Achterwaartse set in volleybal: techniek, verbergen en oefeningen
Het korte antwoord
Bij een achterwaartse set speel je de bal bovenhands over je hoofd naar een aanvaller achter je, meestal de diagonaal op positie 2. Je neemt de bal op dezelfde plek boven je voorhoofd als bij een set naar voren, duwt pas op het contact je heupen naar voren en strekt je armen omhoog, zodat het blok het laat ziet.
De achterwaartse set in volleybal maakt van je spelverdeler een probleem voor het blok: zolang de middenblokkeerder niet weet of de bal naar voren of naar achteren gaat, moet hij wachten. Dit artikel legt de techniek uit, laat zien hoe je de set verbergt en geeft zes oefeningen om hem op te bouwen.
Wat is een achterwaartse set?
Bij een achterwaartse set, in de zaal vaak backset genoemd, speelt de spelverdeler de bal bovenhands over zijn hoofd naar een aanvaller achter hem. De spelverdeler staat met zijn gezicht naar positie 4 en zijn rug naar positie 2, dus elke set naar rechts is een set naar achteren. De gebruikelijke doelen:
- De diagonaal op positie 2. Een hoge bal of een snellere, vlakkere bal naar de rechterkant van het net. Wat die speler verder doet, staat bij de taken van de diagonaal.
- De midden achter de spelverdeler. Een korte, snelle bal net achter de spelverdeler, of de slide, waarbij de midden achter de spelverdeler langs loopt en van één been afzet.
- De aanval vanaf positie 1. Staat de diagonaal achterin, dan kan hij aan de rechterkant van achter de aanvalslijn aanvallen.
Waarom het ertoe doet: een spelverdeler die alleen naar voren set, is makkelijk te lezen. Het blok schuift dan vroeg naar links en houdt de midden in de gaten. Pas als de set naar achteren een echte optie is, moet het blok wachten tot de bal de handen verlaat. De basis van de set zelf, de handhouding, het voetenwerk en de kracht uit de benen, staat in bovenhands setten, en hoe alle basistechnieken samenhangen in volleybaltechniek leren. Dit artikel gaat over wat er bij de set naar achteren anders is.
De techniek van de achterwaartse set
- Dezelfde start als naar voren. Kom op tijd onder de bal, met je borst en voeten naar positie 4 en je handen al boven je voorhoofd. Wie te laat is, moet reiken en leunen, en dat zie je aan de overkant.
- Hetzelfde contactpunt. Neem de bal boven je voorhoofd, net als bij de set naar voren. Niet boven je kruin of achter je hoofd: dat verraadt de richting en vergroot de kans dat de bal in je handen blijft liggen.
- Heupen naar voren op het contact. Pas als de bal in je handen komt, duw je je heupen naar voren, onder de bal. Je rug wordt licht hol en je kin gaat iets omhoog. Die boog geeft de bal zijn richting, niet je armen.
- Armen omhoog, niet naar achteren. Strek je armen naar het plafond, met duimen en wijsvingers als laatste aan de bal. Je handen eindigen boven je hoofd, handpalmen naar boven. Wie zijn armen naar achteren gooit, geeft een lage, vlakke bal die doorvliegt.
- Minder kracht dan je denkt. Vanuit de plek van de spelverdeler, tussen positie 2 en 3, is de afstand naar positie 2 korter dan naar positie 4. Strek je benen net zo vloeiend, maar met minder kracht, anders vliegt de bal voorbij de antenne.
- Draai mee en dek. Na het contact draai je naar je aanvaller en zak je in de dekking: een geblokte bal komt dicht bij jou terug.
