Volleybal luchtdruk: de juiste druk in psi en bar | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Tools & organisatie

Volleybal luchtdruk: hoe hard pomp je een volleybal op?

Het korte antwoord

Een zaalvolleybal hoort volgens het FIVB-reglement op 0,30 tot 0,325 kg/cm² te staan: 4,26 tot 4,61 psi, of 294 tot 319 mbar (0,29 tot 0,32 bar). Een beachvolleybal staat zachter, op 0,175 tot 0,225 kg/cm². Meet met een balmanometer als de bal op zaaltemperatuur is.

De luchtdruk van een volleybal staat in het reglement tot op de derde decimaal, en toch pompt bijna elke club zijn ballen op gevoel. Dat merk je aan rode onderarmen en aan ballen die als een steen van het platform springen. Hier staan de juiste waarden in elke eenheid, en hoe je ze meet.

Leestijd: 6 min

Welke luchtdruk hoort in een volleybal?

Het officiële antwoord staat in regel 3.1 van de Official Volleyball Rules 2025-2028 van de FIVB: de binnendruk van een zaalbal is 0,30 tot 0,325 kg/cm². Het reglement rekent dat zelf om naar 4,26 tot 4,61 psi en naar 294,3 tot 318,82 mbar (hetzelfde als hPa). In dezelfde regel staan de omtrek van 65 tot 67 centimeter en het gewicht van 260 tot 280 gram. Die maten, en de lichtere ballen voor kinderen, staan uitgewerkt in welke volleybal per leeftijd.

Voor beachvolleybal geldt een eigen reglement, de Official Beach Volleyball Rules 2025-2028. Daar staat de bal flink zachter: 0,175 tot 0,225 kg/cm², ofwel 171 tot 221 mbar. Een beachbal is ook iets groter, met een omtrek van 66 tot 68 centimeter.

Twee regels eromheen tellen op een wedstrijddag net zo zwaar. Alle ballen in één wedstrijd moeten dezelfde omtrek, hetzelfde gewicht, dezelfde druk, soort en kleur hebben (regel 3.2). En de eerste scheidsrechter controleert de ballen voor de wedstrijd (regel 23.3.1.1). Een bal die duidelijk afwijkt, kan hij dus weigeren.

De luchtdruk omgerekend: psi, bar, mbar en kPa

Op veel ballen staat bij het ventiel de aanbevolen druk, in kg/cm² (soms geschreven als kgf/cm²), in psi of in allebei. Op een balmanometer staat meestal psi of bar. Daarom hieronder dezelfde waarden in alle gangbare eenheden. Bar en kPa zijn afgeleid van de mbar-waarden uit het reglement. De psi voor beach is omgerekend, want die noemt het beachreglement niet.

EenheidZaalvolleybalBeachvolleybal
kg/cm²0,30 tot 0,3250,175 tot 0,225
psi4,26 tot 4,61ongeveer 2,5 tot 3,2
mbar of hPa294,3 tot 318,82171 tot 221
barongeveer 0,29 tot 0,32ongeveer 0,17 tot 0,22
kPaongeveer 29 tot 32ongeveer 17 tot 22

Mik bij een zaalbal op het midden van de marge, rond 0,31 kg/cm² of 4,4 psi. Elke bal verliest na verloop van tijd wat lucht, en wie precies op de ondergrens pompt, zit een paar weken later eronder.

Zo meet en pomp je een volleybal op

Op gevoel lukt het niet. Het hele toegestane gebied is maar 0,35 psi breed, en zo'n verschil voel je niet met je duimen. Een balmanometer met naald hoort daarom bij de ballenpomp. Zo doe je het:

  1. Laat de bal op temperatuur komen. Meet in de zaal, niet direct nadat de ballentas uit een koude auto of berging komt. Waarom, lees je hieronder.
  2. Maak de naald nat. Een druppel water, of het middel dat de fabrikant aanraadt. Een droge naald kan het ventiel beschadigen, en dan loopt de bal sneller leeg.
  3. Steek de naald recht in het ventiel. Niet schuin en niet wrikken. Lees de meter af.
  4. Corrigeer in kleine stapjes. Te zacht: één of twee slagen met de pomp en opnieuw meten. Te hard: kort op de aflaatknop van de meter drukken en opnieuw meten.
  5. Trek de naald recht terug en leg de gemeten bal apart, zodat je weet welke ballen klaar zijn.

Gebruik geen compressor, zoals die bij een tankstation. Die pompt in een paar tellen ver over de grens, en de meter erop is te grof voor een marge van een paar honderdsten van een bar.

Te hard of te zacht: wat merk je ervan?

Een te harde bal springt sneller van je onderarmen en vingers, stuit hoger en doet meer pijn. Bij jeugdspelers is dat precies wat je niet wilt: wie pijn heeft bij het passen, gaat de bal ontwijken. Spelverdelers merken het vaak als eerste, want een harde bal is lastig zacht en precies te spelen.

Een te zachte bal voelt dood. Hij komt traag van je platform, je moet harder werken voor dezelfde afstand en bovenhands blijft hij langer in je handen liggen. Wie de hele week met slappe ballen traint, staat zaterdag te wennen aan een wedstrijdbal die anders reageert. Dat is het echte argument voor een meter: je wilt trainen met dezelfde bal als waarmee je speelt.

