Leuke volleybal oefeningen: 12 spelvormen vanaf 12 jaar
Het korte antwoord
Leuke volleybal oefeningen hebben een score of record, veel balcontact zonder wachtrij, een element van verrassing en toch een duidelijk trainingsdoel. Voor tieners en senioren werken bijvoorbeeld servicezeeslag, volleybowling, blindvolley met een laken over het net en jokerkaarten in een partijvorm.
Leuke volleybal oefeningen zijn geen tijdverdrijf: met een score erbij werken spelers harder en raken ze meer ballen dan in een rij voor de trainer. Hier staan twaalf spelvormen voor tieners vanaf 12 jaar en senioren, met de opzet, de regels, wat ze trainen en hoe je ze zwaarder maakt.
Wat maakt een volleybaloefening leuk?
Een oefening wordt leuk door vier dingen: er is iets te winnen, iedereen raakt vaak de bal, er zit een verrassing in, en spelers mogen zelf iets kiezen. Tieners willen vooral het eerste: een stand, een record, een winnaar. Senioren komen ook voor de lol en het samen spelen, en lachen graag om een vorm die net even anders is. Een spel zonder trainingsdoel is alleen een leuk kwartier. Daarom staat bij elke vorm hieronder wat hij traint, zodat hij in je plan past zoals beschreven in volleybaltraining geven.
Dit artikel is voor tieners vanaf 12 jaar en senioren. Spellen voor kinderen van 8 tot 11 jaar staan in volleybalspelletjes voor kinderen, spellen om mee op te warmen in warming-up spelletjes voor volleybal, en partijen waarin je alleen de telling verandert in partijvormen volleybal. Een klassieker met wachtende teams, Queen of the Court, heeft een eigen artikel.
Leuke oefeningen voor techniek
1. Servicezeeslag
Opzet: twee ploegen, elk met vier matjes of hoepels als schepen verspreid over het eigen veld. Regels: om de beurt serveert een speler van elke ploeg. Raakt de service een schip, dan is het gezonken en gaat het matje weg. Wie als eerste alle schepen van de ander heeft laten zinken, wint. Traint: richten onder druk. Variatie: jongere spelers serveren van een paar meter binnen de achterlijn; gevorderden krijgen kleinere schepen, zoals een handdoek.
2. PAARD
Opzet: groepjes van twee tot zes bij een doel, bijvoorbeeld een matje op de plek van de spelverdeler of een zone voor de service. Regels: de eerste speler kondigt een opdracht aan en voert hem uit, zoals "sprongfloat in de hoek" of "pass op het matje na een draai". Lukt het, dan moet iedereen het nadoen, en wie mist, krijgt een letter. Wie als eerste PAARD heeft, sluit de ronde af en de volgende ronde begint; niemand zit aan de kant. Traint: precisie, en spelers bedenken zelf moeilijke ballen.
3. Wasmandpass
Opzet: de spelverdeler staat op zijn plek met een wasmand of grote doos; aan de overkant serveert de trainer of een rij serveerders. Regels: een pass in de mand is drie punten, een pass die de spelverdeler vangt zonder een stap te zetten één punt. Twee ploegen passen om de beurt tien ballen. Traint: een hoge, zachte pass naar de goede plek, want een strakke bal ketst uit de mand. Variatie: bij senioren echte services; bij jongere spelers een opgegooide bal.
Leuke oefeningen aan het net
4. Overleef de trainer
Opzet: drie verdedigers achterin op 1, 6 en 5; de trainer slaat aan de overkant vanaf een stevige verhoging. Regels: elke bal die hoog en speelbaar in het midden van het veld komt, is een punt voor de spelers; elke bal op de grond een punt voor de trainer. De spelers moeten vijftien punten halen voordat de trainer er vijf heeft. Traint: verdedigingshouding, lezen en durven. Variatie: voeg een spelverdeler en een aanvaller toe die de verdedigde bal afmaken; bij jongere spelers gooit de trainer in plaats van slaat.
5. Netduel één tegen één
Opzet: tweetallen langs het net, per duo een stuk net van drie meter breed; het veld is alleen de voorzone aan beide kanten. Regels: één tegen één, je mag jezelf één keer opspelen en dan over; aanvallen alleen met een tip of een zachte bal met open hand, blokken mag. Eerste tot zeven, daarna nieuwe tegenstander. Traint: balgevoel, een tip lezen, blokken op een zachte bal en landen aan je eigen kant van het net.