Waar de bal moet aankomen, spreek je af met je aanvaller. Als vuistregel komt hij op dezelfde afstand van het net als je set naar voren, langs het net en niet erop, en bij een hoge bal een stukje binnen de antenne. Voor de scheidsrechter is de backset een set als elke andere: de bal mag niet gevangen of gegooid worden en mag niet na elkaar door twee handen geraakt worden (regels 9.2.2, 9.3.3 en 9.3.4 van de FIVB-spelregels). Bij een set naar achteren gaan je handen met de bal mee over je hoofd, en daardoor blijft hij sneller even liggen. Nog een reden om het contact boven je voorhoofd te houden en kort te maken.
De set verbergen: zo leest het blok je niet
Een goede blokkeerder kijkt naar je schouders, naar of je achteroverleunt en naar waar je handen de bal nemen. Hoe dat lezen werkt, staat in de spelverdeler lezen. Wie de set wil verbergen, houdt precies die signalen gelijk:
- Elke set dezelfde houding tot het contact. Borst en schouders naar positie 4, of de bal nu naar voren of naar achteren gaat. Draai je je schouders al naar rechts, dan weet de blokkeerder genoeg.
- Pas laat hol. De heupen gaan pas op het contact naar voren. Wie al onder de bal achterover hangt, kondigt de set aan.
- Altijd boven het voorhoofd. Laat de bal voor een backset niet naar je kruin zakken.
- Dezelfde timing. Sta voor elke set even vroeg onder de bal. Een spelverdeler die bij de set naar achteren telkens net te laat is, heeft een patroon dat elke tegenstander na een set ziet.
Een eenvoudige toets: zet een blokkeerder aan de overkant die op het moment van jouw contact wijst waar de bal heen gaat. Wijst hij steeds goed, dan zit het signaal in je houding, niet in je handen.
Veelgemaakte fouten bij de achterwaartse set
| Fout | Wat je ziet | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Bal achter het hoofd genomen | Leunen vóór het contact, het blok vertrekt vroeg, kans op een gedragen bal | Bal boven het voorhoofd, heupen pas op het contact |
| Armen naar achteren gegooid | Lage, vlakke bal die doorvliegt naar de antenne | Armen naar het plafond strekken |
| Te veel kracht | Bal komt voorbij de antenne of buiten het veld | Kortere beenstrekking: kleine afstand, kleine benen |
| Borst niet recht naar positie 4 | Bal drijft naar het net of het veld in | Borst en voeten naar positie 4, bal langs het net |
| Hoofd ver achterover | Onzuiver contact, bal draait | Kin iets omhoog, ogen op de bal tot hij weg is |
Zes oefeningen voor de achterwaartse set
Begin pas met de set naar achteren als de set naar voren staat: een speler die vanaf een rustige aangooi een reeks ballen op een mat op positie 4 kan zetten, is eraan toe. Bouw dan op van gooien naar spelen, en van zonder naar met tegenstander.
- Achterover in drietallen. A, B en C staan op een lijn, zo'n drie meter uit elkaar. A gooit hoog aan op B, B set achterwaarts naar C, C vangt en gooit de bal langs B terug naar A. Na tien ballen wisselt B. Let op het contact boven het voorhoofd en armen naar het plafond.
- Voor of achter op roep. Dezelfde lijn, maar nu set B naar A of naar C. Pas als de bal in de lucht is, roept A "voor" of "achter". B laat aan zijn houding niets zien: dezelfde start, en de keuze op het laatste moment.
- Naar het doel op positie 2. De spelverdeler staat in zijn zone tussen positie 2 en 3. Een trainer of speler gooit vanaf positie 6 een bal aan zoals een pass, en de spelverdeler zet achterwaarts naar een doel op positie 2: een speler op een kast met de armen omhoog, of een hoepel. Vijftien ballen, tel de treffers.
- De blokkeerder raadt mee. Zoals oefening 3, maar de spelverdeler kiest zelf voor of achter, en een blokkeerder aan de overkant wijst op het contact een kant aan. Elke keer dat de blokkeerder fout zit, krijgt de spelverdeler een punt.
