Warming-up spelletjes voor volleybal: 8 spellen vanaf 12 jaar
Het korte antwoord
Warming-up spelletjes voor volleybal zijn spelvormen die opwarmen en tegelijk balcontact geven: een tikspel voor de hartslag, een gooi- of overspeelspel voor handen en schouders, en een spel aan het net voor sprong en reactie. Drie spellen van vijf minuten, oplopend in tempo, vormen samen een complete warming-up.
Warming-up spelletjes voor volleybal maken van het begin van de training meer dan inlopen: spelers bewegen, raken de bal en zijn met hun hoofd in de zaal. Dit artikel is voor tieners en senioren, met acht spelvormen, de volgorde waarin je ze zet en drie complete warming-ups van vijftien minuten.
Waarom een warming-up als spel werkt
Spelers komen binnen met hun hoofd nog bij school of werk. Een spel heeft hun aandacht in tien seconden, en het tempo gaat vanzelf omhoog zodra er iets te winnen valt. Daarbij raken ze de bal, wat bij twee rondjes joggen niet gebeurt. Maar een spel is niet vanzelf een goede warming-up. Het moet in intensiteit oplopen, iedereen in beweging houden, de schouders opbouwen voordat er hard geslagen wordt, en niemand laten afvallen.
Wat een warming-up fysiek moet doen, staat in warming-up oefeningen voor volleybal en in de RAMP-methode. Dit artikel vult dat in met spellen. Voor kinderen van 8 tot 11 jaar staan eenvoudiger spellen in volleybalspelletjes voor kinderen.
Zo bouw je een warming-up uit spellen op
Zet drie spellen achter elkaar, elk in een eigen blok:
- Losmaken (4 tot 6 minuten). Een loop- of tikspel met de bal in de handen. Hartslag en temperatuur omhoog, ogen omhoog, roepen.
- Balcontact (4 tot 5 minuten). Een spel met overspelen of gooien. Vingers, platform en schouders worden warm zonder harde slag.
- Aan het net (4 tot 6 minuten). Een spel met verplaatsen, springen en de eerste aanvallen op oplopend tempo.
Vier regels houden het werkbaar. Uitleg in hooguit een minuut; wat langer duurt, snappen spelers pas door te spelen. Geen afvalspellen: wie eruit ligt, koelt af. Gebruik dezelfde groepjes in alle drie de spellen, dan wissel je in seconden. En begin niet met sprinten of vol springen; de eerste minuut is rustig. Senioren die rechtstreeks van hun werk komen, hebben vaak een paar minuten extra nodig in het eerste blok.
Acht warming-up spelletjes voor tieners en senioren
1. Veilig met de bal
Opzet: een veld, twee tikkers met een hesje, drie ballen voor twaalf spelers. Regels: wie een bal vasthoudt, kan niet getikt worden, maar mag hem hooguit drie seconden houden. Doorgeven gaat met een tweehandige worp boven het hoofd, in de vorm van een set. Wie getikt wordt, neemt het hesje over. Opbouw: na twee minuten moet de bal bovenhands gespeeld worden en vangt de ontvanger hem; daarna een bal minder. Het spel dwingt spelers om op te kijken en elkaar te roepen.
2. Eindzonebal
Opzet: twee ploegen van vier tot zes op een veld; de eindzone is de ruimte achter elke achterlijn. Regels: niet lopen met de bal, doorgeven met een worp, vangen boven het hoofd. Een punt is een gevangen bal in de eindzone van de tegenpartij; valt de bal, dan is hij voor de andere ploeg. Opbouw: eerst tweehandig gooien, daarna alleen eenhandig met de armzwaai van de aanval. Zo warm je de slagschouder op met een kracht die vanzelf oploopt.
3. Overspelen op commando
Opzet: tweetallen op vier tot vijf meter, één bal. Regels: bovenhands overspelen. De trainer roept een commando voor het volgende contact: "Grond" (vloer aantikken, dan spelen), "Draai" (een keer om je as), "Onder" (onderarms spelen), "Lijn" (sprint naar de dichtstbijzijnde lijn en terug, je partner speelt zichzelf intussen hoog aan). Telling: hoeveel contacten zonder fout in een minuut. Het winnende tweetal kiest de commando's voor de volgende ronde.
4. Twee ballen in de kring
Opzet: kringen van zes spelers. Regels: houd de bal in de lucht en roep vóór elk contact de naam van wie de bal krijgt. Na een minuut gooit de trainer een tweede bal in. Telling: het record van de groep in contacten zonder dat een bal de grond raakt. Het traint praten en kijken, en het werkt in elke leeftijd, ook bij een senioren-recreantengroep.
5. Drie-contactenrace
Opzet: groepjes van drie op de achterlijn. Regels: het drietal loopt naar het net en terug en speelt onderweg pass, set en vangen, elk contact door een ander. Valt de bal, dan terug naar de start. Het eerste drietal dat twee keer heen en terug is, wint. Opbouw: in de tweede ronde gaat het derde contact over het net naar een teamgenoot aan de andere kant, die de race overneemt.
6. Carrousel over het net
Opzet: aan beide kanten van het net een rij spelers. Regels: wie speelt, brengt de bal over het net en sluit achteraan in de rij aan de overkant, met een looproute ruim om de netpaal. Telling: hoeveel ballen de groep achter elkaar over krijgt. Bij een fout begint de telling opnieuw, maar niemand valt af. Opbouw: gooien en vangen, dan bovenhands, dan onderarms, dan verplicht twee contacten: jezelf aanspelen en daarna over.
