Coördinatieoefeningen volleybal: 12 vormen | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Trainingen

Coördinatieoefeningen voor volleybal: 12 vormen voor wendbaarheid

Het korte antwoord

Coördinatieoefeningen voor volleybal trainen hoe een speler zijn bewegingen stuurt: reageren, evenwicht houden, afstand doseren en voeten, ogen en handen laten samenwerken. Ze werken het best kort en fris na de warming-up, en eindigen met een bal of een keuze, zodat ze doorwerken in de wedstrijd.

Coördinatieoefeningen voor volleybal maken van een speler die snel is een speler die op tijd bij de bal is. Hier lees je wat coördinatie en wendbaarheid zijn, krijg je twaalf oefeningen in vier groepen en zie je hoe je ze per leeftijd in je training zet.

Leestijd: 7 min

Wat is coördinatie in volleybal?

Coördinatie is het vermogen om je bewegingen precies te sturen en op elkaar af te stemmen. Een veelgebruikt model uit de Duitse bewegingsleer (Meinel en Schnabel) onderscheidt zeven coördinatieve vermogens. In een volleybalrally kom je ze allemaal tegen:

VermogenWat je ervan ziet in volleybal
ReagerenVertrekken op de slag van de aanvaller of op een bal die van de netrand valt
OriënterenWeten waar je staat ten opzichte van net, lijnen, bal en medespelers
EvenwichtStil landen na een sprong, laag en stabiel blijven in de verdediging
DifferentiërenEen set van vier of van acht meter met dezelfde handen doseren
KoppelenAanloop, armzwaai en slag samenvoegen tot één beweging
RitmeHet ritme van de aanvalspas en van de bloksprong
OmschakelenEen geplande actie bijsturen als de bal van het blok ketst

Wendbaarheid: van richting veranderen op het juiste signaal

Wendbaarheid, in het Engels agility, is in de sportwetenschap een snelle beweging van het hele lichaam waarbij je van snelheid of richting verandert als reactie op een prikkel (Sheppard en Young, 2006). Daar zitten twee delen in: hoe snel je van richting verandert, en hoe snel je ziet en beslist wanneer en waarheen. Een loopladder of een vast pionnenparcours traint vooral het eerste deel. In volleybal bepalen de bal, de aanvaller of de pass van je medespeler het moment van vertrekken, en dat tweede deel train je alleen met een signaal dat de speler niet van tevoren kent. Een overzichtsstudie in Sports Medicine noemt reactietijd, nauwkeurigheid en voetplaatsing als factoren, en kleine partijvormen als een vorm die wendbaarheid lijkt te verbeteren (Paul, Gabbett en Nassis, 2016).

Coördinatie is dus iets anders dan conditie. Sprongkracht en herhaald sprinten staan in conditietraining voor volleyballers, de pasvormen zelf (split step, shuffle en crossover) in voetenwerk in volleybal. Hier gaat het om de sturing: op welk moment je beweegt en hoe precies.

Twaalf coördinatieoefeningen voor volleybal

De oefeningen staan in vier groepen, elk met een basis en een opbouw. Werk in korte series van vijf tot tien seconden met twintig tot dertig seconden rust. Coördinatie train je fris: een vermoeide speler slijt vooral zijn slordigheid in.

Reactie en wendbaarheid

Oog-handcoördinatie en balgevoel

Evenwicht en landen

Wil je evenwicht ook gebruiken om enkelblessures te voorkomen, dan hoort er een vast programma bij, met een opbouw over weken. Dat staat in balans- en proprioceptietraining.

Ritme en koppelen

Start op de hand van de aanvaller, niet op je fluitje. Een fluitsignaal is een prikkel die in een wedstrijd nooit komt. Laat spelers bij de reactievormen vertrekken op een balcontact, een gebaar of een bal die valt, dan trainen ze het kijken dat ze zaterdag nodig hebben.

