Welke spieren gebruik je bij volleybal? | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Coachvak & fysiek

Welke spieren gebruik je bij volleybal? Per techniek uitgelegd

Het korte antwoord

Bij volleybal gebruik je vooral je benen, je romp en je schouders. Kuiten, bovenbenen en bilspieren leveren de sprong en vangen de landing op, de romp brengt de kracht over, en schouder, borst en brede rugspier maken de slag. Bij passen, setten en blokken doen ook onderarmen, polsen en vingers mee.

Welke spieren gebruik je bij volleybal? Bijna allemaal, maar niet allemaal even hard. Het werk zit in een keten, van de kuit die afzet tot de pols die de bal raakt. Hieronder lees je per techniek welke spieren het doen, waarom je na een toernooi spierpijn hebt waar je die hebt, en wat je dus traint.

Leestijd: 7 min

Het overzicht: benen, romp en schouder doen het werk

Volleybal is een sport van korte, explosieve acties: springen, landen, een paar meter verplaatsen, slaan. Bijna elke actie begint in de benen en eindigt in de handen. Dit zijn de spiergroepen die het werk doen:

SpiergroepWat hij doet bij volleybal
Kuitspieren (tweelingkuitspier en scholspier)De laatste duw bij de afzet, het opvangen van de landing, kleine snelle pasjes
Voorkant bovenbeen (quadriceps)De knie strekken bij de sprong, afremmen bij de landing, laag staan bij pass en verdediging
Bilspieren en achterkant bovenbeen (hamstrings)De heup strekken bij de sprong; de middelste bilspier houdt je knie recht bij landen en zijwaarts verplaatsen
Binnen- en buitenkant dijBreed staan, zijwaarts schuiven, uitstappen en duiken
Romp: buik, schuine buikspieren, rugDraaien bij smash en service, stabiel landen, kracht van de benen naar de armen brengen
Schouder: deltaspier en rotatorcuffDe arm heffen en richten, de schouderkop op zijn plek houden, de arm afremmen na de slag
Spieren rond het schouderbladHet schouderblad laten meebewegen bij de armzwaai en het blok
Grote borstspier en brede rugspierDe arm naar voren en omlaag trekken bij smash en service
Driehoofdige armspier (triceps)De elleboog strekken bij de slag, de set en het blok
Onderarm, pols en vingersDe polsslag bij de aanval, de handen bij set en blok, een stil platform bij de pass

De sprong: van kuit tot armzwaai

Een sprong is drie gewrichten die kort na elkaar strekken: heup, knie en enkel. De bilspieren en de hamstrings strekken de heup, de quadriceps strekt de knie, en de kuitspieren geven de laatste duw vanuit de enkel. De armen zwaaien mee omhoog en helpen je hoger te komen; wie zijn armen stilhoudt, springt lager. De romp houdt alles in één lijn, zodat de kracht uit de benen niet onderweg weglekt.

Bij de landing werken dezelfde spieren andersom: ze remmen af terwijl ze langer worden. Dat is zwaarder werk dan het lijkt, en het is de reden dat je na een avond veel blokken vooral je bovenbenen en kuiten voelt. Wie zacht landt, met de knieën boven de tenen, verdeelt die belasting over de hele keten. Hoe je de sprong zelf traint, staat in hoger springen bij volleybal.

De smash en de service: een keten van benen naar hand

Een harde smash komt niet uit je arm alleen. De beweging loopt als een zweep van groot naar klein: eerst de benen en de heupen, dan de romp die draait, dan de schouder, de elleboog en als laatste de pols. Onderzoek bij topspelers liet zien dat de handbalworp, de tennisservice en de volleybalsmash die volgorde delen (Wagner en collega's, 2014).

Na het contact moet de arm in een fractie van een seconde worden afgeremd. Dat doen vooral de spieren aan de achterkant van de schouder en rond het schouderblad. Bij de slag zelf vallen ze nauwelijks op, en daardoor worden ze in de training vaak vergeten, terwijl ze bij elke smash en service hard werken. Hoe je overbelasting van de schouder herkent, staat in schouderklachten bij volleybal.

Passen en verdedigen: vooral benen en romp

Bij de onderarmse pass doen je armen bijna niets. Het werk zit in de benen: de quadriceps en de bilspieren houden je laag, de binnen- en buitenkant van je dij zorgen voor een brede stand en een snelle stap opzij. De schouders en de spieren rond het schouderblad houden het platform stil, en de romp voorkomt dat je achterover wordt geduwd als er een harde bal binnenkomt. De onderarmen zelf zijn vooral het contactvlak. De rode en blauwe plekken die beginners daar oplopen, zijn meestal een kwestie van techniek en niet van zwakke spieren; zie blauwe plekken op je onderarmen.

