Circuittraining volleybal: twee stationsschema's | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Trainingen

Circuittraining volleybal: twee stationsschema's om over te nemen

Het korte antwoord

Circuittraining in volleybal is trainen in stations: kleine groepjes doen elk een oefening en schuiven op een signaal door naar de volgende. Voor volleybal combineer je sprong, kracht, romp en voetenwerk met balstations, bijvoorbeeld acht stations van 40 seconden werk en 20 seconden wisselen.

Circuittraining voor volleybal zet een hele groep tegelijk aan het werk, met weinig materiaal en zonder rijen. Hier lees je hoe je een circuit opzet, vind je twee schema's om zo over te nemen, een fysiek circuit en een techniekcircuit, en lees je waar je op let bij jeugd.

Leestijd: 6 min

Wat is circuittraining, en wat levert het een volleyballer op?

Bij circuittraining staan de oefeningen klaar op vaste plekken in de zaal: de stations. De groep is verdeeld in kleine groepjes, elk groepje begint bij een ander station, en op een signaal schuift iedereen door naar het volgende. Na een volle ronde heeft elke speler elke oefening gedaan.

Voor een volleybaltrainer heeft dat vier voordelen. Iedereen werkt tegelijk, dus niemand staat in een rij. Je hebt per station weinig materiaal nodig. Je kunt fysieke stations en balstations mengen. En het schaalt: komen er vier spelers meer, dan maak je de groepjes groter of zet je er een station bij. Het nadeel is dat je niet bij elk station kunt corrigeren. Kies daarom oefeningen die spelers al kennen en die zichzelf uitleggen; een aanval met aanloop of een nieuwe techniek hoort niet in een circuit.

Een circuit is iets anders dan het conditieblok in conditietraining voor volleyballers, waar de hele groep tegelijk aan één vorm werkt. Waar een circuit in je training past, lees je verderop en in volleybaltraining geven.

Zo zet je een circuit op: stations, tijden en groepen

Circuit 1: fysiek circuit voor volleyballers vanaf ongeveer 14 jaar

Acht stations, 40 seconden werk en 20 seconden wisselen. Doe na de proefronde van vier minuten twee rondes van acht minuten met twee minuten pauze ertussen. Dan ben je 22 minuten bezig, zonder warming-up. Je hebt een net, twee pionnen, een lijn op de vloer, een muur en een volleybal nodig.

StationOefeningWaar let je op
1. BenenSquat met eigen gewichtKnieën in de richting van de tenen, rug recht, rustig omlaag
2. RompPlank op de onderarmenLichaam in één lijn, billen niet omhoog
3. SprongBloksprongen aan het netHanden op schouderhoogte, in de sprong strekken, zacht landen op twee voeten
4. SchouderEen volleybal met de armzwaai van de aanval tegen de muur slaan en weer vangenElleboog hoog, slaan op half tempo
5. VoetenwerkZijwaarts bijsluiten tussen twee pionnen op drie meterLaag blijven, voeten raken elkaar niet
6. RompZijwaartse plank, halverwege wisselenHeup omhoog, schouder boven de elleboog
7. SprongKleine snelle sprongetjes heen en weer over een lijnOp de voorvoeten, klein en snel
8. BovenlichaamOpdrukken, op de knieën of op de tenenRomp recht, borst naar de vloer

Zwaarder maken doe je eerst met tempo en uitvoering, niet met gewicht: 45 seconden werk en 15 wisselen, of een derde ronde. Wil je met halters of een medicijnbal werken, doe dat dan pas als de uitvoering zonder gewicht klopt.

Circuit 2: techniekcircuit voor jeugd en de gymles

Zes stations met een bal, 60 seconden werk en 30 seconden wisselen: een ronde duurt negen minuten. Elk station heeft een telling, zodat spelers een record hebben om te verbeteren. Dat werkt van een jaar of tien tot volwassen beginners.