6. Volleybowling
Opzet: zes tot tien plastic pionnen aan de overkant; een spelverdeler of de trainer zet de bal op. Regels: elke aanvaller slaat een set, elke omgegooide pion is een punt. Twee ploegen om de beurt; de ploeg die niet slaat, zet de pionnen terug. Traint: aanvalsrichting en diep slaan. Variatie: zet de pionnen alleen langs de lijn of juist diagonaal; jongere spelers slaan vanaf de grond. Gebruik alleen plastic, nooit glas.
Leuke partijvormen met een twist
7. Twee ballen tegelijk
Opzet: vier tegen vier tot zes tegen zes. Regels: de trainer brengt aan beide kanten tegelijk een bal in het spel. Elke bal is een eigen rally, en pas als beide ballen dood zijn, start de volgende. Traint: overzicht, roepen en keuzes maken. Variatie: verplicht drie contacten per bal; dan wordt het echt chaos.
8. Blindvolley
Opzet: hang een laken of zeil over het net, zodat je de overkant niet ziet. Maak het stevig vast en laat het niet tot op de vloer hangen. Regels: een gewone partij. Traint: reageren op een bal die pas boven het net zichtbaar wordt, en praten, want niemand ziet wat er aankomt. Variatie: begin met een onderhandse service en een vangregel voor het eerste contact.
9. Jokerkaarten
Opzet: een partij van vier tegen vier tot zes tegen zes; elke ploeg krijgt per set drie kaartjes. Regels: voor een rally mag de aanvoerder één kaart spelen: "dit punt telt dubbel", "de tegenstander speelt deze rally met vijf" of "de tegenstander speelt alleen bovenhands". Gebruikt is gebruikt. Traint: tactisch denken: speel je de kaart op 10-10 of pas op 22-22? Variatie: laat spelers zelf kaarten verzinnen.
10. Aangekondigd punt
Opzet: vijf tegen vijf of zes tegen zes. Regels: voor de service roept de ontvangende ploeg hoe ze het punt gaat maken: "via de midden", "via de diagonaal" of "met een tip". Lukt het precies zo, dan zijn het drie punten; een gewone gewonnen rally is één punt. Traint: een plan maken en uitvoeren, en voor de aanvaller slaan tegen een blok dat weet wat er komt.
Leuke afsluiters voor een hele groep
11. Zitvolleyset
Opzet: het net zo laag als je palen toelaten, liefst rond de hoogte van zitvolleybal (volgens World ParaVolley 1,15 meter voor mannen en 1,05 meter voor vrouwen), op een half veld. Regels: bij elk balcontact zit je met je billen op de vloer; je verplaatst je schuivend. Traint: handen, reactie en balgevoel, en het laat spelers kennismaken met een paralympische sport.
12. Wisselende duo's
Opzet: twee tegen twee op kleine velden, elke vijf minuten nieuwe partners volgens een rooster. Regels: elke speler houdt zijn eigen punten bij; een gewonnen potje telt voor beide partners. Na vijf rondes wint wie de meeste punten heeft. Traint: alles, met veel balcontact; sterke en zwakke spelers spelen allemaal een keer samen. Variatie: geef sterke spelers een opdracht, zoals alleen bovenhands spelen.
| Spel | Spelers | Traint vooral |
|---|---|---|
| Servicezeeslag | 6 tot 16 | Richten met de service |
| PAARD | 2 tot 6 per groep | Precisie, creativiteit |
| Wasmandpass | 6 tot 12 | Hoogte en richting van de pass |
| Overleef de trainer | 3 tot 6 | Verdedigen, lezen |
| Netduel één tegen één | Per tweetal | Balgevoel aan het net, blok |
| Volleybowling | 6 tot 14 | Aanvalsrichting |
| Twee ballen tegelijk | 8 tot 12 | Overzicht, communicatie |
| Blindvolley | 8 tot 12 | Reactie, praten |
| Jokerkaarten | 8 tot 12 | Tactisch denken |
| Aangekondigd punt | 10 tot 12 | Plan maken en uitvoeren |
| Zitvolleyset | 6 tot 12 | Handen, reactie |
| Wisselende duo's | 8 tot 16 | Alle technieken, samenspel |
Zo blijft een leuke oefening een training
- Eén spel per avond, tien tot twintig minuten. Als afsluiter, als beloning na een zwaar blok, of als opener na een lange werkdag. Een hele avond spellen voelt na drie weken als vrijblijvend.
