Volleybal trainingsmateriaal: wat heb je nodig? | Koach
Start 14 dagen gratis
Kennisbank · Tools & organisatie

Volleybal trainingsmateriaal: wat heb je echt nodig?

Het korte antwoord

Voor goed volleybal trainingsmateriaal begin je bij genoeg ballen (ongeveer één per twee spelers), een net dat goed hangt, platte pionnen en hesjes. Daarna voegen doelen zoals hoepels, een blokkussen, elastieken en een loopladder veel toe. Een aanvalstrainer of ballenmachine is pas zinvol als die basis staat.

Volleybal trainingsmateriaal koop je het liefst één keer goed, maar de catalogi staan vol hulpmiddelen die je zelden gebruikt. Hier staat wat elk stuk materiaal in een training oplevert, in welke volgorde je het aanschaft, wat je voor bijna niets zelf maakt en hoe je er veilig mee werkt.

Leestijd: 7 min

Wat heb je minimaal nodig voor een volleybaltraining?

Een goede training draait op vier dingen: genoeg ballen, een net dat goed hangt, iets om zones te markeren en iets om ploegen te maken. Alles daarna is versterking. Wie met twee ballen en vijftien spelers traint, haalt met geen enkel hulpmiddel in wat hij aan balcontacten verliest.

Wat er in je eigen tas hoort, zoals een fluitje, een EHBO-set en iets om op te tekenen, staat in benodigdheden voor de volleybaltrainer. Dit artikel gaat over het materiaal waarmee je oefeningen bouwt.

Trainingsmateriaal per doel: wat elk hulpmiddel oplevert

Koop geen materiaal omdat een andere club het heeft. Koop het omdat het een oefening beter maakt die je toch al geeft. Zo verhouden de gangbare hulpmiddelen zich tot wat je traint:

HulpmiddelWaarvoor je het gebruiktWaar je op let
Hoepels of kleine mattenEen doel voor service, pass en set, met een telling erbijHaal ze weg voordat er gesprongen wordt; een hoepel op de vloer is glad
Blokkussen (handblok)Aanvallen tegen een blok, leren slaan langs of over handenDe houder staat stevig, op de vloer of op een stabiele verhoging
Stevige verhoging (box)Als trainer van boven de netrand aanvallen of ballen ingooienAlleen een box met antislip, nooit een stoel of een bank
AanvalstrainerArmzwaai, contactpunt en sprongtiming herhalen zonder aangeverPas zinvol als de aanloop al staat
Loopladder en lage hordesVoetenwerk, ritme en de passen van de aanloopKort en scherp houden, daarna meteen met de bal
ElastiekenSchouderstabiliteit en het opwarmen van de slagarmControleer ze op scheurtjes voordat je ze uitdeelt
MedicijnbalWerpen en draaien voor kracht in aanval en serviceLicht genoeg dat de beweging zuiver blijft
TennisballenReactie, handen en oog-handcoördinatie, ook bij de jeugdRapen na elke oefening, zodat er geen onder een voet rolt
Zeil of laken over het netEen blind net: de bal komt plots over het net, dat traint reactieStevig vastmaken, niet laten hangen tot op de vloer

Drie van deze hulpmiddelen hebben een eigen artikel met oefeningen: oefeningen met de loopladder, oefeningen met een weerstandsband en oefeningen met een medicijnbal.

Wat koop je eerst? Een volgorde voor elk budget

Met een beperkt budget werkt deze volgorde. Ga pas naar de volgende stap als de vorige er staat:

  1. Ballen, tot je op één per twee spelers zit. Elke extra bal is meer balcontact voor iedereen, elke training weer.
  2. Platte pionnen, hesjes en een paar hoepels. Weinig geld, en elke oefening krijgt een doel en een telling. Een pass die in de hoepel landt, zegt een speler meer dan "goed zo".
  3. Een of twee blokkussens en een set elastieken. Aanvalstraining wordt realistischer, en de schouders krijgen een vaste plek in de warming-up.
  4. Een loopladder, lage hordes en een medicijnbal, als je zelf in de zaal ook het fysieke deel geeft.
  5. Pas daarna een aanvalstrainer of een ballenmachine. Ze zijn duur, groot en vragen opslagruimte. Wanneer een machine loont en wanneer een trainer met een ballenkar net zo goed is, staat in een ballenmachine voor volleybal.

