Kruisbandblessure bij volleybal: risico, voorkomen en terugkeer
Het korte antwoord
Een kruisbandblessure bij volleybal ontstaat bijna altijd zonder contact, bij een landing of afremming waarbij de knie naar binnen zakt. Een vaste warming-up met kracht, balans en landingstechniek halveert ongeveer het risico. Terugkeer binnen negen maanden na een operatie geeft meer kans op een nieuwe blessure.
Een kruisbandblessure bij volleybal komt minder vaak voor dan een verzwikte enkel, maar kost een speler al snel een heel seizoen. Hij ontstaat bijna altijd zonder contact, bij een landing die net verkeerd uitvalt. Hier lees je wie het meeste risico loopt, welke warming-up het risico verkleint en wat jouw rol is bij de terugkeer.
Wat is een kruisbandblessure, en hoe gebeurt hij bij volleybal?
De voorste kruisband loopt midden in de knie van het dijbeen naar het scheenbeen. Hij houdt het onderbeen op zijn plek als je afremt, landt of draait. Scheurt hij, dan gebeurt dat op één moment. Het is dus een andere blessure dan een springersknie, die langzaam opkomt door overbelasting.
Bij volleybal gaat het zelden mis door een botsing. In een Japans onderzoek naar 1000 kruisbandblessures bij scholieren ontstond 86,5 procent van de volleybalgevallen zonder contact, meer dan bij basketbal en handbal (Takahashi e.a., 2019). In de twee hoogste Italiaanse vrouwencompetities telden onderzoekers 34 kruisbandscheuren: 33 zonder contact, en 21 daarvan bij de landing na een aanvalssprong (Devetag e.a., 2018).
Een typisch beeld: een aanvaller springt af voor een set die te ver van het net komt, slaat met een draai en landt op één been. De knie staat bijna gestrekt, zakt naar binnen en het onderbeen draait mee. Hetzelfde kan gebeuren bij een verdediger die vol afremt en in één beweging omdraait. Vaak hoort of voelt de speler een knap, zakt de knie door en is hij binnen een paar uur dik.
Wie loopt het meeste risico op een kruisbandblessure?
- Aanvallers. Zij landen het vaakst na een sprong met een draai of uit balans. In de Italiaanse studie hierboven vielen 24 van de 34 scheuren bij buitenaanvallers en middenspelers.
- Meisjes en vrouwen, zeker vanaf de puberteit. In contactsporten als voetbal en basketbal lopen vrouwen ongeveer drie keer zoveel risico als mannen (Montalvo e.a., 2019). Volleybal valt in die overzichtsstudie onder de sporten met beperkt contact; daar was geen duidelijk verschil te zien, maar de volleybalcijfers kwamen bijna allemaal van vrouwen. Wel bekend is dat het aantal kruisbandblessures bij meisjes in de tienerjaren oploopt, met een piek in de midden- en late tienerjaren (Myer e.a., 2013).
- Wie al eens een kruisbandblessure had. Een eerdere blessure aan dezelfde of de andere knie is een van de duidelijkste voorspellers van een nieuwe.
- Vermoeide spelers met een slordige landing. Knieën die bij de landing naar binnen zakken, landen met gestrekte benen en weinig kracht in heupen en hamstrings vergroten de belasting op de kruisband. Hoe een goede landing eruitziet en hoe je hem aanleert, staat in veilig leren landen.
Het bredere verhaal over enkels, knieën en schouders staat in blessurepreventie in volleybal.
Kun je een kruisbandblessure voorkomen? Wat het onderzoek zegt
Helemaal voorkomen kan niet, flink verkleinen wel. Het werkzame middel is geen brace en geen rekoefening, maar een vaste warming-up met kracht, balans en landingstechniek, in het vak een neuromusculair programma genoemd. Webster en Hewett bundelden acht meta-analyses: zulke programma's halveren het risico op een kruisbandblessure, en bij vrouwen daalt het aantal kruisbandblessures zonder contact met twee derde (Webster en Hewett, 2018).
Een bekend voorbeeld komt uit het Zweedse voetbal. Ruim 4500 voetbalsters van 12 tot 17 jaar deden mee. Bij de helft van de clubs deden de teams een seizoen lang twee keer per week een warming-up van een kwartier met rompstabiliteit, balans en de juiste kniestand. Daar waren 64 procent minder kruisbandblessures dan bij de clubs met hun gewone warming-up (Waldén e.a., 2012).
