Volleybaloefeningen · Blokkeren · Verdediging
Dubbelblok sluiten op positie 2 en 4
Drie blokkeerders aan het net, maar er springen er telkens maar twee. De derde blijft staan en dat is precies het moeilijke deel: hij moet zich inhouden terwijl er naast hem een bal komt. Beide kanten komen in dezelfde ronde langs, dus iedere blokkeerder is een keer de sluitende en een keer degene die blijft.
Fase 1 van 13Drie blokkeerders in de basis aan het net, B bouwt de aanval op
Deze animatie komt uit de Koach-app. Daar speel je hem af op eigen snelheid en geef je de spelers je échte spelersnamen.
Openen in de appZo verloopt de oefening
Waar train je op
Blokwerk: twee blokkeerders schuiven samen om buitenaanval te sluiten; de derde blijft midden. Aanvallers wisselen van kant.
- Met z'n tweeën sluiten terwijl de derde blokkeerder bewust blijft staan.
- Beide kanten in één ronde, zodat de midden zowel naar links als naar rechts leert sluiten.
- Van sluiten naar terugschuiven zonder tussenstop.
Coachpunten
De midden sluit aan bij de pin, nooit andersom.
De pin staat op de buitenrand van het veld en kan geen kant op. Schuift hij mee naar binnen, dan ligt de zijlijn open en is de bal binnen zonder dat iemand hem aanraakt.
De blokkeerder die blijft staan draait mee met zijn schouders.
Hij is de eerste verdediger van de bal die net achter het blok valt. Blijft hij vierkant naar het net staan, dan kan hij daar niet meer op reageren.
Sluiten kost twee passen, geen vier.
Wie met kleine schuifpasjes komt aanzetten is er niet op tijd. Eén richtstap en één grote crossover, en dan afzetten.
Na de landing eerst terug naar je startplek, dan pas kijken waar de bal bleef.
De volgende set komt van de andere kant. De blokkeerder die blijft staan om de bal na te kijken, mist zijn eigen plek voor de volgende bal.
Variaties
- Makkelijker
- De spelverdeler kondigt aan naar welke kant hij zet, en zet steeds hoog.
- Moeilijker
- De spelverdeler mag ook kort op zijn midden zetten. Het blok moet dan met z'n drieën in het midden sluiten of bewust de pin loslaten.
- Met zes spelers
- Twee blokkeerders, een spelverdeler en drie aanvallers; blok en aanval wisselen na elke serie van zes ballen.
- Als wedstrijdje
- Elke bal die tussen de twee blokhanden door valt is een punt voor de aanval, elke geblokte bal twee voor het blok. Eerst bij twaalf.
Volleybaloefeningen
Verder lezen in de kennisbank: je blok organiseren tegen een sterke aanvaller · de voorspeler die niet meeblokt · perimeter en rotatiedekking achter het blok