7. Spiegelen aan het net
Opzet: tweetallen tegenover elkaar aan het net. Regels: speler A verplaatst zich langs het net met bijsluitpassen of een kruispas, B volgt als spiegelbeeld. Bij een handklap van de trainer springen beiden en tikken boven het net elkaars handen aan. Na dertig seconden wisselen de rollen. Opbouw: eerst zonder sprong, daarna met bloksprong. Land op twee voeten aan je eigen kant van het net.
8. Gooi-volley drie tegen drie
Opzet: drie tegen drie op een half veld, in de lengte, met het gewone net. Regels: het eerste contact is vangen en gooien naar de spelverdeler, het tweede een bovenhandse set, en bij het derde springt de aanvaller en gooit de bal met de armzwaai van een smash over het net. Opbouw: ronde één gooien, ronde twee slaan op half tempo, ronde drie vrij. Zo bouwen schouder, aanloop en landing samen op, in een vorm met een stand.
| Spel | Blok | Bereidt voor op |
|---|---|---|
| Veilig met de bal | Losmaken | Opkijken, roepen, setvorm |
| Eindzonebal | Losmaken | Slagschouder, vangen boven het hoofd |
| Overspelen op commando | Balcontact | Balcontrole na verplaatsen |
| Twee ballen in de kring | Balcontact | Communicatie, overzicht |
| Drie-contactenrace | Balcontact | Pass, set en spelen in beweging |
| Carrousel over het net | Balcontact | Balcontrole onder lichte druk |
| Spiegelen aan het net | Aan het net | Blokvoetenwerk en sprong |
| Gooi-volley drie tegen drie | Aan het net | Aanloop, armzwaai en landing |
Drie complete warming-ups van vijftien minuten
- Avond met focus op pass en verdediging: Veilig met de bal (5 minuten), Overspelen op commando (5), Carrousel over het net met onderarms als laatste niveau (5).
- Avond met focus op aanval en blok: Eindzonebal met de eenhandige worp (5), Spiegelen aan het net (4), Gooi-volley drie tegen drie (6).
- Koude zaal of een vermoeide groep: Veilig met de bal met een extra minuut (6), Twee ballen in de kring (4), Gooi-volley op half tempo (5).
Na de warming-up loopt het programma door in je techniekblok; hoe je dat hele programma opbouwt, staat in volleybaltraining geven. Voor een wedstrijd werkt het anders: dan volgt na een korte warming-up het inspelen aan het net, met een eigen tijdschema en zonder spellen die tijd kosten.
Wissel de spellen, niet de opbouw. Houd elke week dezelfde drie blokken aan, maar kies per blok een ander spel. Spelers weten dan wat er komt en hoe snel het opbouwt, en toch voelt geen enkele warming-up als herhaling.
Warming-up spelletjes in je trainingsplan zetten
Een spel dat aansloeg, wil je volgende maand terugvinden. In Koach zet je de warming-up als eerste onderdeel in het plan van een training. Met + Oefening kies je een warming-up uit de bibliotheek, waarin Warming-up een eigen categorie is, en met + Onderdeel maak je een eigen blok met naam, duur en een beschrijving waarin je de regels van je spel kwijt kunt. De volgorde van de onderdelen pas je aan door ze te verslepen. Werkte de warming-up, dan haal je hem bij de volgende training terug met Plan kopiëren.
Na de training zet je bij elk onderdeel of het gedaan is, en wat je opviel, schrijf je in het verslag. Wat Koach kost na de 14 gratis dagen, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je warming-up van dinsdag als eerste onderdeel in je plan en kopieer hem naar donderdag.
Plan je training in KoachVeelgestelde vragen
Hoe lang moet een warming-up met spelletjes duren?
Reken op twaalf tot twintig minuten: drie spellen van vier tot zes minuten, van rustig naar intensief. Korter dan tien minuten is te kort om de schouders op te bouwen voor de eerste aanvallen. Met een koude zaal of een groep die net van het werk komt, maak je het eerste blok een paar minuten langer.
Is een tikspel genoeg als warming-up voor volleybal?
Nee, een tikspel maakt alleen het eerste deel af: hartslag en temperatuur omhoog. Volleybal vraagt daarna nog balcontact en een opbouw voor schouders en sprong. Zet er daarom een spel met overspelen of gooien achter, en sluit af met een spel aan het net waarin het springen en slaan rustig oploopt.
Welke warming-up spelletjes werken met weinig spelers?
Met zes spelers of minder werken Overspelen op commando in tweetallen, Twee ballen in de kring met één groep, Spiegelen aan het net en Gooi-volley twee tegen twee op een kleiner veld. Tikspellen worden met weinig spelers snel te zwaar voor de tikker; wissel dan elke halve minuut van tikker.
Kun je de warming-up door spelers zelf laten leiden?
Ja, en spellen lenen zich daar goed voor. Geef de aanvoerder of een vaste speler drie spellen en de volgorde losmaken, balcontact, aan het net. Na een paar weken kunnen spelers de warming-up zelf starten terwijl jij de zaal klaarzet of met een speler praat.
Zet je warming-up vanavond in je plan
14 dagen gratis, zonder creditcard. Volgende week kopieer je hem met één tik.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