De meeste studies komen uit voetbal, handbal en basketbal. Het mechanisme bij volleybal is hetzelfde, een landing of afremming zonder contact, en de onderdelen van die programma's passen zonder moeite in een volleybaltraining. Ook een volleybalwarming-up voor jeugdteams is onderzocht: teams die hem gebruikten, hadden minder acute blessures, maar slechts 44 procent van de teams deed hem volledig (Verhagen e.a., 2023).
Twee dingen maken het verschil. Doe het vaak en het hele seizoen: in studies waarin teams zo'n programma trouw volgden, waren er veel minder kruisbandblessures dan in studies waarin het vaak werd overgeslagen (Sugimoto e.a., 2012). En begin jong: in de analyse van Myer en collega's was het effect het grootst bij meisjes in de middelste tienerjaren, en bij jonge volwassenen kon geen effect meer worden aangetoond.
Een kniewarming-up voor volleybal in vier blokken
Dit voorbeeld vertaalt de onderdelen van de onderzochte programma's naar de zaal. Reken op twaalf tot vijftien minuten, minstens twee keer per week, als eerste deel van de training. Het vervangt je gewone inloopblok; het komt er niet bovenop.
- Losmaken (3 minuten). Rustig heen en weer over de breedte van het veld: vooruit, zijwaarts met een bijsluitpas en achteruit. Rem een paar keer af op twee voeten, met de knieën boven de voeten.
- Kracht (5 minuten). Tien squats met de knieën in de richting van de tenen, tien uitvalspassen per been, drie tot vijf Nordic hamstrings in tweetallen (een partner houdt de enkels vast en je laat je langzaam voorover zakken) en dertig seconden zijplank per kant. Bouw de Nordic hamstring rustig op; de eerste weken zijn drie herhalingen genoeg. Meer romp- en krachtwerk staat in rompstabiliteit voor volleyballers.
- Balans (2 minuten). Op één been staan en in tweetallen de bal bovenhands overspelen, twintig contacten per been. Gaat dat makkelijk, sluit dan tussen de contacten even de ogen of ga op een opgevouwen mat staan. Meer oefeningen en een opbouw staan in proprioceptie oefeningen voor volleybal.
- Springen en landen (4 minuten). Vijf sprongen op twee benen met een landing die drie tellen stilstaat. Daarna vijf hinksprongen per been vooruit en vijf opzij, elk met een stilstaande landing, en drie aanloopsprongen met armzwaai en een landing op twee voeten. Sluit af met blokspringen langs het net: verplaatsen, springen en landen op twee voeten in je eigen veld.
Let in elk blok op één ding: de knie blijft boven de voet en zakt niet naar binnen. Zie je het bij een speler toch gebeuren, maak de oefening dan makkelijker (minder diep, minder hoog) in plaats van zwaarder.
Schrap het programma niet als de tijd krap is. Valt er een kwartier weg door een zaal die later vrijkomt, haal het dan van de partijvorm aan het eind af. Een preventieprogramma werkt alleen als het elke training terugkomt, en wie het één keer overslaat, slaat het de tweede keer makkelijker over.
Wat doe je als het in de zaal gebeurt?
Je stelt geen diagnose, en dat hoeft ook niet. Een speler die na een landing of draai een knap voelde, de knie voelt doorzakken of binnen een paar uur een dikke knie heeft, stopt met spelen en gaat naar een huisarts of sportarts. Laat hem niet "even proberen" te springen of uit te lopen: een knie die doorzakt, kan daarbij verder beschadigen. In de zaal leg je het been hoog, koel je met een koudepakking in een doek en regel je vervoer naar huis. Bij hevige pijn, een knie die vastzit of een zichtbaar scheve stand ga je meteen naar de spoedeisende hulp.
Of er een operatie komt of een revalidatie zonder operatie, beslist de speler samen met de orthopeed of sportarts.
Terugkeer na een kruisbandblessure: maanden, geen weken
De terugkeer is het moment waarop het tweede ongeluk gebeurt. Grindem en collega's volgden 106 sporters na een kruisbandoperatie twee jaar lang. Het risico op een nieuwe knieblessure daalde met ongeveer de helft voor elke maand dat de terugkeer naar de sport werd uitgesteld, tot negen maanden na de operatie. Wie terugkeerde met vrijwel even sterke bovenbeenspieren in beide benen, liep minder risico (Grindem e.a., 2016).