Verdedigen en duiken vragen hetzelfde, maar lager en sneller. Bij een duik vangen de schouders, de borstspier en de armen je lichaam op, en de romp houdt de landing onder controle.

Setten en blokken: vingers, polsen, triceps en kuiten

Bij de bovenhandse set vangen je vingers en polsen de bal kort op en duwen ze hem weer weg: de buigers en strekkers van pols en vingers werken eerst remmend en dan duwend. De triceps strekt de ellebogen, de voorste deltaspier brengt de armen omhoog, en bij een lange set leveren de benen een groot deel van de kracht. Dat laatste wordt vaak vergeten. Een set die alleen uit de armen komt, vraagt te veel van vingers en polsen.

Bij het blok brengen de kuiten, de quadriceps en de bilspieren je omhoog, vaak meerdere keren per rally en meestal zonder aanloop. De deltaspier en de spieren rond het schouderblad duwen je armen omhoog en over het net, de romp houdt je recht zodat je niet in het net valt, en stevige polsen en vingers zorgen dat de bal terugkaatst in plaats van je handen achterover te duwen.

Voel waar het werk zit. Doe vijf sprongen met je armen stil langs je lichaam en vijf met een volle armzwaai. Het verschil voel je meteen, en het laat zien dat de sprong een keten is: elke schakel die meedoet, telt mee.

Wat betekent dit voor je training?

Train de keten, niet losse spieren. Grote oefeningen als squats, uitvalspassen, een heupscharnier met gewicht en roeien raken in één beweging de spieren die bij de sprong en de slag samenwerken; een schema staat in krachttraining voor volleyballers. Drie plekken krijgen bij volleyballers vaak te weinig aandacht:

Spierpijn een of twee dagen na een zware training of een toernooi is normaal, zeker na veel springen of na een pauze. Pijn in een gewricht, pijn die bij elke training terugkomt of die na een paar dagen niet minder wordt, is iets anders: laat die nakijken door een huisarts, sportarts of fysiotherapeut. Train je een team en ben je net begonnen, dan staat in beginnen als volleybalcoach hoe je blessurepreventie en herstel vanaf de eerste training een plek geeft.

Kracht een vaste plek geven in je trainingsweek

Een kwartier kracht of romp na de warming-up houdt pas stand als het elke week terugkomt. In Koach zet je het als onderdeel in het plan van een training, met de oefeningen in de beschrijving. Met Plan kopiëren neem je het plan van een eerdere training over, inclusief dat blok. Een oefening die spelers thuis doen, geef je mee met Huiswerk op die oefening: wie het krijgt, ziet het op zijn eigen dashboard in de app.

Het blad Plan kopiëren in Koach met een eerdere training, en daarachter het plan met warming-up en trainingswedstrijd
Plan kopiëren: het plan van een eerdere training, met al zijn onderdelen, in één tik overnemen.

Wat Koach kost na de 14 gratis dagen, staat op de prijzenpagina.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet een kwartier kracht in je trainingsplan en neem het elke week mee met Plan kopiëren.

Plan je training in Koach

Veelgestelde vragen

Train je met volleybal je buikspieren?

Ja, maar vooral als stabilisator. Bij de smash en de service draaien de schuine buikspieren het bovenlichaam, en bij elke landing houden de buik- en rugspieren je romp stevig. Zichtbare buikspieren krijg je er niet vanzelf van; romptraining naast het volleybal maakt je slag sterker en je landing stabieler.

Waarom doen mijn onderarmen pijn na volleybal?

Meestal is dat geen spierpijn, maar gevoeligheid van de plek waar de bal tegenaan komt: bij de pass vangen je onderarmen de bal op. Bij beginners, na een lange passtraining of met een te hard opgepompte bal is dat gewoon en zakt het binnen een paar dagen. Komt het steeds terug, kijk dan naar je platform en het contactpunt.

Welke spieren moet je trainen voor volleybal?

De grote groepen die bij de sprong en de slag samenwerken: benen en billen, de romp, en de schouder met de spieren rond het schouderblad. Geef daarnaast de kuiten en de achterkant van de schouder extra aandacht, omdat ze bij elke landing en slag hard werken en in veel schema's ontbreken. Twee korte sessies per week met grote oefeningen zijn voor de meeste clubspelers genoeg.

Waarom doen mijn kuiten pijn na volleybal?

Je kuiten doen mee bij elke afzet, landing en kleine pas, en bij het blok vaak meerdere keren per rally. Na een toernooi of na een zomerstop is spierpijn daar normaal, en die zakt binnen een paar dagen. Pijn op één plek in de kuit, of pijn die plotseling opkomt tijdens een sprong, laat je nakijken door een huisarts, sportarts of fysiotherapeut.

Geef kracht een vaste plek in je week

14 dagen gratis, zonder creditcard. Kopieer je krachtblok mee naar elke training.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.