | Een normale training, daarna eerst een deel van een wedstrijd | Twee volledige trainingen zonder naweeën |
Het tempo verschilt per speler. Bij een terugkerende klacht of een vermoeden van een stressfractuur bepaalt de behandelaar het moment van terugkeer, niet het wedstrijdschema. Kijk na de terugkeer ook terug: lag het aan de opbouw, aan de schoenen, of aan het hardlopen buiten? De algemene regels voor een veilige terugkeer na een blessure staan in blessurepreventie in volleybal.
Bijhouden wie aangepast traint
Bij een aangepaste training is het lastige niet de oefening, maar het onthouden. Mocht hij vorige week al lage sprongen maken, en weet je medetrainer dat ook? In Koach meldt een speler zich bij een training af met Kan niet en de reden Geblesseerd, of zet hij bij Ik kom via Opmerking toevoegen iets als "train mee zonder sprongen". Als trainer zet je bij Speler bewerken de status op Geblesseerd; in de spelerslijst staat die speler dan met de badge Geblesseerd. Na de training schrijf je in het verslag onder Spelersnotities wat hij deed en hoe het ging, en zet je Opvolgen aan als je er later op terug wilt komen.
Verslag en spelersnotities zien alleen de trainers van het team, en bij een club ook de clubleiding via het teamlogboek; spelers en ouders zien ze niet. Koach telt geen sprongen en stelt geen blessure vast: het bewaart wat jij en je spelers vastleggen, zodat de opbouw niet van één geheugen afhangt. Wat Koach na de 14 gratis dagen kost, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Leg na de eerstvolgende training vast wie aangepast meedeed, en zie volgende week in één oogopslag waar je gebleven was.
Probeer Koach met je teamVeelgestelde vragen
Mag je volleyballen met scheenbeenvliesontsteking?
Vaak wel, maar aangepast. Train mee met alles wat het scheenbeen weinig belast, zoals passen, bovenhands spelen vanuit stand en serveren zonder sprong, en laat blokken, aanvallen en hardlopen even liggen. Wat je doet, mag hooguit licht voelbaar zijn en de volgende ochtend niet erger zijn. Bij pijn in rust, 's nachts of op één plek van het bot ga je eerst naar een arts.
Hoe lang duurt scheenbeenvliesontsteking?
Volgens de voorlichting van de Britse gezondheidsdienst NHS gaat het meestal binnen een paar weken over, als je de belasting aanpast en daarna rustig opbouwt. Wie doortraint op de pijn, is vaak veel langer bezig. Wordt het na een paar weken aangepast trainen niet minder, laat het dan beoordelen door een huisarts, sportarts of fysiotherapeut.
Is scheenbeenvliesontsteking hetzelfde als een stressfractuur?
Nee. Bij scheenbeenvliesontsteking zit de pijn verspreid over een strook aan de binnenkant van het scheenbeen en hoort hij bij de belasting. Een stressfractuur is een haarscheurtje in het bot: de pijn zit meestal op één plek die je met een vinger aanwijst, en is er ook in rust of 's nachts. Twijfel je, laat het dan door een arts onderzoeken voordat je weer springt.
Helpen andere schoenen tegen scheenbeenvliesontsteking?
Versleten schoenen vervangen is een logische stap, want de demping neemt met de tijd af. Nieuwe schoenen loop je liefst eerst in tijdens rustige trainingen voordat je er een sprongtraining op doet. Of steunzolen of andere hulpmiddelen bij jou helpen, verschilt per persoon; laat dat beoordelen door een sportarts of fysiotherapeut.
Houd bij wie aangepast traint
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na een maand zie je per speler hoe de opbouw ging.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


