Volleybal lesgeven aan beginners: zo bouw je een les op
Het korte antwoord
Volleybal lesgeven aan beginners doe je in vier delen: een warming-up met bal, één techniek aanleren, die toepassen in een kleine spelvorm en afsluiten met een spel. Doe voor in plaats van lang uit te leggen, geef één aanwijzing tegelijk en zorg voor een bal per twee spelers, zodat niemand in een rij staat.
Volleybal lesgeven aan beginners is iets anders dan trainen met een team dat het spel al kent. Je leert mensen bewegingen die ze nog nooit maakten, en toch wil je dat ze na een uur een rally hebben gespeeld. Dit is de opbouw van een les, hoe je een techniek aanleert en een uitgewerkte les om over te nemen.
Volleybal lesgeven: begin en eindig met spelen
Beginners komen om te spelen. De les die het vaakst misgaat, is drie kwartier techniek in rijen en vijf minuten partijtje aan het eind. Draai het om: spelen, leren, spelen. Begin met een eenvoudige spelvorm waarin de groep zelf merkt wat er ontbreekt, bijvoorbeeld dat de bal na één contact op de grond ligt. Leer dan de ene techniek die dat spel nodig heeft, en speel daarna opnieuw, met een regel die die techniek beloont. Hoe zo'n globale aanpak zich verhoudt tot losse techniekoefeningen, staat in analytische, synthetische en globale oefeningen.
Dit artikel gaat over de les zelf: voor een nieuwe groep tieners of volwassenen, een clinic of een kamp. Geef je les aan een hele schoolklas, lees dan volleybal in de gymles; voor de eerste training met een jeugdteam is er je eerste training met een jeugdteam.
De opbouw van een les in vier delen
Elke les heeft één leerdoel, geschreven als iets wat je kunt zien: "na deze les spelen alle tweetallen de bal vijf keer bovenhands over zonder te vangen". Daar bouw je de vier delen omheen.
| Deel | Wat erin zit | Minuten |
|---|---|---|
| Opening en warming-up | Het leerdoel in één zin, opwarmen met de bal | 10 |
| Aanleren | Eén techniek, in tweetallen, met één aanwijzing tegelijk | 15 |
| Toepassen | Dezelfde techniek in een kleine spelvorm met een opdracht | 20 |
| Spelen en afsluiten | Partijvorm die het thema beloont, korte terugblik | 15 |
Bij een les van 90 minuten rek je vooral het toepassen en het spelen op; het aanleren wordt niet beter van een langer blok. Hoe je een gewone training van voorbereiding tot evaluatie aanpakt, staat in volleybaltraining geven.
Zo leer je een techniek aan in vijf stappen
- Kies één leerdoel. Niet "bovenhands spelen", maar "de bal boven het voorhoofd raken en hem hoog terugspelen".
- Doe het voor. Twee of drie keer, één keer op tempo en één keer langzaam, vanaf de kant waar de groep het moet zien: van opzij voor de onderarmse pass, van voren voor bovenhands spelen.
- Geef één aanwijzing, gericht op het effect. "Speel de bal naar het plafond boven je partner" werkt bij beginners vaak beter dan "strek je armen en benen". In een overzicht van vijftien jaar onderzoek naar aandachtsfocus (Wulf, 2013) leerden mensen een beweging in de meeste studies beter met een aanwijzing over het effect dan over hun lichaamsdelen.
- Laat iedereen tegelijk beginnen. Binnen een halve minuut na je uitleg is de eerste bal gespeeld, met een bal per twee spelers.
- Loop rond en geef kort feedback. Eerst wat goed ging, dan één punt. Ziet de helft van de groep dezelfde fout, stop dan kort en geef het punt aan iedereen; de rest los je per speler op.
Lukt het bij de meeste spelers niet, maak het makkelijker: een kleinere afstand, een lichtere bal, vangen toestaan of de bal zelf opgooien. Lukt het bijna altijd, maak het moeilijker: verder uit elkaar, aangooien in plaats van zelf opgooien, of na elk contact een stap opzij. In welke volgorde je de technieken aanleert, staat in volleybaltechniek leren.
Uitgewerkte les: bovenhands spelen in 60 minuten
Voor twaalf beginners op één veld, met zes ballen. Het net is in de breedte verdeeld in drie kleine veldjes van ongeveer drie meter breed.
- 0 tot 10 minuten, gooi-en-loop. Tweetallen lopen door de zaal en gooien de bal met twee handen vanaf het voorhoofd naar elkaar; vangen gebeurt boven het hoofd, in het "raampje" van de handen. Na vijf minuten: na het vangen door de knieën en de bal in één beweging weer uitduwen. Sluit af met twee minuten twee tegen twee over het net, waarin vangen niet mag: de groep merkt zelf hoe snel de bal op de grond ligt.
- 10 tot 25 minuten, aanleren in drie stappen. Eerst vangen en meteen terugduwen, met armen en benen tegelijk strekken. Dan de bal zelf opgooien, één keer bovenhands omhoog spelen en vangen. Dan opgooien en bovenhands naar je partner spelen, die vangt. De aanwijzing: "naar het plafond boven je partner".