- Houd de coachingsregel. Ook in Volleybowling blijft de aanloop belangrijk. Roep tijdens het spel één technisch punt, niet tien.
- Laat spelers kiezen. Geef de aanvoerder drie spellen en laat het team er één kiezen. Een spel dat ze zelf kozen, spelen ze fanatieker.
- Stop op het hoogtepunt. Het spel dat je afbreekt terwijl het spannend is, is het spel waar ze volgende week om vragen. Wissel elke week van spel en houd een vast rijtje van vijf favorieten.
Voor recreantengroepen die vooral komen om te spelen, staat in volleybaloefeningen voor recreanten hoe je techniek in het spel stopt zonder dat het plezier verdwijnt.
Houd records bij, niet alleen winnaars. Schrijf bij Wasmandpass, Overleef de trainer en Servicezeeslag het beste resultaat van het seizoen op. Een groep die zijn eigen record wil breken, werkt harder dan een groep die alleen van de andere helft wil winnen, en niemand voelt zich de verliezer.
Leuke oefeningen in je trainingsplan zetten
Een spel dat aansloeg, wil je over drie weken terugvinden. In Koach zet je het als eigen onderdeel in het plan van een training: met + Onderdeel geef je het een naam en een duur, en in de beschrijving zet je de regels. Werkte de avond, dan haal je het hele plan bij een volgende training terug met Plan kopiëren.
Voor de partijvormen met één bal en twee vaste ploegen, zoals Blindvolley, Jokerkaarten of Aangekondigd punt, kun je een Trainingswedstrijd starten. Je zet per speler ploeg A of B, zet Rotatie uit voor een vrije vorm, en kleinere ploegen dan zes mogen ook. Met Nieuwe ronde begin je weer bij 0-0, terwijl de stand van de vorige ronde bewaard blijft, en je kunt spelers tussendoor naar de andere ploeg zetten. Na afloop zie je per speler punten en fouten. Bonuspunten, zoals die van een jokerkaart of een aangekondigd punt, telt de app niet mee; die houd je zelf bij.
Wat Koach kost na de 14 gratis dagen, staat op de prijzenpagina.
14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je favoriete spel als onderdeel in je plan en speel de partijvorm van donderdag als trainingswedstrijd.
Plan je training in KoachVeelgestelde vragen
Wat zijn leuke volleybal oefeningen voor tieners?
Tieners willen een stand, een record of een winnaar, en een beetje uitdaging tegenover elkaar. Vormen als Servicezeeslag, PAARD, Netduel één tegen één en Volleybowling werken daarom goed: ze hebben een duidelijke score, veel balcontact en een technisch doel. Laat de groep af en toe zelf kiezen, en stop als het spel op zijn spannendst is.
Hoe maak je een volleybaltraining leuker zonder dat het te vrijblijvend wordt?
Zet één spel per avond in je plan, tien tot twintig minuten, en kies een spel dat traint waar die avond om draait. Houd één coachingspunt vast tijdens het spel en tel punten of records. Zo blijft het een training, en spelers merken alleen dat het leuker is.
Welke leuke volleybaloefeningen werken met senioren of recreanten?
Senioren en recreanten houden van vormen met een knipoog en veel spelen: Blindvolley met een laken over het net, Jokerkaarten, Wisselende duo's en een Zitvolleyset zijn favorieten. Bouw het tempo rustig op, zeker bij een groep die net van het werk komt, en sla vormen met veel springen over als de groep daar niet aan gewend is.
Hoeveel spelers heb je nodig voor een leuke volleybaloefening?
Dat verschilt per vorm. PAARD en Netduel één tegen één werken al met twee spelers, Servicezeeslag en Wasmandpass vanaf zes, en de partijvormen met twee ballen of jokerkaarten het best met acht tot twaalf. Heb je een kleine groep, kies dan vormen in tweetallen of op kleine velden, zodat niemand op zijn beurt wacht.
Zet je favoriete spel in je plan
14 dagen gratis, zonder creditcard. Volgende maand vind je het met één tik terug.
Start met KoachOf lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.