Merken en prijzen laten we weg: die verschillen per land en per winkel te veel. Kijk eerst wat er in het materiaalhok ligt. Vaak is het probleem niet dat er te weinig is, maar dat niemand weet wat er ligt, of dat de helft kapot is.

Zelf maken of lenen: materiaal dat bijna niets kost

Leg het materiaal klaar in de volgorde van je plan. Zet per oefening een stapeltje langs de zijlijn, in de volgorde waarin je de oefeningen geeft. Een wissel tussen twee oefeningen kost dan seconden in plaats van minuten, en spelers koelen niet af terwijl jij pionnen zoekt.

Veilig werken met materiaal in de zaal

Je materiaal meenemen in je trainingsplan

Koach legt geen pionnen voor je neer, maar het helpt wel om op tijd te weten wat je nodig hebt. In het plan van een training zet je oefeningen uit de bibliotheek met + Oefening, of je maakt met + Onderdeel een eigen blok met naam en duur. Bij een nieuw onderdeel tik je op Beschrijving toevoegen; tik je op een onderdeel dat al in het plan staat, dan staat het veld Beschrijving er meteen. Daar noteer je wat er klaar moet liggen, bijvoorbeeld "zes hoepels, twee blokkussens, ballenkar bij het net". Zo staat de materiaallijst op de plek waar je hem de avond ervoor toch al leest.

Trainingsplan in Koach met de onderdelen Warming-up en Trainingswedstrijd en de knoppen Oefening en Onderdeel
Het plan van een training: per onderdeel de duur, en in de beschrijving welk materiaal je klaarlegt.

Maak je zelf een oefening, dan zet je in de oefeningeditor onder Plaats naast spelers en ballen ook een Pylon, Hoepel, Mat, Bank of Ladder op het veld. De opstelling van je materiaal staat dan in de animatie, en een collega-trainer die de oefening overneemt, ziet meteen waar alles ligt. Met Aanwezige spelers eerst onder Filteren en sorteren zie je welke oefeningen passen bij het aantal spelers van die avond, en dus hoeveel ballen en groepjes je nodig hebt.

14 dagen gratis, zonder creditcard. Zet je volgende training met de materiaallijst in het plan en kijk of het opbouwen sneller gaat.

Plan je training in Koach

Wat Koach na de proefperiode kost, staat op de prijzenpagina.

Veelgestelde vragen

Wat is een blokkussen bij volleybal?

Een blokkussen is een stevig kussen met handgrepen aan de achterkant, vaak in de vorm van twee blokhanden. Een trainer of speler houdt het boven de netrand, zodat aanvallers leren slaan langs, over of tegen een blok zonder dat een blokkeerder steeds hoeft te springen. Het wordt ook gebruikt om verdedigers te laten reageren op een bal die van het blok afketst.

Welke pionnen gebruik je bij volleybal?

In het veld gebruik je platte markeringsschijven: ze geven zones, startpunten en doelvakken aan, en niemand verzwikt zich erop. Hoge kegels zet je alleen buiten de looplijnen, bijvoorbeeld als keerpunt bij een loopvorm in de warming-up. Twee kleuren pionnen maken het makkelijk om twee zones of twee ploegen uit elkaar te houden.

Is een aanvalstrainer de moeite waard?

Alleen als je spelers de aanloop al beheersen en je vaak een aanvalsblok geeft. Een aanvalstrainer houdt de bal stil op slaghoogte, zodat een speler armzwaai, contactpunt en sprongtiming kan herhalen zonder aangever. Voor beginners en de meeste recreantenteams levert hetzelfde geld aan extra ballen en een blokkussen meer op.

Welk trainingsmateriaal heb je nodig voor jeugdvolleybal?

Lichtere ballen die passen bij de leeftijd, een lager net of een gespannen touw, platte pionnen, hoepels als doel en tennisballen voor reactie- en handenspelletjes. Bij jonge kinderen telt vooral dat iedereen veel balcontact heeft, dus liever veel lichte ballen dan duur materiaal. Een ballenmachine of aanvalstrainer is bij de jeugd zelden nodig.

Zet je materiaal in je trainingsplan

14 dagen gratis, zonder creditcard. Na een week ligt alles klaar voordat de spelers binnen zijn.

Start met Koach

Of lees eerst wat de volleybal app voor coaches allemaal doet.