Voor jou als coach betekent dat drie dingen:
- De behandelaar beslist, niet de kalender. De negen maanden uit dat onderzoek zijn een ondergrens, geen datum waarop de speler vanzelf weer mag. De fysiotherapeut toetst kracht, sprongen en wendbaarheid en geeft aan wat de speler in de zaal mag. Jij past de training daarop aan, ook als je hem zaterdag goed kunt gebruiken.
- Houd de speler in het team. Wie maanden niet speelt, haakt makkelijk af. Geef hem een taak: statistieken bijhouden, een oefening begeleiden, meedenken in de time-out. Laat merken dat hij welkom is op de training, ook als hij nog niets met de bal mag.
- Reken op twijfel. Veel spelers durven na hun terugkeer niet meteen vol te landen. Bouw de wedstrijdminuten rustig op en bespreek het met de speler en de fysiotherapeut.
Dit artikel geeft algemene sportmedische kennis, geen diagnose en geen revalidatieschema. Heeft een speler knieklachten, aanhoudende pijn of een knie die instabiel voelt, dan hoort hij bij een huisarts, sportarts of fysiotherapeut.
Het preventieprogramma in elke training, het hele seizoen
Het lastige aan preventie is niet de oefening maar het volhouden. In Koach zet je de kniewarming-up als eerste onderdeel in het plan van een training: met + Onderdeel geef je hem een naam, een duur van een kwartier en een beschrijving met de vier blokken. Via het menu van de training bewaar je dat plan met Bewaar als sjabloon. Hoort je team bij een club, dan zien alle trainers van de club dat sjabloon, zodat elk team hetzelfde programma kan doen.
Plan je een heel seizoen in één keer met Herhalende trainingen in de agenda, dan kies je daar het sjabloon, en elke nieuwe training krijgt het programma meteen mee. Na afloop zet je bij elk onderdeel of het gedaan is, zodat je kunt terugkijken of het programma echt elke week terugkwam.
Valt er toch een speler uit, dan zet je in zijn profiel bij Speler bewerken de status op Geblesseerd. Jij ziet dat in de spelerslijst; teamgenoten zien bij hem alleen Afwezig, zodat zijn blessure geen nieuws voor de hele groep wordt. Wie net begint als trainer, vindt de rest van de seizoensopbouw in beginnen als volleybalcoach. Wat Koach na de 14 gratis dagen kost, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Bewaar je kniewarming-up als sjabloon en geef hem mee aan elke training van het seizoen.
Plan je warming-up in KoachVeelgestelde vragen
Hoe herken je een kruisbandblessure bij volleybal?
Typisch is een landing of draai zonder contact, waarna de speler een knap hoort of voelt, de knie voelt doorzakken en binnen een paar uur een dikke knie heeft. Veel spelers kunnen daarna niet verder, al lopen sommigen nog redelijk. Zekerheid geeft alleen onderzoek door een arts of fysiotherapeut. Laat de speler dus stoppen en stuur hem door, ook als de pijn snel wegzakt.
Hoe lang ben je uit de roulatie na een kruisbandblessure?
Na een operatie duurt het vaak negen maanden of langer voordat een speler weer volledig springt en draait. Onderzoek van Grindem en collega's liet zien dat het risico op een nieuwe knieblessure daalt met elke maand dat de terugkeer tot negen maanden wordt uitgesteld. Het moment bepaalt de behandelaar met kracht- en springtesten, niet de wedstrijdkalender.
Lopen meisjes meer risico op een kruisbandblessure?
In sporten als voetbal en basketbal lopen vrouwen en meisjes duidelijk meer risico dan mannen, en bij meisjes neemt het aantal kruisbandblessures in de tienerjaren toe. Voor volleybal zijn er te weinig gegevens voor een vast getal. Een preventieprogramma had in onderzoek het grootste effect bij meisjes die er in de middelste tienerjaren mee begonnen, dus wacht er niet mee tot de senioren.
Helpt een kniebrace of kniebeschermer tegen een kruisbandblessure?
Bij gezonde spelers niet. Kniebeschermers dempen een val op de vloer, maar beschermen de kruisband niet, en voor een brace als preventie bij volleybal is geen goed bewijs. Een warming-up met kracht, balans en landingstechniek verkleint het risico wel. Na een operatie bepaalt de behandelaar of een brace in de eerste periode zinvol is.
Zet je kniewarming-up vanavond klaar
14 dagen gratis, zonder creditcard. Elke training van het seizoen krijgt hem mee.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