- Met een aanvaller op 2 en op 4. Een buitenaanvaller loopt aan op positie 4 en een diagonaal op positie 2. De spelverdeler kiest, de aanvallers slaan echt aan. Laat de diagonaal na elke bal kort zeggen hoe de set was: te strak, te ver of goed.
- Partijvorm met een bonus. Zes tegen zes of vier tegen vier, waarin een punt na een set naar achteren dubbel telt. Zo zoekt de spelverdeler de backset onder wedstrijddruk op, in plaats van hem alleen in oefeningen te spelen.
Meer vormen voor de hele positie, niet alleen voor de set, staan bij oefeningen voor de spelverdeler.
Tel de backsets in je volgende wedstrijd. Laat iemand op de bank turven hoe vaak je spelverdeler naar achteren set, en in welke rotaties. Gaat er in de rotaties met de diagonaal aan het net bijna nooit een bal naar rechts, dan weet het blok aan de overkant dat ook.
Krijgt je diagonaal de bal? Zo zie je het in Koach
Of je spelverdeler de set naar achteren gebruikt, zie je pas als je het bijhoudt. Houd je een wedstrijd in Koach bij in de modus Expert, dan geef je bij de stap Set elke set een cijfer van 0 tot 5, en na afloop staat in het blok Expert-cijfers per aanvaller hoeveel pogingen hij kreeg en met welk rendement. Krijgt je diagonaal weinig ballen terwijl hij ze goed afmaakt, dan weet je waar je spelverdeler aan kan werken. Eerlijk is wel: Koach houdt de richting van de set niet apart bij; je ziet het per aanvaller, niet per backset. Hoe je de sets van je spelverdeler beoordeelt, staat in setkwaliteit meten.
Voor de training staat in de oefeningenbibliotheek onder meer Aanvalslijn over drie posities, waarin de spelverdeler om de beurt positie 4, 3 en 2 bedient, met als laatste een backset achterlangs naar positie 2. Met + Oefening zet je hem in het plan van je training. Wat Koach kost na de 14 gratis dagen, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Houd je volgende wedstrijd bij in Expert en zie hoeveel ballen je diagonaal echt kreeg.
Probeer Koach in je volgende wedstrijdVeelgestelde vragen
Mag je bij volleybal achterover setten?
Ja. Volgens de spelregels van de FIVB mag de bal na een contact in elke richting wegspringen, dus ook over je hoofd naar achteren. Wel gelden dezelfde eisen als bij elke set: de bal mag niet in je handen blijven liggen of gegooid worden, en mag niet na elkaar door je twee handen geraakt worden. Bij een set naar achteren gaat dat sneller mis, dus houd het contact kort en boven je voorhoofd.
Hoe set je naar achteren zonder dat het blok het ziet?
Houd alles gelijk tot het contact. Sta bij elke set even vroeg onder de bal, met borst en schouders naar positie 4, en neem de bal altijd boven je voorhoofd. Duw je heupen pas naar voren op het moment dat de bal in je handen komt. Een blokkeerder die op je schouders en je houding let, ziet dan pas aan de bal waar hij heen gaat.
Wanneer leer je een speler de achterwaartse set?
Zodra de set naar voren stabiel is: een speler die vanaf een rustige aangooi steeds een speelbare bal naar positie 4 zet, is eraan toe. Begin met gooien en vangen in drietallen, daarna setten naar een doel op positie 2, en pas dan met een blokkeerder of een echte aanvaller erbij. Leer het ook aan spelers die geen vaste spelverdeler zijn.
Waarom gaat mijn achterwaartse set steeds naar het net?
Meestal door je houding. Een backset gaat precies de andere kant op dan je borst wijst. Staat je borst iets van het net af gedraaid, wat bij de set naar voren juist helpt om de bal van het net te houden, dan stuurt dezelfde houding de backset naar het net toe. Richt je borst recht op positie 4 en laat je heupen recht onder de bal naar voren gaan.
Zie of je diagonaal de bal krijgt
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na één wedstrijd in Expert weet je hoe je spelverdeler verdeelt.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