Waarom je bal in de winter zachter is

Lucht die afkoelt, geeft minder druk. Stel dat je in een zaal van 20 graden een bal op 0,31 kg/cm² zet en hem daarna een nacht in een auto van 5 graden laat liggen. Volgens de gaswet zakt de druk dan naar ruwweg 0,24 kg/cm², ruim onder het minimum. Warmt de bal weer op, dan komt de druk terug, zolang er geen lucht is ontsnapt. Het werkt ook andersom: een bal die je in een koude berging precies goed zet, staat in een warme zaal te hard.

Daarnaast verliest elke bal langzaam lucht door het ventiel en de binnenbal, de een sneller dan de ander. Een vaste meetronde vangt allebei af: aan het begin van het seizoen, daarna elke maand, en voor elke thuiswedstrijd of toernooidag.

Hang de meter aan de ballenpomp. Een meter die in een la in het clubhuis ligt, gebruikt niemand. Bind hem met een touwtje aan de pomp in de ballenkar, met een kaartje erbij: zaalbal 4,3 tot 4,6 psi. Dan meet ook de invaller.

Jeugdballen, lichte ballen en de beachbal

Het FIVB-reglement gaat over de wedstrijdbal. Lichte ballen en jeugdballen hebben er geen eigen regel in; daar is de fabrikant de bron. Staat er op zo'n bal een andere druk dan 0,30 tot 0,325, volg dan wat er op de bal staat. Pomp een lichte bal niet harder om hem echter te laten voelen: dan haal je weg waarvoor je hem kocht.

Een beachbal pomp je nooit op tot zaaldruk. Hij is bewust zachter, voor wind, zand en blote onderarmen, en wordt op zaaldruk een harde, onaangename bal. Welke bal je voor het zand kiest, lees je in een beachvolleybal kiezen, en welke bal je voor de zaal koopt in welke volleybal kopen.

De ballencheck vastleggen, zodat hij niet van één trainer afhangt

Koach pompt je ballen niet op. Wat wel helpt, is de meetronde een vast onderdeel van je trainingsplan maken, zodat hij niet alleen gebeurt als de trainer die eraan denkt toevallig de zaal opent. In het trainingsdetail voeg je met + Onderdeel een kort onderdeel toe, bijvoorbeeld "Ballen meten" van 5 minuten, vóór de warming-up. Met Bewaar als sjabloon komt het terug in elk plan dat je uit dat sjabloon kopieert; hoe dat werkt, staat in een trainingsschema hergebruiken.

Het plan van een training in Koach met de onderdelen Warming-up en Trainingswedstrijd en de knoppen Oefening en Onderdeel
Met + Onderdeel zet je een korte ballencheck vóór de warming-up, en via een sjabloon staat hij er elke keer.

Voor uitwedstrijden en toernooien is de vraag een andere: wie neemt de ballentas, de pomp en de meter mee? Plaats dat op het dashboard als Taak bij de mededelingen; wie het doet, tikt op Ik doe het. Zo'n afspraak hoort niet in de groepsapp, waar hij onder de berichten verdwijnt; waarom dat steeds gebeurt, lees je in waarom de WhatsApp-groep vastloopt bij een volleybalteam.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je trainingsplan met vaste onderdelen klaar en kijk na twee weken of het je werk scheelt.

Probeer Koach met je team

Wat Koach na de proefperiode kost, staat op de prijzenpagina.

Veelgestelde vragen

Hoeveel psi moet er in een volleybal?

Een zaalvolleybal staat volgens het FIVB-reglement op 4,26 tot 4,61 psi, wat gelijk is aan 0,30 tot 0,325 kg/cm². Mik op ongeveer 4,4 psi, het midden van de marge, zodat de bal na een paar weken lichte drukval nog binnen de grens zit. Een beachvolleybal staat lager, op ongeveer 2,5 tot 3,2 psi.

Hoeveel bar zit er in een volleybal?

Ongeveer 0,29 tot 0,32 bar. Het FIVB-reglement noemt 294,3 tot 318,82 mbar, en 1000 mbar is 1 bar. Omdat het toegestane gebied zo smal is, kies je een meter waarop je honderdsten van een bar of tienden van een psi kunt aflezen.

Kun je een volleybal oppompen zonder meter?

Oppompen wel, goed afstellen niet. Het hele toegestane gebied is maar 0,35 psi breed, en dat voel je niet met je duimen. Heb je even geen meter, pomp dan in kleine stapjes en vergelijk met een bal die kort ervoor is gemeten. Schaf daarna een balmanometer met naald aan: die hoort bij de ballenkar.

Waarom loopt mijn volleybal steeds leeg?

Elke bal verliest langzaam wat lucht, en in de kou daalt de druk ook zonder lek. Loopt een bal binnen een paar dagen merkbaar leeg, dan lekt meestal het ventiel of de binnenbal. Een droge of scheef ingestoken naald kan het ventiel beschadigen, dus maak de naald voortaan nat en steek hem recht in.

Is de luchtdruk van een beachvolleybal anders?

Ja. Het beachreglement van de FIVB schrijft 0,175 tot 0,225 kg/cm² voor, ofwel 171 tot 221 mbar: ongeveer twee derde van de druk van een zaalbal. De beachbal is ook iets groter. Pomp een beachbal dus nooit op tot zaaldruk; hij wordt dan hard en onaangenaam.

Zet de ballencheck in je trainingsplan

14 dagen gratis, zonder creditcard. Na een maand weet je of je ballen nog kloppen.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.