- 25 tot 45 minuten, toepassen. Drietallen in een driehoek: A gooit naar B, B speelt bovenhands naar C, C vangt; na vijf ballen schuift iedereen een rol door. Daarna twee tegen twee over het net op de kleine veldjes: de eerste bal vang je en gooi je naar je maatje, die speelt hem bovenhands over het net.
- 45 tot 57 minuten, spelen. Drie tegen drie op twee veldjes. De eerste bal mag nog gevangen worden, daarna wordt er gespeeld. Een punt telt dubbel als de bal bovenhands over het net gaat.
- 57 tot 60 minuten, afsluiten. Eén vraag aan de groep: "Wanneer lukte het bovenhands het best?" Daarna ruimt iedereen samen op.
Schrijf het leerdoel op een briefje in je zak. Kijk er na elk deel van de les even op. Wie halverwege merkt dat de groep het doel al haalt, maakt het spel moeilijker; wie merkt dat bijna niemand het haalt, gaat in het toepassen een stap terug in plaats van door te drukken.
Organisatie: iedereen speelt, niemand wacht
- Een bal per twee spelers. Heb je er minder, kies dan vormen in drietallen met één aangooier.
- Veldjes dwars over het net. Drie kleine veldjes op één net betekenen drie ballen tegelijk in het spel in plaats van één.
- Vaste groepjes. Houd tweetallen of drietallen de hele les bij elkaar; wisselen van maatje doe je door één plek op te schuiven.
- Een vast stopsignaal. Bal tussen de voeten en kijken naar jou, elke keer hetzelfde.
- Jij loopt rond. Een trainer die zelf aangooit, ziet maar één speler; laat spelers elkaar aangooien.
Van één les naar een lessenreeks
Geef elke les één thema en laat de warming-up van de volgende les het thema van vorige week herhalen. Laat de afsluitende spelvorm met de reeks meegroeien: eerst vangen toegestaan, dan één stuit, dan verplicht drie keer spelen. Zo ziet de groep elke week dat het spel beter wordt, en dat houdt beginners vast. Voor volwassen beginners staat een opbouw over tien trainingen in volleybaloefeningen voor volwassen beginners.
Vijf fouten bij het lesgeven aan beginners
- Te lang praten. Van een minuut uitleg onthoudt een beginner meestal één ding. Kies zelf welk.
- Te veel aanwijzingen tegelijk. Voeten, armen en timing in één zin levert drie halve correcties op.
- Te moeilijk te vroeg. Een bovenhandse service vanaf de achterlijn of een smash in de eerste les geeft vooral mislukkingen.
- Wachtrijen. Elke rij langer dan drie spelers is vooral wachttijd.
- Pas aan het eind spelen. Of helemaal niet. Een les zonder spel voelt voor een beginner als een les zonder volleybal.
Je les voorbereiden en evalueren in Koach
In Koach zet je de les als plan klaar: elk deel een onderdeel met een naam, de duur en een beschrijving, of een oefening uit de bibliotheek met meer dan 200 oefeningen met geanimeerde fases. Na de les schrijf je in het verslag wat goed ging, wat beter kan en wat de focus wordt voor de volgende keer. Bij de volgende les staat die focus klaar, en met Plan kopiëren neem je de opbouw over en pas je alleen het thema aan.
Wat Koach kost na de 14 gratis dagen, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je eerste les als plan klaar en schrijf na afloop in twee regels wat de volgende les nodig heeft.
Plan je les in KoachVeelgestelde vragen
Hoe lang duurt een volleyballes voor beginners?
Als vuistregel is een uur genoeg voor een les met één thema: tien minuten opwarmen, een kwartier aanleren, twintig minuten toepassen en een kwartier spelen. Heb je anderhalf uur, rek dan het toepassen en het spelen op. Een langer blok aanleren maakt beginners niet beter, wel moe en ongeduldig.
Moet je beginners eerst techniek leren of meteen laten spelen?
Allebei, in dezelfde les. Begin met een eenvoudige spelvorm, bijvoorbeeld met vangen toegestaan, zodat de groep merkt wat er nodig is. Leer dan die ene techniek aan en speel daarna opnieuw met een regel die de techniek beloont. Wie pas na weken techniek laat spelen, verliest beginners.
Hoeveel beginners kan één trainer lesgeven?
Een vuistregel uit de praktijk: met twaalf spelers op één veld houd je als enige trainer goed overzicht, mits iedereen in tweetallen of drietallen met een eigen bal werkt. Heb je er meer, verdeel het net dan in kleine veldjes en geef elk groepje een vaste plek, of vraag een ervaren speler om een groepje te begeleiden.
Hoe geef je feedback aan een beginner?
Kort en één ding tegelijk. Zeg eerst wat goed ging en geef dan één punt, het liefst over het effect: waar de bal heen moet, niet welke spier je aanspant. Komt dezelfde fout bij de helft van de groep terug, leg het spel dan even stil en geef het punt aan iedereen.
Zet je eerste les vanavond klaar
14 dagen gratis, zonder creditcard. Na de les weet je waar de volgende begint.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