  1. Muurpass. Onderarms tegen de muur, boven een lijn op twee meter hoogte. Hoeveel keer zonder dat de bal de grond raakt?
  2. Zelf opspelen. Bovenhands de bal boven je hoofd spelen, steeds even hoog. Hoeveel keer achter elkaar?
  3. Service op een doel. Onderhands serveren vanaf een korte afstand naar een mat of een vak aan de overkant. Hoeveel raak uit tien?
  4. Vangen in sethouding. In tweetallen over het net gooien en de bal boven het voorhoofd vangen, met de handen in de vorm van een set. Hoeveel keer zonder misser?
  5. Pionnenrace. Vanuit de basishouding zijwaarts naar een pion, aantikken, terug en de andere kant op. Hoeveel pionnen in de tijd?
  6. Reactiebal. Een partner laat een bal vallen vanaf schouderhoogte; de speler vertrekt uit de basishouding en vangt hem na één stuit. Hoe ver weg lukt het nog?

Bij een klas van dertig maak je zes groepjes van vijf en zet je bij elk station twee ballen, of je bouwt twee keer hetzelfde circuit en halveert de groepjes. Meer over een volleybalgymles met een hele klas staat in volleybal in de gymles, en meer oefeningen voor beweging en reactie in coördinatieoefeningen voor volleybal.

Begin het seizoen met een nulmeting. Laat spelers in de eerste ronde per station hun aantal op de stationkaart schrijven. Doe na zes weken precies hetzelfde circuit nog eens. Vooruitgang die spelers zelf kunnen tellen, maakt een circuit een stuk minder saai.

Hoe zwaar, hoe vaak, en waar in de training?

Je circuit in het trainingsplan van Koach

Hoeveel groepjes je maakt, hangt af van wie er is. In Koach tik je bij de training per speler Aanwezig, Te laat of Afwezig aan, en onderaan zie je hoeveel spelers er zijn. Daarmee weet je hoeveel stations je bezet.

Aanwezigheid bij een training in Koach met per speler de kolommen Aanwezig, Te laat en Afwezig en de knop Aanwezigheid vastleggen
Wie er is, bepaalt hoeveel stations je bezet.

Het circuit zelf zet je als één onderdeel in het plan van de training. Tik op + Onderdeel, noem het bijvoorbeeld "Circuit fysiek", zet de duur op 25 minuten en schrijf de stations met de tijden onder Beschrijving toevoegen. Zo heeft ook een invaller het schema bij de hand. Werkt het circuit, bewaar het plan dan via het menu met Bewaar als sjabloon en haal het een volgende keer terug met Plan kopiëren. Losse oefeningen voor een station vind je in de oefeningenbibliotheek van de app en op de oefeningenpagina's.

Het plan van een training in Koach met de onderdelen Warming-up en Trainingswedstrijd en de knoppen Oefening en Onderdeel
Een circuit zet je als één onderdeel in het plan, met de duur en de stations in de beschrijving.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je circuit als onderdeel in het plan van je volgende training en kopieer het volgende week terug.

Plan je circuit in Koach

Wat Koach na de proefperiode kost, staat op de prijzenpagina.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt een circuittraining voor volleybal?

Reken op twintig tot dertig minuten binnen een training van anderhalf uur. Acht stations van 40 seconden werk en 20 seconden wisselen geven een ronde van acht minuten; twee rondes met een korte pauze en een proefronde komen samen op ruim twintig minuten. In de voorbereiding kun je ook een hele training als circuit opzetten, met balstations ertussen.

Hoeveel stations heeft een circuittraining?

Evenveel als je groepjes hebt, met twee tot drie spelers per station. Voor een team van twaalf zijn zes tot acht stations handig. Meer stations met minder spelers betekent minder wachten, maar ook meer materiaal en meer uitleg. Houd de oefeningen eenvoudig, zodat elk station na één proefronde zonder jou werkt.

Is circuittraining geschikt voor kinderen?

Ja, mits je het speels houdt: oefeningen met een bal en een telling, korte werkblokken en geen extra gewicht. Kinderen vinden een record verbeteren leuk, en een circuit houdt een grote groep tegelijk bezig. Let vooral op een zachte landing bij sprongen en wissel inspannende stations af met rustige.

Kun je techniek trainen in een circuit?

Ja, zolang het technieken zijn die spelers al beheersen. Passen tegen de muur, zelf opspelen, op een doel serveren en vangen in sethouding werken goed, omdat spelers die zonder correctie kunnen herhalen. Een nieuwe techniek of een aanval met aanloop leer je beter aan in een vorm waarbij jij erbij staat.

Zet je circuit vanavond in je plan

14 dagen gratis, zonder creditcard. Volgende week kopieer je het met één tik.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.