Volleybaloefeningen · Aanval · Blokkeren
Buitenaanval met dubbel blok
Vijf tegen vijf, met een dubbelblok dat netjes meeschuift naar buiten. Eromheen slaan lukt niet, dus de aanvaller moet erover: hoger raken en met een volle armslag door de bal. De verdediging graaft hem op en speelt hem hoog terug, zodat de bal in het spel blijft en iedereen kan herstellen.
Fase 1 van 7Vijf tegen vijf: onze libero heeft de bal, de blokkeerders staan klaar
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Aanval en blok: spelverdeler set naar buiten, aanvaller slaat, tegenstander zet een dubbel blok op. Timing en armslag.
- Hoogte in het contactpunt als antwoord op een gesloten blok.
- Een volle armslag onder druk, zonder in te houden.
- Doorspelen na de aanval: de bal blijft in het spel.
Coachpunten
Raak de bal op je hoogste punt, niet op je snelste punt.
Tegen een dubbelblok win je met hoogte, niet met kracht. Een paar centimeter hoger geraakt levert een steilere hoek op dan tien procent harder slaan.
Sla door de bal heen, ook als het blok groot lijkt.
Aanvallers die schrikken, remmen af en tikken de bal het blok in. Volledig doorslaan levert in het slechtste geval nog een blokout op.
Het blok bepaalt de plek met de buitenste hand, de tweede sluit erop aan.
Twee blokkeerders die allebei zelf een plek kiezen, laten een gat vallen. De buitenste is de baas, de midden voegt zich.
De verdediging speelt de bal hoog terug, niet snel.
Hoog geeft iedereen tijd om te herstellen en houdt de vorm draaiend. Snel terugspelen ziet er goed uit maar levert een halve oefening op.
Variaties
- Makkelijker
- Het blok springt niet maar houdt de handen boven het net; de aanvaller went aan handen in zijn blikveld.
- Moeilijker
- Elke rally loopt door tot de bal ligt, met vrije spelkeuze aan beide kanten.
- Met zes spelers
- Drie tegen drie: buiten, spelverdeler en libero tegen twee blokkeerders en een verdediger.
- Als wedstrijdje
- De aanvallende kant scoort bij een bal op de vloer, het blok bij elke aanraking die in het veld valt. Eerst bij tien, dan wisselen.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: de armzwaai en het contactpunt · voetenwerk, timing en handen bij het blok · verdedigingssystemen achter het blok