Coördinatie per leeftijd

Zo zet je coördinatie in je training

Reken op tien tot vijftien minuten, direct na de warming-up, als de benen warm zijn maar nog niet moe. Kies per training drie vormen uit drie verschillende groepen en wissel de groepen per week, zodat over een maand alle vier aan bod komen. Hoe zo'n blok in de rest van je training past, lees je in volleybaltraining geven.

Vier regels houden het werkbaar:

  1. Eén ding tegelijk moeilijker. Meer afstand, een andere bal of een ander signaal, maar niet alles in dezelfde ronde.
  2. Van bekend naar onbekend. Eerst een vaste opdracht, dan een signaal dat de speler moet zien, dan een keuze tussen twee of drie richtingen.
  3. Eindig met een bal. Een vorm zonder bal krijgt aan het eind een pass, een set of een vangst. Zo blijft de koppeling met het spel.
  4. Stop als de kwaliteit zakt. Zakken de knieën bij de landing naar binnen of komen spelers rechtop te staan, dan is de serie te lang of de rust te kort.

Een coördinatieblok in je trainingsplan

In Koach zet je zo'n blok als onderdeel in het plan van een training. Met + Onderdeel maak je een blok met een naam, een duur en een beschrijving waarin je de drie vormen van die avond kwijt kunt. Met + Oefening kies je vormen uit de bibliotheek, met geanimeerde fases; typ in het zoekveld Zoek oefeningen een woord als ladder of reactie en je ziet welke vormen er al in staan. Werkte het blok, dan haal je het bij een volgende training terug met Plan kopiëren en wissel je alleen de vormen.

Het plan van een training in Koach met onderdelen en minuten, de link Plan kopiëren en de knoppen Oefening en Onderdeel
Het plan van een training: een coördinatieblok voeg je toe als onderdeel of uit de oefeningen, met de minuten erbij.

Na de training zet je per onderdeel of het gedaan is, zodat je ziet hoe vaak het coördinatieblok er echt in zat. Wat Koach na de 14 gratis dagen kost, staat op de prijzenpagina.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je eerste coördinatieblok in het plan van je volgende training en kopieer het naar de week erna.

Plan je training in Koach

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen coördinatie en conditie?

Conditie gaat over hoeveel je lichaam aankan: sprongkracht, snelheid en het herstel tussen acties. Coördinatie gaat over hoe precies je je bewegingen stuurt: op tijd reageren, in evenwicht landen en de bal met de juiste kracht spelen. Een speler met veel sprongkracht en een slechte timing staat toch te laat bij de bal. Beide train je, maar met andere oefeningen.

Hoe vaak moet je coördinatie trainen bij volleybal?

Kort en vaak werkt beter dan af en toe een lang blok. Tien tot vijftien minuten in elke training, direct na de warming-up, is voor de meeste teams genoeg. Bij jeugdteams kan het meer zijn, omdat coördinatie daar een groter deel van de ontwikkeling is. Wissel de vormen per week, maar houd het blok zelf vast in je programma.

Welk materiaal heb je nodig voor coördinatieoefeningen?

Weinig: pionnen of hoedjes in een paar kleuren, een paar tennisballen, een mat en je gewone volleyballen. Een loopladder is handig maar niet nodig; lijnen op de vloer of losse markeringen doen hetzelfde werk. Een lichtere trainingsbal naast de gewone bal helpt bij oefeningen waarin spelers kracht en afstand moeten doseren.

Helpt coördinatietraining tegen blessures?

Evenwicht en een goede landing zijn een vast onderdeel van programma's die blessures aan enkel en knie willen voorkomen, dus de vormen in de groep evenwicht en landen dragen daaraan bij. Een volledig preventieprogramma is wel meer dan een paar oefeningen per week. Heeft een speler aanhoudende of hevige klachten, laat hem dan langs een huisarts, sportarts of fysiotherapeut gaan.

Zet je coördinatieblok in je plan

14 dagen gratis, zonder creditcard. Volgende week kopieer je het met één tik.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.